Het Zwart-Wit gevoel

Voetbalclub Zwart-Wit '28 in Rotterdam-Zuid werd vanaf de jaren tachtig overstroomd door Turkse, Marokkaanse en Surinaamse kinderen. Het bestuur was trots op hun mooie smeltkroes. Maar opgetogenheid veranderde in wanhoop. Niets is meer als vroeger.

Ouders zetten zich niet meer in en de club wordt geteisterd door vandalisme. 'Gezellig? Nou nee', zegt Yoessef Bouali, de coördinator van de B-jeugd.

Hij zucht en zet zijn bril recht. 'Oké, laat ik dan maar een voorbeeld geven', zegt Jan Oorebeek, secretaris van de voetbalclub Zwart-Wit '28. 'Een tijdje terug kwamen hier een paar Afrikaanse asielzoekers die graag bij ons wilden spelen. Kom maar trainen, zei ik. Op het veld waren geen problemen, de voetbaltaal begrijpt iedereen. Na afloop liepen we samen naar de doucheruimte. Ze trokken hun schoenen en T-shirts uit en stapten met hun voetbalbroekje aan onder de douche. Tja, wat doe je nou, Jan, dacht ik nog. Ik ben toch in mijn blootje naast ze onder de douche gaan staan. Zo doe ik dat immers al mijn hele leven. Die mensen keken me met grote ogen aan. Dan voel je jezelf wel lullig hoor.'

De Rotterdamse Christelijke Voetbalvereniging Zwart-Wit '28 heeft haar thuishaven sinds 1966 op sportpark De Vaan in de Rotterdamse wijk Charlois. De protestantse arbeiders uit de volkswijk in Rotterdam-Zuid voetbalden op zaterdag bij Zwart-Wit '28 en de katholieken op zondag bij buurman Spartaan '20. Zelfwerkzaamheid, respect voor elkaar en een gemeenschappelijk gedachtegoed, dat maakte dat de leden zich met hun club verbonden voelden. Eigenhandig bouwden ze het sportcomplex van de grond af op.

In 1970 werd Zwart-Wit Algemeen Amateurkampioen van Nederland. De club kreeg de bijnaam 'het Feyenoord van het zaterdagvoetbal'. Adrie Wander (51), één van de spelers uit het roemruchte kampioenselftal en nu trainer van de D-pupillen, kan zich die tijd nog goed herinneren. 'Ik heb nog wedstrijden gespeeld in de Kuip tegen het Feyenoord met Geels en Kindvall en tegen het Nederlands elftal van 1974. We verloren toen met 2-1 tegen mannen als Van Hanegem, Keizer en Rep. Dat was wat hoor.'

De nieuwe jeugd van Zwart-Wit

De vier velden, de kantine en de tribune langs het hoofdveld op sportpark De Vaan bleven al die jaren bijna onveranderd, maar Zwart-Wit '28 drijft niet meer op het clubgevoel van Rotterdamse protestantse voetballers. De bevolkingsopbouw in de wijk Charlois veranderde ingrijpend en zo onderging ook het ledenbestand van de club de afgelopen vijftien jaar een ware metamorfose. Autochtone arbeidersgezinnen verlieten de volksbuurt en vestigden zich in de nieuwbouwwijken buiten de stad. Allochtone gezinnen namen hun plaats in. Zo'n vijftien jaar geleden meldden de eerste Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse kinderen zich bij de club. Dit was de nieuwe jeugd van Zwart-Wit.

In 1993 maakte Joop Dekkers, toenmalig voorzitter van Zwart-Wit '28, in het Algemeen Dagblad nog trots melding van de enorme aanwas van nieuwe leden. 'Zwart-Wit is de wijk ingegaan om voorlichting te geven op scholen. Dat zorgde voor een explosieve toename van het ledenbestand van vijftig procent. Onze vereniging is nu een echte smeltkroes van verschillende culturen. En die allochtone jongens spelen de sterren van de hemel. Wat wil je nog meer?', zei een enthousiaste Dekkers toen.

