Een heilige oorlog tegen de cynici; Jewel, wolvenkind tussen de singer-songwriters

De spoken word cassette van A Night without Armor is uitgekomen bij Harper Audio, $12.00.

Ze groeide op in een blokhut in Alaska en veroverde Amerika met haar gitaarliedjes. Met haar tweede cd neemt zangeres Jewel afstand van haar jeugd en muzikale onschuld. Maar naiviteit blijft haar grootste deugd.

Ze heeft een waardevolle voornaam en de handen van koning Midas: sinds Jewel Kilcher in 1994 als singer-songwriter debuteerde, is alles wat ze aanraakte veranderd in goud. Van haar eerste cd Pieces Of You, een mooie verzameling gitaarliedjes in de folktraditie, werden meer dan tien miljoen exemplaren verkocht. Drie jaar later kreeg ze voor het samenstellen van een bundel van haar jeugdpoezie een voorschot van twee miljoen dollar van uitgeverij HarperCollins, en speelde ze onder regisseur Ang Lee een eerste, naar verluidt geslaagde rol in het Burgeroorlog-drama Ride with the Devil. En terwijl de dit najaar verschenen dichtbundel Night without Armor uitgroeit tot een bestseller, komt haar tweede cd Spirit uit - een commercieel succes bij voorbaat.De carriere van de inmiddels 24-jarige Jewel (haar achternaam gebruikt ze zelden) is een Amerikaans succesverhaal. Als dochter van een maatschappelijk werker en een muzikante groeide ze straatarm op in de buurt van het kustplaatsje Homer in Alaska. De familie Kilcher, afstammend van pioniers die in de eerste helft van deze eeuw uit Zwitserland emigreerden, woonde in een blokhut in de bossen zonder elektriciteit en stromend water, tussen de beren en de wolven. Toen Jewel acht was, en al een paar vakanties als zingend wonderkind samen met haar vader en moeder de kroegen van Zuid-Alaska was langsgegaan, scheidden haar ouders. Jewel bleef tot haar vijftiende bij haar vader wonen en verhuisde daarna naar haar moeder in de grote stad, Anchorage. Het verhaal wil dat ze op dat moment zelfs niet van The Beatles had gehoord (“Een vriend zette een plaat op en zei 'Dit is Let It Be' '). Ze was de Kaspar Hauser, het wolvenkind, van de popmuziek.Aangemoedigd door haar moeder, op haar nieuwe cd aangeduid als 'my mom, my manager my mentor and best friend', betrekt Jewel twee jaar later een caravan in Californie en schrijft ze de liedjes voor haar eerste cd.

Haar writer's goldmine is Alaska, met zijn weidse landschappen en ruige provincieleven - en natuurlijk de vergeefse liefde. Maar indrukwekkender dan haar teksten is haar muziek. In haar beste liedjes verenigt Jewel de emotionele melodieusheid van Joni Mitchell met de toegankelijke folk van Suzanne Vega. Een simpele gitaar, heel soms een piano en wat drums begeleidt haar ijselijk gave stem, die afwisselend kinderlijk en (gekleurd door een lichte country-knauw) door-de-wol-geverfd klinkt. Maar hoe verstild en lieflijk Pieces Of You ook is, zoetigheid krijgt zelden de overhand - daarvoor zorgen snelle en onverwachts agressieve liedjes als 'Who Will Save Your Soul?' en het parlando gezongen 'Daddy' een schokkende afrekening met een bemoeizuchtige, tirannieke vader.

Rolling Stone

Pieces Of You werd geprezen: om de klassieke ballades om de aanstekelijke single 'You Were Meant For Me', en om de subtiel-geengageerde tekst van het titelnummer over vooroordeel en discriminatie ('Do you hate her/ 'Cause she's pieces of you?'). Het album kreeg ook kritiek, vooral van recensenten die zich ergerden aan sommige naieve, misplaatst optimistische teksten. 'I was thinking it might do some good', zong Jewel in 'I'm Sensitive', 'If we robbed the cynics and took all their food.' Het is een stelling die ze herhaalt in de Rolling Stone van deze maand, waar ze haar critici van repliek dient en aankondigt dat ze haar winsten zal investeren in de op te richten charitatieve organisatie Higher Ground for Humanity: 'Het idee leeft dat optimisme getuigt van een gebrek aan intelligentie en voortkomt uit beperkte ervaring en naiviteit (-) Cynisme is echt niet verstandiger, het is alleen veiliger.'

