Gevecht van Brussel met een racetycoon

ROTTERDAM, 22 DEC. Vrijwel uit het niets heeft de Brit Bernie Ecclestone in de autorensport een zakenimperium opgetrokken dat in de sport nauwelijks zijn gelijke kent. Maar nu het tijd lijkt via een beursgang financieel te gaan oogsten stuit Ecclestone op zware oppositie.

Niet Michael Schumacher (gegarandeerd inkomen bij Ferrari uit salaris en sponsorinkomsten 70 miljoen gulden per jaar) is de werkelijke grootverdiener in de eredivisie van de autorensport de Formule 1, maar zakenman Charles Bernhard Ecclestone. Vanuit zijn kantoor bij Hyde Park in Londen bestuurt 'Bernie' met harde hand een race-imperium dat is onderverdeeld in een aantal werkmaatschappijen waarvan de financiele belangen grotendeels zijn ondergebracht op de fiscaal vriendelijke Kanaaleilanden. De bereidheid van Ecclestone tot grote financiele risico's en zijn vermogen om bij iedere deal het onderste uit de kan te halen hebben van hem een van de rijkste mensen uit de sportwereld gemaakt. Coureurs die aan een Grand Prix deel willen nemen moeten voor hun benodigde zogeheten superlicentie eerst bij Ecclestone langs. Circuit-directeuren betalen hem miljoenen dollars voor de organisatie van een Grand Prix. Zelfs Sylvester Stallone, die bezig is met de opnamen voor een film over de Grand Prix-wereld, moest voor de filmrechten eerst op audientie bij Ecclestone. Maar verreweg de belangrijkste inkomsten van de Formule 1, de televisierechten en merchandising van de Grand Prix komen via allerlei werkmaatschappijen grotendeels terecht bij Ecclestone die zijn netwerk van bedrijven heeft gebundeld in Formula One Holdings (FOH).

De Sunday Times, die jaarlijks een lijst van 500 rijkste Britten publiceert, schat het prive-vermogen van Ecclestone op 375 miljoen pond (bijna 1,2 miljard gulden). Daarmee is hij weliswaar nog niet toegetreden tot de categorie van die andere zakenman-avonturier miljardair en ballonvaarder Richard Branson, maar dat kan in een klap veranderen wanneer Ecclestone zijn plannen ten uitvoer brengt om Formula One Holdings naar de beurs te brengen.

Maar sinds de Amerikaanse investeringsbank Salomon Brothers in maart vorig jaar met het onderzoek voor een mogelijke beursgang van FOH is gestart is een soort doos van Pandora geopend die de Formule 1-wereld op zijn grondvesten doet trillen. Allereerst had Salomon de grootste moeite precies de waarde in te schatten van FOH, niet gebonden aan beursregels en financieel derhalve weinig transparant. Bovendien spraken analisten in de City al snel hun scepsis uit over de beursgang van een bedrijf dat televisierechten als voornaamste bron van inkomsten heeft. En hoewel Ecclestone honderden miljoenen heeft geinvesteerd ter voorbereiding van een digitaal-televisietijdperk waarin het pay-per-view de Formule 1-inkomsten spectaculiar kan verhogen waren de inkomsten uit de eerste proefuitzendingen van mediatycoon Leo Kirch met betaaltelevisie rond de Duitse Grand Prix ronduit teleurstellend.

Ook kreeg Ecclestone tegenwerking uit eigen kring. De anders zo solidaire Formule 1, die tot dan, en niet ten onrechte, altijd blind had gevaren op het zakeninstinct van Bernie, stond op zijn kop. Teams als Tyrrell, McLaren en Williams dreigden het zogeheten Concorde-agreement te verbreken. Dat akkoord is genoemd naar de Parijse avenue waar het hoofdkwartier van de internationale autosportfederatie FIA is gevestigd en waar sinds begin jaren tachtig alle inkomsten van de raceteams uit de televisierechten sponsorinkomsten en andere emolumenten zijn vastgelegd. De raceteams wilden bij de beursgang een groter deel van de buit. Niet tien procent van de aandelen FOH, zoals Ecclestone voorstelde, maar twintig procent. Tien procent van de aandelen zou worden ondergebracht bij de FIA. Dertig procent bij Ecclestone.

De overige vijftig procent zou worden verhandeld op de beurs.

