Holbrooke zet Milosevic onder druk; Na bloedbad in Kosovo

BELGRADO, 15 DEC. Een bloedbad onder Albanezen en een kennelijke wraakactie tegen Serviers hebben gisteren het bestand in Kosovo onder zware druk gezet. De Amerikaanse gezant Holbrooke probeert vandaag in een ingelast gesprek de Joegoslavische leider Milosevic tot terughoudendheid te bewegen.

Het Joegoslavische persbureau Tanjug meldde gisteren dat Joegoslavische grenswachten in een vijf uur durend vuurgevecht “zeker dertig” Albanese infiltranten hadden gedood. De Albanezen waren volgens Tanjug wapensmokkelaars die de grens tussen Albanie en Kosovo waren overgestoken. Ze zouden zijn gekleed in uniformen van het Kosovo Bevrijdingsleger UCK - dat het Servische gezag in Kosovo bestrijdt - of insignes van het UCK dragen. Bij het vuurgevecht, nabij de grensdorpen Gorozup en Liken, zouden twaalf Albanezen gewond zijn geraakt. Een grote hoeveelheid wapens en munitie zou door de grenstroepen zijn buitgemaakt.

Een team van waarnemers van de OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, ging later gisteren naar het gebied en meldde dat 31 Albanezen waren gedood, onder wie een vrouw. Negen infiltranten waren gevangen genomen onder wie twee gewonden.

Gistermiddag werden in een kennelijke wraakactie, in Pec in het westen van Kosovo, zes Servische burgers doodgeschoten door een gemaskerde man, die een Servisch cafe binnenging en in het wilde weg begon te schieten. Drie Serviers werden gewond.

Het bloedbad aan de grens is het grootste sinds de Amerikaanse gezant Richard Holbrooke en de Joegoslavische president Milosevic het op 12 oktober eens werden over een bestand in Kosovo gevolgd door een terugtrekking van Servische politietroepen en Joegoslavische legereenheden, de terugkeer van Albanese vluchtelingen naar hun dorpen en de komst van tweeduizend OVSE-waarnemers. Het bloedbad van gisteren wordt gezien als een verhoging van de druk op het toch al wankele bestand. Holbrooke zei zondag al naar aanleiding van de dood van dertien Albanezen op een dag zich grote zorgen te maken over het toenemende aantal geweldsincidenten in Kosovo en de druk die ze uitoefenen op het bestand.

Met het oog op het gevaar van een nieuwe opleving van het geweld in Kosovo heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright, gisteren Richard Holbrooke gevraagd naar Belgrado te gaan voor nieuw overleg met Milosevic. Holbrooke, die in Europa is in een poging te bemiddelen in de kwestie-Cyprus, spreekt Milosevic vandaag nog. Volgens de woordvoerder van het State Department moet hij de Joegoslavische president “een paar waarheden voorhouden over de noodzaak van volledige en scrupuleuze nakoming van zijn verplichtingen onder de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN”.

De noodzaak van een nieuw gesprek tussen Holbrooke en Miloševic is mede urgent door recente dreigementen van Milosevic aan het adres van de interventiemacht die de NAVO in het aan Kosovo grenzende Macedonie legert. Die strijdmacht moet OVSE-waarnemers uit Kosovo evacueren als die in gevaar zouden komen te verkeren. Milosevic heeft gedreigd dat zo'n missie als agressie zal worden beschouwd en dat het Joegoslavische leger gewapenderhand zal optreden als het tot een evacuatiemissie komt.

Een andere Amerikaanse gezant, Harold Koh, onderminister van Buitenlandse Zaken voor mensenrechten en democratie, zal vanaf vandaag bij een bezoek aan Joegoslavie hameren op de noodzaak van democratisering. (Reuters, AP, AFP)