Wie weet raad met zwakbegaafde Malou?

OISTERWIJK, 15 DEC. Op verzoek van betrokkenen zijn de namen van de meisjes gefingeerd. Tegen de foto bestond geen bezwaar.

Malou wacht op de Hondsberg al maanden op overplaatsing. Ze is psychiatrisch uitbehandeld. Haar bed kan worden ingenomen door Mimi die ligt te wachten in een isoleercel in het AZU.

Jazeker, ze had intensief contact met Mimi, het meisje dat inmiddels een half jaar in een isoleercel zit van de psychiatrische afdeling van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht (AZU). “Mimi is een hardstikke leuke meid', zegt Malou. “We schreven elkaar en ik stuurde haar thee-zakjes op.'

Malou (18) kent Mimi (16) van het AZU. Ze zaten er begin 1997 samen op de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Mimi verblijft er nog steeds. Met haar gaat het niet goed. Ze is in juni overgeplaatst naar een isoleercel op de volwassenenafdeling. De laatste vijf weken ligt ze vastgebonden aan bed.

Malou ging anderhalf jaar geleden van het AZU naar De Hondsberg in Oisterwijk, naar de afdeling voor zwakbegaafde en gehandicapte kinderen met psychiatrische stoornissen. Ze knapte daar zienderogen op. Haar toestand was afgelopen februari al zo sterk verbeterd dat ze van haar psychiater weg mocht. Maar geen enkele instelling kon of wilde haar hebben. Malou houdt nu al drie kwart jaar de behandelplaats van Mimi in de Hondsberg bezet.

De Hondsberg huisvest sinds de jaren zestig een instelling voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Psychiater Victor Assmann runt er al enkele jaren een psychiatrische afdeling. Het is een van de drie instellingen in Nederland waar uitsluitend zwakbegaafde en verstandelijk gehandicapte kinderen psychiatrische behandeling krijgen.

Assmann en Malou zitten pal naast elkaar aan tafel in het kantoortje van de psychiater. Minister Borst (Volksgezondheid) heeft zojuist via haar woordvoerder laten weten dat ze niets kan doen aan de toestand van Malou en Mimi; dat de zorginstellingen onderling een oplossing moeten vinden voor het overplaatsingsprobleem.

Malou is tenger en kwetsbaar. Ze heeft grote donkere ogen en kort zwart krullend haar. Haar lippen trekken licht van de zenuwen. Het is haar eerste interview. “Je hebt nog nooit zo dicht tegen me aangezeten', grapt Victor Assmann. “Ik durf nu wel', antwoordt ze.

Malou was vijftien toen ze van huis weg liep. “Ik was vaak ziek. Lag veel op bed. Ik wilde naar India.' (Het land waar haar Nederlandse adoptie-ouders haar als klein meisje vandaan haalden.) Ze kwam niet verder dan Duitsland.

De eerste keer dat ze opgenomen werd in het AZU was na haar eerste zelfmoordpoging. “Ik had een heleboel pillen geslikt. Ik wilde dood.' Er zouden nog drie serieuze pogingen volgen.

Na een jaar vruchteloze behandeling plaatste het ziekenhuis Malou weer terug in het ouderlijk huis. “Om iets te forceren. Er zat geen schot in', zegt Assmann. Maar binnen een week was ze weer terug bij het AZU. Het was thuis uit de hand gelopen. “Ik zat met aanstekers te rotzooien', vertelt ze koeltjes. Ernstige brandwonden merken haar boezem buik en benen.

Tijdens de tweede termijn in het AZU verbeelf ze vaak en lang in de isoleercel. Op De Hondsberg, waar ze uiteindelijk voorjaar 1996 naar toe kon, ging het aanvankelijk niet veel beter. “Ik wilde geen pillen, niet praten, niet eten, niet drinken.' Malou deed de eerste maanden haar mond niet open. Maar uiteindelijk werkte de aanpak van psychiater Assmann. Ze gaat nu naar school (voorbereidend Mavo), is voorzitter van de Kinderraad, tennist en doet aan breakdance.

In februari van dit jaar beschouwde De Hondsberg haar als uitbehandeld. Ze kon wat Assman betreft over naar een gewone instelling voor verstandelijk gehandicapten, een omgeving waar ze voor de nazorg het beste op haar plaats zou zijn.

“Ze is weliswaar niet verstandelijk gehandicapt maar heeft wel voorlopig de sfeer van zo'n omgeving nodig', legt Assmann uit. Maar de starre regels van de Nederlandse gezondheidszorg, die moeilijk raad weet met types zoals Malou, gaf haar tot nog toe geen kans.

De Indicatiecommissie, de autoriteit die bepaalt waar patienten als Malou naar toe mogen, weigerde een overplaatsing, aldus Assmann. Omdat Malou een IQ heeft van 81, valt ze in de categorie zwakbegaafden en mag ze van de commissie niet naar een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Want gehandicapten hebben een IQ van beneden de 70.

“De commissie hanteert de IQ-grens veel te rigide', constateert Assmann die bovendien het gevoel heeft dat instellingen huiverig zijn om moeilijke kinderen als Malou op te nemen - omdat ze extra geld kosten, en omdat ze 'een probleem' kunnen gaan vormen.

Assmann wil niet uitsluitend denken vanuit het IQ. “Ik wil ook denken vanuit de zorg die het kind nodig heeft.' De zwakbegaafde Malou komt volgens de psychiater het best tot zijn recht bij een instelling voor verstandelijk gehandicapten. En met Malou nog een andere patient van De Hondsberg - die volgens de criteria van de Indicatiecommissie niet naar een instelling voor verstandelijk gehandicapten mag. “De Inspectie voor de gezondheidszorg deelt mijn visie', constateert Assmann. “Maar ja, de Inspectie kan de Indicatiecommissie niet overrulen.'

De Hondsberg probeert nu, ten einde raad, buiten de commissie om een overplaatsing te regelen naar een gepaste instelling. Mocht de Indicatiecommissie bezwaren houden, dan stapt de Hondsberg naar het ministerie van VWS. “Dan gaan we naar de staatsecretaris', zegt Assmann.

“Echt waar?', vraagt Malou. “Mag ik dan mee, dan gaan we samen.' Ze lacht guitig.

Malou is ongeduldig geworden van het wachten, constateert Assmann. “Vorige week kwam ze bij me. Waarom ga ik gewoon niet naar huis?' Assmann heeft haar beloofd te bekijken of het thuis kan.

Met kerstmis gaat Malou met haar zus en moeder naar Londen. En in India zal ze ooit ook nog wel eens komen. “Ik wil naar India. Maar ik ga er niet voor weglopen. Ik wacht tot het kan.'