Hervormingen in Rusland zijn niet mogelijk

Corruptie onder de heersende elite in Rusland vormt een groot obstakel voor het doorvoeren van hervormingen, menen Joeri Buhrer Tavanier en Dilia Ham. Het Westen moet alleen onder stringente voorwaarden financiele hulp geven. Alleen zo kan voorkomen worden dat het geld op de verkeerde plaats terechtkomt.

De huidige crisis in Rusland is niets meer dan een logisch vervolg van een eeuwenoude Russische politieke cultuur die vooral wordt bepaald door persoonlijke verrijking, corruptie en intriges. Hoewel de factoren steeds verschillen is er de laatste honderd jaar weinig nieuws onder de zon. Zo hadden samenzweringen aan het Russische hof vaak maar een doel: het winnen van de aandacht van de tsaar of de partijleider om zo invloed en privileges te verkrijgen. Ook de huidige crisis is hiervan het gevolg.

De Russische staat is altijd erg zwak geweest. De staatsinstellingen waren log en inefficient en genoten weinig gezag. Ze hadden daardoor weinig moeite met het consequent uitvoeren van beslissingen. In het huidige, zogenaamd 'democratische' Rusland, is niet goed duidelijk welke instituten beschikken over welke bevoegdheden. Bovendien overlappen de bevoegdheden van de verschillende autoriteiten elkaar. Ook bestaan geen duidelijke grenzen tussen de rechten en plichten van de federale en de regionale autoriteiten. Het ontbreken van een scheiding der machten zorgt er daarnaast voor dat wetten niet of onjuist worden toegepast.

Omdat gezag in de eerste plaats persoonsgebonden is, houden slechts weinigen zich aan de wet. De Russische bovenklasse concentreerde zich tot het begin van deze eeuw traditioneel in de directe omgeving van de tsaar. Er werd gestreden om diens gunsten, die zowel politieke als economische voordelen met zich meebrachten. Hetzelfde gebeurde tot voor enkele weken rondom president Boris Jeltsin. Hij nam de democratie waar hij eens zo trots op was steeds minder serieus en vertoonde de laatste jaren steeds meer autoritaire trekken. Naar eigen goeddunken verleende deze tsaar gunsten aan de in het Kremlin aanwezige adel.

De bijnaam 'tsaar Boris' heeft hij echter niet alleen aan zichzelf te danken, maar ook aan zijn directe omgeving. Ook nu hechtte men meer waarde aan zijn gunsten dan aan 'de wet'. Omdat men die wet niet serieus neemt - en overtreding niet beslist betekent dat men wordt bestraft - tieren misdaad en corruptie welig.

In Rusland heerst thans een wild kapitalisme waarin men geld en functies niet verkrijgt door ervoor te werken, maar middels corrupties en connecties. Al ten tijde van de tsaar ontvingen edelen economische privileges vooral in ruil voor politieke steun. Dit betekende dat zij het land beheerden en zorgden voor de inning en afdracht van betalingen. Zij staken geld in eigen zak, maar althans een deel van de belastingen kwam zo toch nog terecht in de staatskas. Tegenwoordig heeft een zeer beperkte groep 'magnaten' het grootste deel van de industrie in handen. Het merendeel van hun bezittingen hebben zij op illegale wijze verkregen. Zij zijn gezamenlijk zo machtig, dat het voor de huidige overheid bijna onmogelijk is tegen hen op te treden. Bovendien heeft een aanzienlijke hoeveelheid van het regeringspersoneel grote financiele belangen bij de huidige situatie. Zij verdient geld met haar eigen zaken of verricht arbeid voor de oligarchie. Elke versteviging van de staatsmacht en elke personele wisseling kan voor hen schadelijk zijn. Boris Berezovski, naar eigen zeggen de invloedrijkste magnaat, heeft openlijk toegegeven dat een ieder die succesvol zaken doet zonder uitzondering banden heeft met ambtenarij en regering.

