Tinnen soldaten

Psychiater Gilthay zit in de trein met zijn patient, Alexander, de zoon van Koning Willem III. We hebben de sjieke stoomtrein al een paar keer zien tuffen door de Ardennen. Dan zien we het duo nog eens zitten. We horen de coupedeur opengaan, het gezicht van Gilthay licht op. Misschien is het wel een verrassende oude bekende, of zijn het de achtervolgende moordenaars in vermomming. Het is wel weer eens tijd voor enige actie. Nee, het is de conducteur. “We zijn in Parijs, Gare du Nord', zegt hij. Gilthay en Alexander kijken elkaar nog eens aan. Parijs, zie je ze denken. We horen de conducteur in de belendende coupe waarschuwen. “Bereidt u voor.'

Dan volgt het uitstappen in Gare du Nord, dat eigenlijk de hele voorafgaande scene overbodig maakt. Maar voor die antieke coupe was betaald, dus de kijker moet hem vaak zien. Dat uitstappen neemt ook enige tijd in beslag, want Alexander wordt een dagje ouder. De Gare du Nord is een spoorwegmuseum zonder bezoekers en de functie in het verhaal ontgaat mij. De stationschef kijkt Alexander doordringend aan. Het duo loopt verder. Weer zien we de zwijgend toekijkende stationschef. Na vele seconden zegt hij in het Frans voor zich uit dat hij zich Alexander herinnert uit de tijd dat hij koetsier was in Wales.

Wij Alexander is even traag als de tijd waarin het speelt. Mensen bellen en kloppen bij elkaar aan, wachten tot de deur open gaat. De dialogen slepen zich voort. Alle verwikkelingen moeten in woorden worden uitgelegd. Beelden worden nauwelijks gebruikt als informatiebron.

Deze kostbare achtdelige serie is pas bij aflevering vijf op gang gekomen. Het voorafgaande kon in een uur worden verteld. Wat heb ik vaak ongeduldig op mijn horloge gekeken. Maar ja, zonde van het geld om het aantal afleveringen te halveren, want er is fors geinvesteerd. Hele auto- en rijtuigenmusea zijn uitgestald. Een prachtige houten vlucht-Bentley die na een moord moest worden aangeslingerd. Niemand in de buurt heeft het gezien. Kasteeltjes schilderachtige straten, historische panden. Een feest met honderd figuranten. Ik ben bang dat daar te veel energie in is gaan zitten. De mensen lopen verloren tussen al deze opsmuk en grime. Stramme tinnen soldaten zonder psychologie. Koning Willem III is een schurk die zijn vrouw haat. Waarom, is me nog steeds niet duidelijk.

Het verhaal zelf berust slechts deels op de werkelijkheid.

Liever heb ik een hele leugen. Nu vertrouw ik niets meer. In het echt is de zoon van Koning Willem III in 1889 aan een longontsteking overleden. Maar in Wij Alexander is hij beter geworden en stiekem opgeborgen in een inrichting, zodat deze wettige troonopvolger geen gevaar meer kan voor de tweede vrouw Emma en dochter Wilhelmina van Willem III.

Alexanders psychiater, Jan Gilthay, is een onnozele hals. Die moet twintig jaar later in opdracht van een met het koningshuis verbonden arts het kistje vinden waarin de aantekeningen liggen die Alexander aan zijn secretaris heeft gedicteerd. Daartoe moet hij Alexander eindeloos ondervragen. Die gesprekken bieden de gelegenheid tot verfilmde terugblikken. Het duo wordt achtervolgd door twee handlangers van een anarchist die het schandaal van Alexanders bestaan aan de grote klok wil hangen.

Waarom geen Couperus verfilmd of Emants? Zo'n psychologisch verhaal hoeft niet te worden opgespalkt tussen geschiedenisfeitjes komt daardoor dichter bij de historische werkelijkheid. Het is niet waar maar zoiets zou gebeurd kunnen zijn. Voorbeelden te over, zoals het verfilmde Middlemarch van Jane Austen. Ook de Nederlandse televisiegeschiedenis kent hoogtepunten als Bordewijks Karakter met Ko van Dijk als deurwaarder of Couperus' Boeken der kleine zielen. Wij Alexander hanteert het trage televisie-idioom van toen terwijl de verteltechniek zich heeft ontwikkeld. Geef mij dan maar de even snelle als realistische politieserie Unit 13 op zaterdagavond.