Nederland voorzitter sanctiecomite Irak van Verenigde Naties

DEN HAAG, 22 DEC. Naast zijn tijdelijke lidmaatschap van de Veiligheidsraad is Nederland komende twee jaar voorzitter van het sanctiecomite van de Verenigde Naties voor Irak. Dit heeft minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) gisteravond gezegd in de Eerste Kamer. Hij kondigde aan dat Nederland wil laten onderzoeken of uitbreiding van het voedsel-voor-olieprogramma voor Irak mogelijk is, waar onder meer ook Veiligheidsraadlid Frankrijk voor voelt.

De Verenigde Naties kennen een kleine tien van dergelijke sanctiecomites, die worden ingesteld zodra de Veiligheidsraad economische of andere sancties tegen een staat hebben uitgevaardigd. Zo bestaat het sanctiecomite voor Irak sinds de Veiligheidsraad in 1990 in resolutie 661 maatregelen tegen dat land afkondigde. Dergelijke ad hoc comites hebben een uitvoerende taak, zij houden toezicht op de manier waarop de leden van de VN gevolg geven aan de resoluties van de Veiligheidsraad tegen een land. Daarvan doet zo'n comite verslag.

D.A. Leurdijk, VN-specialist aan het instituut Clingendael, wees er vanmorgen desgevraagd op dat een sanctiecomite “geen beleidsbepalend orgaan' is. “Het geeft een land niet een zichtbare functie waarmee het zich kan profileren, het gaat eerder om een soort loopjongenswerk voor de Veiligheidsraad, waarmee de ambtenaren van Buitenlandse Zaken het overigens nog wel druk kunnen krijgen.'

Volgens Leurdijk is het tijdstip waarop Nederland voorzitter van het Irak-sanctiecomite wordt wel interessant nu de relatie tussen de VN en dat land zo in discussie is.

De Eerste Kamer keurde gisteravond het EU-Verdrag van Amsterdam (1997) goed, alleen GroenLinks en de kleine christelijke fracties waren tegen. Daarmee is de ratificatie afgerond.