'De vraag is of normale mensen in Rusland in de meerderheid zijn'

MOSKOU, 22 DEC. In Rusland is een sluipende restauratie gaande van alles wat tien jaar geleden met zoveel geestdrift onderuit gehaald is. Hoe reeel is de kans dat het land terugkeert naar het totalitaire verleden?

De beste stemmingsmeter is het debat over IJzeren Feliks, de oprichter van Ruslands meedogenloze geheime dienst. Onder luid gejuich was zijn standbeeld in 1991 omver getrokken en in gezelschap van talloze Lenins en Stalins op het beeldenkerkhof aan de Moskva-rivier gegooid. Maar nu, aan het einde van het decennium, roepen de nostalgici vlaggenzwaaiend om zijn terugkeer. “Ik heb gehuild toen ze hem weghaalden', zegt een bibberende dame in de sneeuw voor het KGB-hoofdkwartier. “Wat een wreedheden hebben de democraten Rusland aangedaan!'

Maar verderop in stad zegt galeriemedewerkster Tatjana Chistova: “Welk normaal mens wil in hemelsnaam Feliks Dzerzjinski terug? Hij is de belichaming van de terreur...' Ze staat tussen de panelen van de expositie 'Wat te doen met monumentale propagandakunst?' die de Galerie Marat Gelman in 1993 organiseerde. De deelnemers van toen schetsten Leninbeelden met Mickey-Mousehoofden, of Karl Marx als voetballer in korte broek - alles van ideologie ontdaan.

De tentoonstelling is terug, geactualiseerd en aangevuld met voorstellen om IJzeren Feliks te vervangen door een replica van De Denker van Rodin, of desnoods, als hij dan toch met alle geweld terug moet keren, omgekeerd op zijn kop in het plantsoen.

“Destijds waren we op tijd omdat er zich een onbesuisde beeldenstorm voltrok', zegt galeriehouder Marat Gelman. “Nu zijn we dat weer omdat de restauratie in volle gang is.' In een school in de Oeral dook dit weekend de buste van Stalin weer op, terwijl duizend aanhangers van De Grote Leider gisteren diens 119de geboortedag vierden onder de leus: “Het gedachtegoed van Stalin is verraden'.

En de Doema? Die stemde begin deze maand met een overweldigende meerderheid voor de herrijzenis van IJzeren Feliks, zonder dat er iemand tegen in het geweer kwam.

Ja, honderd leden van Memorial, de dissidentenbeweging die als eerste de Sovjet-misdaden documenteerde en openbaarde. Toen Memorial nog aanzien genoot, had zij op het lege voetstuk tegenover de folterkamers van de Loebjanka - het KGB-hoofdkwartier - een zwerfkei uit de Goelag-kampen laten plaatsen, ter nagedachtenis van de miljoenen slachtoffers. Maar het laatste groepje met hun leuzen over het 'niet vergeten' werd lastig gevallen door skinheads in leren jekkers.

Verder had je Marat Gelman die uit protest zijn vijf jaar oude expositie afstofte. “Maar wij worden genegeerd', zegt de galeriehouder. “Als wij voorstellen om een opblaasbare Feliks te maken, die je al naar gelang de overheersende mening in het land kunt opblazen of laten leeglopen, neemt niemand daar ook maar aanstoot aan...' Het toppunt van ironie is dat de enige macht in de samenleving die zich opwerpt tegen het op een holletje terugkeren naar het verleden, de huidige geheime dienst is, de FSB, opvolger van de vroegere KGB.

“Wij hebben het recht niet om de misdaden van onze voorgangers te vergeten', waarschuwde het hoofd van Ruslands inlichtingendienst, Vladimir Poetin, zondag ter herdenking van 20 december 1917, de dag dat IJzeren Feliks Dzerzjinski de Tsjeka oprichtte, de politiemacht die de bloedige eliminatie van de vijanden van de bolsjewieken leidde. Poetin, als erfopvolger van Dzerzjinski, ziet nu voor zijn geheime dienst de volgende rol weggelegd: “Wij moeten een onneembare barricade opwerpen op de weg terug naar het grimmige verleden.'

In het schaduwgevecht om de symbolen hebben de liberalen en democraten al veel terrein verloren. Vorig jaar nog, toen de roebel waardevast was en de meeste Russen stilletjes hoopten dat er na zeven magere jaren voorspoed zou komen, stelde president Jeltsin voor om Lenin uit zijn mausoleum op het Rode Plein te halen en hem een “christelijke begrafenis' te geven.

De communisten in de Doema waren in het defensief.

Galerie Marat Gelman presenteerde een levensgrote Lenin-mummie in de vorm van een taart, omzoomd door 250 rozen van suikergoed. Toen de genodigden hem ook nog opaten, om symbolisch het verleden te verteren, dienden de communisten een aanklacht in wegens heiligschennis. Joeri Sjabelnikov een van de makers, moest bij de openbare aanklager komen en plechtig verklaren dat hij “niemand had willen kwetsen' - en dat was dat.

Maar nu de nationale munt sinds de zomer driekwart van zijn waarde heeft verloren, winnen de communisten pleit na pleit. De opgezette Lenin blijft voorlopig liggen in zijn roodmarmeren praalgraf op het Rode Plein, en nu eisen zij IJzeren Feliks terug. De burgemeester van Moskou steekt vooralsnog een stok in het wiel, al dringt de Sovjet-nostalgie ook door tot in het stadsbestuur: in maart dit jaar opende Moskou een klein KGB-museum voor scholieren, en wat vertellen de rondleiders daar?

“Dat IJzeren Feliks zo'n kwade vent niet was', zo schrijft de krant Izvestija. Martelwerktuigen, opgegraven schedels of kampfoto's - het blijft de Moskouse leerlingen bespaard. “Wij willen de jonge generatie trots bijbrengen op ons rijke verleden', legde de gids uit aan de verslaggeefster van de Russische krant.

Voor galeriehouder Marat Gelman is er geen twijfel mogelijk: “De navelstaarders die terug willen naar vroeger hebben de bovenhand.' Maar volgens Joeri Sjabelnikov de schepper van de Lenin-taart, hebben ze geen schijn van kans. “De jongeren zijn opgegroeid in vrijheid, die laten zich niet meer in een totalitair keurslijf persen.'

Medewerkster Tatjana Chistova is minder stellig. Ze vindt weliswaar dat geen normaal mens voor de terugkeer van IJzeren Feliks kan pleiten, maar vraagt zich af “of de normale mensen in Rusland nog wel in de meerderheid zijn'. Ach, zegt ze, ik vrees dat de ideologische koers van het land afhangt van de koers van de roebel.