We mogen Spirit, Jewels nieuwe cd, dan ook beschouwen als onderdeel van een heilige oorlog tegen de cynici. De onlangs uitgebrachte single 'Hands' begint met de geruststellende verklaring dat we 'allemaal OK' zijn en dat 'de duisternis vooral het licht vreest'; de begeleidende videoclip toont de zangeres ondubbelzinnig als kinderreddende engel in een brandend rampgebied. En in een van de beste nummers van de cd, de zielvol gezongen ballade 'Innocence Maintained', zingt ze: 'We've made houses for hatred/ It's time we made a place/ Where people's souls may be seen and made safe (-) For innocence can't be lost/ It just needs to be maintained.'

Ook in haar vrije verzenbundel A Night without Armor, tegelijkertijd uitgebracht op audio-cassette, breekt Jewel een lans voor onschuld en naiviteit. Wat te denken van een gedicht dat opent met de zin 'We zijn naief genoemd alsof het een vies woord is'? Of van 'I'm Not from Here', waarin ze constateert dat ze 'niet van hier' is en dat ze zich 'met gezond ongeloof' in deze wereld beweegt?

Verloren onschuld is een van de grote thema's uit de Amerikaanse (literaire) cultuur, maar dat wil niet zeggen dat het de bron is van Jewels beste poezie. Veel geslaagder dan de soms kinderlijke verketteringen van het cynisme zijn de door Pablo Neruda beinvloede liefdesgedichten en vooral de kleine poetische observaties. Jewel heeft een scherp oog, en een goed ontwikkeld vermogen om haar 'tales of ordinary madness' in klinkende regels toegankelijk te maken. Soms met een tragikomische wending, zoals in het Dorothy Parker-achtige distichon 'Las Vegas' ('Women who suck their cigarettes/ As though they are giving their hatred head'); soms veel serieuzer van toon.

Zo becommentarieert ze in 'Camouflage' intolerantie en gedwongen lafheid door te vertellen hoe een homoseksuele man zijn best doet om haar met zijn ogen uit te kleden om zichzelf niet verdacht te maken bij een groepje macho's: 'He stomachs my/ breasts dutifully/ like spinach or lima beans/ or other things that/ make one sick/ because he fears/ the red-necks/ at the bar/ are on to him.'

Prullenbak

'Niet alle poezie leent zichzelf voor muziek', schrijft Jewel in het voorwoord van A Night without Armor. In het licht van die waarschuwing is het opvallend hoeveel beter Jewels conventionele gedichten zijn dan haar liedteksten. Toegegeven, de beste dichter-zanger sinds Leonard Cohen is ze niet, maar haar bespiegelingen over eenzaamheid en onzekerheid, erotiek en heimwee naar de weidse landschappen van Alaska zijn zeker niet de 'schoolmeisjespoezie' die de criticasters erin willen lezen.

In het cover-artikel van het kerstnummer van Rolling Stone doet Jewel overigens een dappere poging om haar jeugdwerk te verloochenen. Nadat ze tegen de interviewer heeft gezegd dat 'poezie me eigenlijk niet meer interesseert', verwijst ze ook Pieces Of You naar de prullenbak: 'Uiteindelijk is het een genante plaat. Alsof je al je vuile was buiten hangt (-) Het deed me beseffen dat de mensen koste wat het kost geraakt willen worden. Het kan ze niet schelen of dat door Celine Dion is, door Meat Loaf of door mij.'

Ze vergist zich. Niet alleen in haar onderschatting van het publiek, dat echt wel verschil hoorde tussen haar fragiele liedjes en de suikerspinpop van Dion of de clicherock van Meat Loaf; maar ook in haar beoordeling van haar eigen werk. Want anders dan ze zelf denkt, is Jewels nieuwe plaat niet beter dan haar debuut-cd.

De stem mag voller zijn geworden, de arrangementen intelligenter - de directheid van Pieces Of You is op Spirit nauwelijks te vinden. Met dank aan Patrick Leonard, de voormalige producer van onder meer Madonna, die de in aanleg sterke melodieen van Jewel bedolf onder strijkjes, keyboards en elektrische gitaren, en die het leeuwendeel van de cd een popperige sound meegaf. Het leidde tot zijige nummers als 'Kiss The Flame' en overgeorkestreerde ballades als 'Barcelona'.

De ironie ligt voor het opscheppen: Jewel Kilcher, de ingenue uit Alaska die in haar teksten strijdt tegen het cynisme van de volwassenheid, heeft op Spirit haar muzikale onschuld verloren. Heel begrijpelijk, heel Amerikaans, heel jammer - want het is vooral haar melodieuze wereldvreemdheid die haar bijzonder maakt. Al denkt ze daar zelf wellicht anders over. Zoals ze schrijft in een van de gedichten uit A Night without Armor:

I look at young girls now

(-)and I think

I've been there.

God, have I been there.