Maar de aanwas werd uiteindelijk zo groot dat vorig jaar ruim negentig procent van de 190 jeugdige voetballers van buitenlandse komaf was. En daarmee doken de problemen op. Niks was meer als vroeger. Er waren geen mensen meer die de elftallen wilden begeleiden. Uitwedstrijden moesten worden afgezegd, omdat ouders de jongens niet wilden of konden rijden. Tijdens trainingen en wedstrijden werden verschillende talen gesproken. In de ramadan aan het begin van het jaar kwamen veel spelers niet opdagen. En tot overmaat van ramp werd de club geteisterd door vandalisme en diefstal. Langzaam maar zeker werd het sociale weefsel van de protestantse club aangetast. De aanvankelijke opgetogenheid van de oude Zwart-Witters over de nieuwe aanwas maakte geleidelijk plaats voor wanhoop.

'Wij vonden dat we open en tolerant moesten zijn', zegt Oorebeek. 'Zoiets van: Zwart-Wit is er voor iedereen. Dat had ook te maken met de C van christelijk. Maar er is destijds onvoldoende rekening mee gehouden dat die mensen anders over dingen denken en een eigen geloof en achtergrond hebben. Zo goed en zo kwaad als je kan probeer je naar oplossingen te zoeken.'

Over een mooie smeltkroes van culturen wordt inmiddels bij Zwart-Wit '28 allang niet meer gesproken. De oorspronkelijke Rotterdamse leden hebben het over 'die mensen', 'de Turken' of 'die lui'. De buitenlandse jongens op hun beurt spreken van 'de club', 'het bestuur' of zelfs 'het personeel van Zwart-Wit '28', als ze het hebben over de bijna geheel uit blanken bestaande leiding en vrijwilligers van de club. Het ledenbestand is geslonken van ruim dertienhonderd in 1980 naar 560 leden nu.

De dauwdruppels liggen nog op de velden als de pupillen van het E2-elftal aan hun wedstrijd tegen Feyenoord E3 beginnen. John Croes, jaren geleden van Aruba naar Nederland gekomen, staat langs de kant naar zijn zoon Marco (8) te kijken. Hij is een van de weinige ouders van de Zwart-Wit-pupillen die voor de wedstrijd zijn komen opdagen, terwijl de Feyenoorders door een klein legertje vaders en moeders worden toegejuicht. 'Veel vaders komen niet, want die moeten werken of hebben geen auto. Maar ik kom altijd, als ik kan', zegt Croes. 'Of ik dingen op de club zou willen doen? Leider of zo? Mwah, nee. Ik vind het leuk om te kijken, maar verder niet. Geen tijd, hè.' Een paar meter verderop rukt Marco zich in het veld los van zijn tegenstander en gaat alleen op de keeper van Feyenoord af. Hij schuift de bal feilloos tegen het net. 'Nou is Marco weer blij.' John Croes lacht.

Een paar uur later staat Arie van den Bos als vader en als elftalleider van de A1 langs het veld. Eigenlijk had hij dit jaar willen stoppen, maar hij is het blijven doen voor zijn zoon. 'Ik ben leider tegen wil en dank. Als ik het niet doe, doet niemand het. Echt leuk is het niet meer. Bij iedere uitwedstrijd sta je weer voor hetzelfde probleem. Waar zijn de ouders die willen rijden? Ze komen gewoon niet. Vorige week hebben we zestien jongens in drie wagens gepropt. De auto van de trainer, van de coördinator en die van mij. Bij het eerste drempeltje lag al bijna de uitlaat eraf, dat doe ik dus niet meer', zegt Van den Bos. 'Het is gewoon niet mogelijk om de ouders van de meeste allochtonen bij de club te betrekken.'