Een sterke president met verregaande bevoegdheden - volgens een recente opiniepeiling gewenst door eenderde van alle Russen - zou in staat moeten zijn de macht van deze magnaten te breken.

Hij kan hen oppakken en hun bezit confisqueren.

Een hernationalisering van het staatsbezit, zoals eens voorgesteld door communistenleider Gennadi Zjoeganov, is misschien nog niet zo'n gek idee. Het probleem is echter dat zo'n sterke president momenteel ontbreekt. Vaak hoort men als voorbeeld van een 'sterke man' de namen van politici als de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov, of Aleksandr Lebed, de gouverneur van Krasnojarsk. Loezjkov heeft echter zelf teveel banden met enkele magnaten (zo hij zelf niet een van hen is). Lebed zou volgens eigen zeggen de corruptie hard aanpakken, maar hij wordt direct gesteund door Berezovski. Volgens een opiniepeiling is negentien procent van de Russen er niettemin van overtuigd dat Lebed als eerste in aanmerking zou komen om een dictatuur te vestigen.

Toen Jeltsin een half jaar na zijn herverkiezing in 1996 onverwacht van zijn ziekbed herrees, zei hij: “Peter de Grote heeft zijn hervormingen niet kunnen afmaken. Catherina de Grote heeft haar hervormingen niet voltooid. Alexander de Tweede heeft zijn hervormingen niet afgemaakt. Het is de grootste tijd dat iemand zijn hervormingen kan afmaken. Die iemand zal ik zijn.' Het moge duidelijk zijn dat Jeltsin in de rij van Peter en Catherina kan worden opgenomen. Jeltsin is inmiddels net zo'n mummie als zijn voorgangers Brezjnev en Tsjernjenko. In augustus van dit jaar werd het tijdperk-Jeltsin dan ook voorgoed afgesloten. Het is de afgelopen zeven jaar niet gelukt 'democratie' en 'kapitalisme' in Rusland te vestigen.

Wil men nu daadwerkelijk hervormingen doorvoeren, dan zal het functioneren van het regime zelf als eerste moeten worden aangepakt. De groep bankiers en industrielen is er uiteraard alles aan gelegen om dit tegen te gaan.

Hoewel zij steevast beweren te streven naar een 'normaal' functionerende staat, hebben zij er belang bij om de chaotische situatie te behouden. De lichamelijk en politiek verzwakte Jeltsin kan voor hen nu nog maar weinig betekenen. Zij zijn daarom naarstig op zoek naar een politicus die Jeltsin zal kunnen opvolgen. Een politicus bovendien, die zij kunnen vormen en die minder onafhankelijk zal opereren dan Boris Jeltsin dat deed. Het zal ons niet verbazen, als dat Loezjkov of Lebed zal zijn.

Zolang misdaad diep geworteld blijft in het bestuurlijk systeem van Rusland, is het onmogelijk het land werkelijk te hervormen. Het Westen zou er dan ook goed aan doen Rusland geen leningen meer te verschaffen. Al het geld dat Rusland wordt ingepompt, komt op de verkeerde plaats terecht. Het IMF heeft al te veel geld verspild en heeft terecht besloten de kraan voorlopig dicht te draaien. Wanneer het IMF er begin volgend jaar alsnog voor kiest om financiele hulp te geven, dienen hier heel strikte voorwaarden aan te worden gesteld. Het geld mag alleen worden besteed op een door de 'gever' bepaalde manier, aan de door de 'gever' bepaalde doelen. Deze uitgaven dienen scherper gecontroleerd te worden dan voorheen. De Russische mensenrechtenactiviste Valeria Novodvorskaja zei afgelopen zomer in het maandblad Transitions terecht: “Heb geen medelijden met ons. Geef ons geen vis als we honger hebben. Geef ons liever een hengel en zeg ons waar we aas kunnen vinden.' Het Westen zal de hengels wel verstrekken maar hoeft er niet, zoals premier Primakov heeft gevraagd, ook nog eens de vis bij te leveren.