Altijd winnen

Fred van Slogteren: Karaktermens Peter Post. Een wielerleven. De Arbeiderspers, 258 blz. f29,90

Er bestaat een inleiding van Peter Post op een wielerboek waarin ongeveer in elke zin het woord 'winnen' voorkomt. Het woord typeert Post. Je ziet het voor je: een renner die verbeten doorstampt op de wielerbaan, met maar een doel voor ogen: winnen. Post heeft nooit willen meewerken aan een beschrijving van zijn wielerleven. Ook nu niet, maar journalist Fred van Slogteren heeft doorgezet. Uit vele gesprekken en bronnen reconstrueerde hij Posts carriere. De regenboogkleuren op de omslag van het boek suggereren ten onrechte dat Post ooit wereldkampioen is geworden. Als ploegleider leverde hij eind jaren zeventig wel wereldkampioenen af: Gerrie Knetemann en Jan Raas.

Post (1933) groeide op in een kinderrijk Amsterdams gezin en was voorbestemd om net als zijn vader slager te worden. Wielrenners waren vond vader, 'nietsnutten die niet werkten'. Vanaf het moment dat zijn vader uiteindelijk toch met zijn toetreding tot de wielrennerij instemde deed Post er alles aan om in dat vak te slagen. Post hield altijd zijn doel voor ogen en hij was keihard. Voor zichzelf en voor anderen. Zo werd hij Keizer (65 overwinningen!) van de Zesdaagse en ploegleider van de meest succesvolle wielerploeg ter wereld. En ook als wegrenner was hij succesvol. De zege in de klassieker Parijs-Roubaix, in 1964, is zijn meest aansprekende.

Geen wielerloopbaan zonder blessures. Bij het baanrennen is de zogeheten 'dubbele zak' een beruchte kwetsuur. De druk van het smalle zadel is in de steeds weerkerende bochten extra groot. Er ontstaan permanent geirriteerde weefselverdikkingen tussen anus en balzak. Ook Post had er weleens last van. Voor een dernykoers in Antwerpen was er zelfs sprake van een open wond. Vlak voor de wedstrijd verging Post van de pijn. Hij liet bij zijn tegenstander, de Belg Verschueren, om enige clementie vragen. Vergeefs. Post was ziedend, hees zich op de fiets, en gaf Verschueren een vreselijk pak slaag.

Hard voor zichzelf, hard voor anderen. Zo'n houding kan niet anders dan tot conflicten leiden. Toen Post eenmaal ploegleider was geworden van TI-Raleigh botste zijn karakter met dat van gevoelige talenten als Roy Schuiten, Steven Rooks en Erik Breukink. Het grootste conflict kreeg Post met een ander groot karakter: Jan Raas. Toen Raas ook ploegleider was geworden, leidde de controverse met Post tot genante vertoningen. Jarenlang reden hun ploegen meer tegen elkaar dan voor eigen winst.

In 1994 moest Post de wielrennerij vaarwel zeggen, toen hij er niet in slaagde een nieuwe sponsor te vinden. Hij nam afstand, werd milder, toonde zijn gevoelens. Ooit had Gerard Veldscholten zich tijdens een bergetappe in de Tour helemaal uit de naad gewerkt voor de ploeg en kwam met tientallen minuten achterstand binnen juist voor het sluiten van de tijdcontrole. Iedereen was weg, maar Post stond nog op zijn laatste renner te wachten. Zwijgend hielp hij de uitgeputte Veldscholten van de fiets en ondersteunde hem naar het hotel. Bij de kamer van de soigneur aangekomen, besefte Post dat hij even uit zijn rol gevallen was. Afgemeten zei hij: 'Hier heb je een dweil. Maak er maar weer een renner van.'