Een klein incident

In de kantine zit het vol. Op houten banken zitten Turkse en Marokkaanse vaders. Ze drinken koffie uit plastic bekertjes en praten in hun eigen taal. Aan de muur hangen oude vaantjes. Er staan rijen bekers opgesteld die herinneren aan glorieuzere tijden van de club. Aan de bar zit Necip Ozkan. Hij is twintig jaar geleden uit Turkije naar Nederland gekomen. Zijn zoontjes Cihan en Sinan spelen in de D1 van Zwart-Wit '28. Onlangs kwamen ze boos thuis van de club. Zwart-Wit D1 - Sparta D1 aanvang 10.00 uur, stond er in de weekbrief met het wedstrijdprogramma. De rest van het elftal was om negen uur aanwezig, Cihan en Sinan kwamen om kwart voor tien aangelopen. Te laat, jullie staan wissel, zei de trainer. Het was toch tien uur ontvangst, vroegen de jongens. Nee tien uur aanvang, zei de trainer, als jullie donderdag op de training waren geweest hadden jullie dat kunnen horen. Boos pakten de jochies hun tassen en gingen naar huis. Een klein incident. Vader Necip kan er nu om lachen. 'De weekbrief is niet goed en de club had even kunnen bellen. Is niet erg, kan gebeuren. Problemen op de club? Nee, geen problemen. Het is hier altijd gezellig', zegt Necip Ozkan.

Gezellig? Nou nee, niet echt, zegt Yoessef Bouali, de Marokkaanse coördinator van de B-jeugd. De communicatie, dat is het probleem hier. Je moet lief zijn voor de mensen. Nodig ouders uit voor een ouderavond. Dan leer je elkaar kennen en maak je vrienden. We zijn toch een vereniging? Is dat nu zo moeilijk, dat kost misschien een paar kannen koffie. Maar volgens mij wil het bestuur dat helemaal niet, die zitten er voor zichzelf. Die mensen zie je alleen bij het eerste elftal, zo help je de vereniging naar de kloten. En wie krijgen de schuld? De buitenlanders. Wie zo denkt is een verkeerde christen, zegt Bouali.

Dringend beroep op de ouders

Het contact tussen bestuur en ouders verloopt vaak via de weekbrief. In de presentatiegids van de club wordt een dringend beroep op de ouders gedaan: 'Het jeugdvoetbal neemt bij Zwart-Wit '28 een belangrijke plaats in. Dat de jeugdelftallen niet zonder goede leid(st)ers kunnen, zal voor iedereen duidelijk zijn. Dus moeders, vaders kom op, lever uw kind niet zomaar af bij Zwart-Wit '28. Zorg er ook voor dat de jeugd na een slechte wedstrijd om weet te gaan met zijn emoties. Zijn agressiviteit kan hij buiten kwijt: bij de buitendeur staat een ijzeren vat waar hij tegenaan kan schoppen en slaan, als hij maar van onze spullen in de kleed- en doucheruimtes afblijft.'

Frans Franssen was jaren lang verantwoordelijk voor de terreinen en opstallen van de club. 'Dat doe je gewoon voor je club', zegt hij. 'Voorheen was het nooit een probleem als je iemand vroeg of hij een keer een middag kon helpen met bijvoorbeeld de bladeren van het veld te halen. Maar nu? Een Zwart-Witgevoel, nee dat heeft de jeugd niet meer.' Vaak heeft Franssen aan jeugdleden en hun ouders hulp om gevraagd. 'Hoeveel is het per uur? Dat krijg je dan te horen. Een pond peren, zeg ik dan. Dan lachen ze en zeggen: 'Nee grote baas, wij betalen toch contributie? Bij ons in Turkije doet de staat het werk op de club.' Tja, als we het aan de allochtonen over zouden laten, zou het gras twee meter hoog staan', zegt Franssen (65) die dit najaar stopte met zijn werk voor de club.

Anton Boor, in het dagelijks leven hoofd administratie van Puripher in Maasland dat gas- en oliebranders voor de tuinbouw maakt, was tot dit seizoen jeugdvoorzitter van de club. Hij is nu penningmeester. Hij weet hoe belangrijk mensen met een clubhart zijn. 'De club draait op vrijwilligers, maar dat is aan Turkse of Marokkaanse ouders haast niet uit te leggen. Die droppen 's ochtends hun kinderen bij het hek en halen ze 's avonds weer op. Als er iets is gebeurd wijzen ze naar het bestuur. Ze betalen toch contributie? Ze denken dat wij hier dik betaalde directeuren zijn. Die gedachte is nog logisch ook, want zo gaat dat in de landen waar ze vandaan komen', verzucht Boor.

