SHB wil dichter naar klanten en medewerkers

ROTTERDAM, 19 DEC. De SHB moet zowel met de klanten als met de eigen medewerkers meer contact krijgen. De vroegere havenarbeidspool zou daarom op verschillende plaatsen in de Rotterdamse haven kantoortjes moeten krijgen. Op dit moment kijken verschillende werkgroepen binnen de SHB naar de haalbaarheid en uitwerking van deze ideeen. Begin volgend jaar moeten ze af zijn. Gaan ze door dan zouden de kantoren eind 1999 al ingericht kunnen zijn.

“We moeten naar de medewerkers en de klanten toe. We moeten fysiek aanwezig zijn op de terminals', aldus interim-directeur G. Loomeijer.

Die kwam tot stand na anderhalf jaar van moeizame onderhandelingen tussen de vorige directeur J. Schermer, de ondernemingsraad en de vakbonden, waarvan de laatste twee ook nog regelmatig lijnrecht tegenover elkaar bleken te staan. Uiteindelijk konden alle ruim 900 werknemers bij het bedrijf blijven maar die moesten wel volgens een veel ongunstiger rooster gaan werken.

Gevolg was onder andere een veel hoger ziekteverzuim, van 10 procent naar 15,3. “Maar er werd ook wel veel van de mensen gevraagd', aldus Loomeijer. “De gemiddelde leeftijd van onze werknemers is 47 jaar. Als je in het verleden nooit zo gewerkt hebt, dan ben je dat ook niet gewend, en je familie ook niet. Maar we hebben die flexibiliteit nodig. Dat vragen de klanten.'

Daar kwam bij dat het het afgelopen jaar druk was in de haven. Regelmatig moest de officiele leverancier van extra havenwerkers 'uitverkocht' aan de klanten melden. Het bedrijf ligt dan ook redelijk op koers wat betreft de begroting, aldus Loomeijer. Hij verwacht dat het verlies dit jaar uitkomt op rond de zes miljoen gulden. In 1997 was dat nog bijna tien miljoen.

En in 1999 komt het nog niet op nul, zo kondigt Loomeijer alvast aan. Maar dat komt dan door noodzakelijke investeringen in nieuwe producten, en nieuwe initiatieven. Want de SHB kan niet blijven zoals het was. “In het moderniseringsakkoord van 1994 is vastgelegd dat de SHB een autoriteit moet worden. Daar is tot nu toe door alle problemen niet zo veel van gekomen. Maar er zijn markten waarop wij nog helemaal niet zitten. Denk aan toezichthoudende en kantoorfuncties.'

Bovendien loopt eind 2001 de in de zogenoemde havenakkoorden vastgelegde verplichting voor andere havenbedrijven af, dat zij alleen extra personeel mogen inhuren bij de SHB. “Wij moeten dan zo goed zijn dat bedrijven bij ons willen inhuren.'

Maar Loomeijer ziet de rol van de SHB ook groter. “We moeten een probleemoplosser op sociaal-economisch terrein worden. We zijn tenslotte na ECT de grootste werkgever in de Rotterdamse haven.' Loomeijer zegt in dat verband het overlegplatform dat er vroeger in de Rotterdamse haven was, te missen. Dat platform was er vroeger in de vorm van de SVZ die toen ook nog de belangenbehartiger was voor ondernemers in de rol van werkgevers. Maar die taak is enige jaren geleden overgegaan naar de Algemene Werkgeversvereniging (AWV). “Daar ontmoetten werkgevers, bonden en havenbedrijf elkaar. Nu gaat het eigenlijk alleen nog over tonnen en goederenstromen. De sociale kant raakt ondergesneeuwd. En er komen wel een aantal vraagstukken op ons af.' (ANP)