Ecclestone verliet bij zoveel hebzucht van de teameigenaren al na vijf minuten woedend de vergadering. Niettemin was het voor velen een raadsel waarom Ecclestone naar de beurs wilde. Ecclestone die zijn zaken tijdens de races op de ciruits regelt vanuit een motorhome met geblindeerde ramen bij insiders bekend als 'het Kremlin' zou bij een beursgang worden geconfronteerd met financiele journalisten analisten, aandeelhouders en het controleorgaan van de beurs zelf. Nogal een omschakeling voor een man die gewend is in de luwte van de publiciteit zijn zaken te regelen en voor wie een mondelinge afspraak of handdruk net zoveel juridische kracht heeft als een contract met tien advocaten.

Aan de vooravond van de Britse Grand Prix op Silverstone verklaarde Ecclestone in een van zijn schaarse interviews voor de BBC-televisie dat het streven naar een beursgang in eerste instantie is voortgekomen uit de racewereld zelf en niet zijn eigen idee is. Op 68-jarige leeftijd is Ecclestone in de herfst van zijn leven aangeland. Mocht hem iets overkomen dan neemt hij alle geheimen mee in zijn graf en vervalt FOH aan zijn 41-jarige Kroatische vrouw, een voormalig Armani-model, en zijn drie dochters. “Dat zou pas echt een ramp voor deze sport betekenen', vindt Ecclestone.

De zoon van een trawlerkapitein die zijn eerste geld verdiende met de handel in motoren en tweedehands auto's heeft een lange weg naar de top afgelegd. In 1971 richtte hij met succes een bedrijf op dat raceauto's produceerde. Na een korte loopbaan als coureur koos Ecclestone voor een zakelijke carriere. Hij kocht het Formule 1-team van Brabham, behaalde daarmee verschillende constructeurstitels en beschikte met de Braziliaan Nelson Piquet over zijn eigen wereldkampioen.

De Formule 1 door Ecclestone zelf in zijn begintijd omschreven als een 'stelletje Engelse garagehouders' was zakelijk in die jaren een ongestructureerde organisatie. Via het voorzitterschap van de Formula One Constructors Association (FOCA) begon Ecclestone daar verandering in aan te brengen. Het begon simpel met collectieve verzekeringen voor de oversteek van het dure racemateriaal voor wedstrijden op andere continenten. Daarna begon Ecclestone circuit-directeuren onder druk te zetten. Kostte de organisatie van een Grand Prix begin jaren zeventig hooguit 500.000 dollar, in de jaren negentig moesten Zuid-Afrika en Hongarije al respectievelijk zes en zeven miljoen dollar voor het evenement neertellen. Maar zijn grootste klapper maakte Ecclestone toen hij in 1981 de televisierechten verwierf voor de Formule 1. Die werden hem in handen gespeld door de FIA, het orgaan waarvan Ecclestone zelf vice-voorzitter is.

Ondermeer deze vorm van belangenverstrengeling bracht Ecclestone in conflict met EU-commissaris Karel van Miert (mededinging). Van Miert kwam tijdens het onderzoek naar FOH een aantal onfrisse praktijken op het spoor. Zoals de regeling rond de televisierechten die tot het jaar 2020 bij FOH zullen worden ondergebracht als het bedrijf naar de beurs gaat. Terwijl volgens de EU-regels die rechten aan een maximum van vijf jaar zijn gebonden. Vorig jaar maakte FOH een winst van 280 miljoen gulden. Daarvan werd 47 procent aan de teams uitgekeerd en kreeg de FIA een onbekend bedrag. Wel eiste Ecclestone daarvoor van de FIA dat Grand Prix-teams en hun rijders niet mogen deelnemen aan concurrerende races. Zoals de popualaire Indycar uit de VS, de Amerikaanse tegenhanger van de Formule 1.

Ook dat viel verkeerd bij Van Miert.

De financiele wereld lijkt huiverig geworden voor de perikelen in de Formule 1. Een beursgang lijkt verder weg dan ooit. Om toch toegang te krijgen tot de kapitaalmarkt wil Ecclestone voor vier miljard gulden obligaties uitgeven. Aflossing en rente moeten worden betaald uit de televisie-inkomsten. Daarvan worden gouden bergen verwacht. Maar evenals rond de beursgang is het ook rond de obligatielening angstig stil geworden.