'Natuurlijk zouden wij met de ouders van allochtone kinderen moeten praten', vervolgt de penningmeester. 'We zouden op bezoek moeten gaan bij die mensen. Ze uitleggen hoe onze club werkt en ze zeggen dat de club waar hun zoon speelt ook hún club is. Ze overtuigen van het feit dat ouders zullen moeten rijden bij uitwedstrijden, dat de contributie op tijd betaald moet worden. Dat er mensen achter de bar nodig zijn, dat er lijnen getrokken moeten worden en dat ieder elftal een begeleider nodig heeft. Allemaal leuk en aardig, maar het komt niet over. En bovendien, waar haal je de tijd vandaan om op huisbezoek te gaan? Ik heb ook nog een baan, dan zou ik dus nooit meer een avond thuis zijn.'

Frans Franssen pakt een grote bos sleutels uit de kast en loopt naar de kleedlokalen. Hij draait eerst het slot van kleedkamer 4 open en haalt vervolgens een andere sleutel tevoorschijn om het extra veiligheidsslot erboven te ontgrendelen. 'Twee sloten, dat is nodig, hoor. Er werd hier zoveel gestolen. Dan had je de deur toch echt dichtgedaan, maar dan bleek er toch weer van alles weg of gesloopt te zijn. Hoe kan dat nou, denk je dan. Bleek dat sommigen lopertjes hadden laten namaken in de stad.'

De blauwe deur van nummer 4 gaat met een zwaai open. Franssen drukt op het lichtknopje. De lage houten bankjes zijn leeg. Het ruikt naar voetbal. De geur van gras vermengd met de lucht van zalfjes. In de hoek van de doucheruimte staat een bezem. Op de grond liggen harde plakjes modder. 'Moet je hier eens kijken', zegt Franssen. Hij wijst naar een aantal gaten in het plafond. 'Verloren? Even met de punt van de bezem in het plafond prikken, met de voetbalschoenen de zeepbakjes kapotslaan, de kledinghaakjes van de muur trekken of de wc's verstoppen met shirts en sokken. Zo gaat dat tegenwoordig. We hebben gelukkig twee van die buitenlandse Melkertmensen gekregen. Die staan hier dan op maandag de troep op te ruimen.'

Hij draait de twee sloten van de deur weer dicht. 'De club gaat langzaam kapot, maar we hebben gelukkig één troost. Wij zijn niet de enige', zegt Franssen.

De vernielingen en diefstallen plaatsten de club, die zich de laatste jaren met nauwelijks in te lopen tekorten geconfronteerd zag, voor grote financiële problemen. 'Je gaat ervan uit dat de kantine per jaar ongeveer een ton oplevert', zegt penningmeester Boor. 'Maar we zitten nu bijvoorbeeld met het probleem dat we niemand hebben die de kantine kan of wil runnen. En contributie wordt vaak niet betaald. Dus we hebben een nieuwe regel ingesteld. Na de tweede aanmaning geven we het door aan de deurwaarder en de speler wordt geschorst. Maar dan krijg je te maken met boetes van de KNVB, omdat je door een tekort aan spelers een elftal moet terugtrekken. Daar word je als penningmeester dus helemaal gestoord van.'

Boor loopt de kamer van de jeugdcommissie binnen. 'Zo, deze moeten de deur uit', zegt hij en overhandigt de voorzitter een dik pak met meer dan honderd aanmaningen gericht aan de jeugdleden. 'De deurwaarder krijgt weer heel wat klantjes', zegt Boor. Er wordt gelachen in de jeugdbestuurskamer.

Stelselmatige diefstal

Vorig jaar werd Zwart-Wit '28 geconfronteerd met een onverwacht groot tekort. De accountant en de politie onderzochten de boekhouding en stuitten op diefstal. Uit het politieonderzoek bleek dat een stelletje schooljongens stelselmatig geld van de club had ontvreemd; er was minstens zevenduizend gulden gestolen. De daders zijn inmiddels berecht. 'Maar dat geld zien we nooit meer terug', zegt de in oktober afgetreden voorzitter Willem Nuis.

Vorig jaar was het bestuur na de zoveelste tegenvaller de wanhoop nabij. Nuis: 'Het was te veel geworden. Je hoopt dat de gemeente wat voor je doet, maar daar hoeven we voor de financiën eigenlijk niet op te rekenen. Ondertussen staat dezelfde politiek te roepen dat sport het bindmiddel is in de multiculturele samenleving. In een straatkrant riep wethouder Meijer (Allochtonenbeleid) dat Zwart-Wit het voorbeeld voor integratie was. Die man was hier nog nooit geweest! Integratie? Ja, heel leuk op papier. Het ging hier zelfs zover dat Nederlandse jongetjes werden weggepest. Er werd dan bijvoorbeeld alleen Turks gesproken, waardoor die jongetjes uit de boot vielen. We stonden op het punt om de hele jeugdafdeling maar op te doeken. Het kon gewoon niet meer.'

Toen organiseerde de gemeente Rotterdam een tweedaags congres over de situatie bij de verschillende sportverenigingen. Secretaris Jan Oorebeek spuwde zijn gal. Hij legde tijdens het congres alle problemen bij de gloednieuwe wethouder van Sport op tafel.

Het relaas van Oorebeek vond gehoor. Er komt een 'Medewerker Verenigingsondersteuning' die de club twee jaar zal bijstaan. Zwart-Wit '28 wordt samen met de katholieke buurman Spartaan '20 een pilot project van de gemeente. De clubs verwachten er veel van.

Ballotages en een nieuw begin

De toezegging van de gemeente was voor Zwart-Wit '28 in ieder geval voldoende om door te gaan met het jeugdvoetbal. Maar niet onder dezelfde voorwaarden. Voor de aanvang van het lopende seizoen besloot het bestuur pas op de plaats te maken. 'Zolang we niet voldoende begeleiding en trainers hebben voeren we ballotage in', zegt penningmeester Anton Boor. En de club wil de balans herstellen. 'Verhoudingsgewijs lopen hier heel veel Turkse jongens rond, dan probeer je dat percentage wat terug te drukken. Nieuwe leden moeten eerst in een proeftraining laten zien wat ze kunnen. Wil een Turkse jongen lid worden, dan ligt de lat wat hoger.'

Tientallen jeugdleden die zich aanmeldden hebben te horen gekregen dat er geen plaats voor ze is. Zwart-Wit '28 heeft nu met nog maar acht jeugdelftallen een smalle basis. Maar alle teams hebben een coördinator, een trainer en een leider. Het nieuwe begin lijkt vooral bij de jongste elftallen vruchten af te werpen. Volgend jaar gaan de poorten bij Zwart-Wit weer open voor alle jeugdleden. De jeugdafdeling moet weer groter worden, was het oordeel op de jaarvergadering, afgelopen oktober. Ouders van nieuwe leden moeten echter een verplichte keuze maken. Meehelpen bij vervoer of begeleiding óf extra geld betalen. Dit seizoen meldden de eerste allochtone ouders zich aan om mee te helpen. Het B-elftal wordt getraind door een René Hoogdorp, een Surinamer. De coördinatie is in handen van de Marokkaan Yoessef Bouali.

Bouali, zelf ooit profvoetballer bij Vitesse, kwam een paar jaar geleden door twee neefjes bij de club terecht. Hij ontkent de problemen niet. 'Er zijn hier eigenlijk te veel allochtonen. Ik vind ook dat er meer Nederlanders moeten komen. Ik woon in Nederland, ik wil ook niet alleen tussen de Turken en de Marokkanen zitten. Maar wat het bestuur doet is niet goed. Ze roepen van alles, maar doen niets. Ik raak wel bevriend met de ouders van mijn spelers. Ik heb nu genoeg mensen die rijden. Het bestuur ziet ons allochtonen als een bedreiging of zo. Toen ik zei dat ik er een tweede B-elftal bij wilde, moest ik eerst een papier tekenen. Alles wat fout gaat met vervoer of de boetes die we krijgen is nu helemaal mijn verantwoordelijkheid. Raar toch? Maar ja, ik wil die jongens laten voetballen. Het loopt nu perfect.'

De leider van de D-pupillen, de Surinamer Jeffrey Kalika, heeft geen problemen met zijn team dat bestaat uit meer dan zes verschillende nationaliteiten. Hij ziet geen cultuurverschillen. 'De jongens gaan prima met elkaar om.' De trainer van de D1, Adrie Wander, kan dat beamen. 'Maar als de jongens wat ouder worden, hebben ze meer praatjes. Je ziet dan dat de ouders vaak afhaken.' Benjamin Baan (11), een van de drie Nederlanders in het team, is aanvoerder. 'Als ik wat zeg luisteren ze wel', zegt hij. 'Het gaat goed. Ik speel al mijn hele leven met die jongens.' Van zijn teamgenootje Cihan zou hij best wat harder mogen optreden. Een aanvoerder moet leiding geven. Nog steeds komen maar weinig ouders naar hun zonen kijken. Benjamins moeder Els Baan noemt het aantal allochtonen op de club 'een beetje extreem'. Ze heeft begrepen dat dat aantal teruggebracht zou worden, maar daar merkt ze nog niet veel van. Maar zolang Benjamin er geen last van heeft, stoort het haar niet.

De ochtend op sportpark De Vaan is voor de jeugd, 's middags spelen de seniorenelftallen. De allochtone jeugd gaat naar huis of trapt nog een balletje, terwijl oudere Rotterdammers met hun donateurkaarten het terrein opkomen om te kijken naar het eerste team dat in de hoofdklasse van de zaterdagamateurs tegen de Quick Boys uit Katwijk speelt. Twee jaar speelde het eerste met het Wereldnatuurfonds op de shirts, omdat er geen bedrijf te vinden was die genoeg geld wilde neerleggen voor shirtreclame. Maar sinds vorige maand prijkt de naam van makelaarskantoor Kamerbeek Groep op het tenue. 'Een geschenk uit de hemel', zegt secretaris Oorebeek. Het eerste is het vlaggenschip van de club. Zo was het vroeger, zo is het nog steeds.

Jan Oorebeek heeft in 1965 nog met Leo Beenhakker gespeeld in het Zwart-Wit-elftal dat afdelingskampioen van de zaterdagcompetitie werd. 'Ja, Leo. Mooie vent. Hij kon aardig voetballen en hij had een wereldvoorzet in zijn poten. Ik heb heel wat goals gemaakt op ballen van die gozer.'

Volgens de gemeente Rotterdam moet de club af van het idee dat alle problemen zijn terug te voeren op cultuurverschillen. 'Je moet mensen bij elkaar brengen', zegt Steef van den Boom van de dienst recreatie Rotterdam. En zo staat in een gemeenterapport over ondersteuning van sportclubs onder het kopje 'organiseren van nieuwe activiteiten': 'Eerste weekend in de maand exotische hapjes verkopen die gemaakt zijn door ouders van allochtone leden; laatste weekend in de maand verkoop van oud-Hollandse hapjes.' En: 'Optreden van bandjes, waarin eigen leden spelen'.

De toverwoorden zijn communicatie, voorlichting op scholen en ouders uitnodigen. De gemeente gaat de problemen in kaart brengen en stap voor stap oplossen. Het zal niet makkelijk zijn, maar de club moet af van de gedachte dat de statuten uit 1928 nog de leidraad moeten zijn, betoogt Van den Boom. 'Zwart-Wit zal een afspiegeling moeten zijn van de huidige maatschappij. Van een christelijke vereniging mag je immers verwachten dat ze uitgaan van een mensvisie?'

De oud-spelers van Zwart-Wit '28 die in de gloriejaren de kleuren van hun club verdedigden, staan nu 's zaterdags op 'het dijkje' achter het doel van de tegenstander te kijken. Ze kijken graag terug. Bij de viering van het zeventigjarig jubileum werd dit jaar een videoband gemaakt over de geschiedenis van de club. Geen woord over allochtone leden of problemen met de jeugd.

Het zal erom spannen wie over een paar jaar de eerste regels van het aloude clublied van Zwart-Wit '28 het hardst zullen meezingen: Zwart en Wit dat zijn de kleuren die ons binden vroeg en laat, en wij zullen nimmer treuren als het soms wat minder gaat.

'De club gaat langzaam kapot, maar we hebben gelukkig één troost. Wij zijn niet de enige.'

Dit seizoen meldden de eerste allochtone ouders zich aan om mee te helpen.

'De club draait op vrijwilligers, maar dat is aan Turkse of Marokkaanse ouders haast niet uit te leggen.'

De vernielingen en diefstallen plaatsten de club voor grote financiële problemen.

    • Koen Greven