Haven R'dam wil invloed houden op groei

ROTTERDAM, 14 DEC. De verkoop van overslagbedrijf ECT aan onder meer het gemeentelijk havenbedrijf Rotterdam is bijna rond. De politiek moet zich deze week uitspreken over de dubbelrol van de gemeente als havenbeheer- der en ondernemer.

De Rotterdamse gemeenteraad stemt waarschijnlijk donderdag in met het voorstel van B en W een belang van 30 procent te nemen in containeroverslagbedrijf ECT. Daarmee wordt de havenbeheerder, in casu het Gemeentelijke Havenbedrijf Rotterdam (GHR), tevens ondernemer - een ontwikkeling die ingaat tegen de trend van de terugtredende en privatiserende overheid.

Het gemeentebestuur van Rotterdam meent echter goede argumenten te hebben om financieel en bestuurlijk betrokken te zijn bij de ontwikkeling van ECT, als dat voor 50 procent eigendom wordt van het kapitaalkrachtige Hongkongse concern Hutchison Whampoa zoals in de bedoeling ligt.

ECT is met terminals in het Eemhavengebied en op de Maasvlakte het grootste containeroverslagbedrijf in West-Europa. Voor de Rotterdamse haven is het bedrijf van 'eminent belang', zoals havenwethouder Hans Simons (PvdA) afgelopen vrijdag in een toelichting zei. Er werken 2400 mensen en de afgeleide werkgelegenheid bedraagt het viervoudige, aldus Simons. ECT sloeg vorig jaar zo'n vier miljoen containers over, circa 75 procent van alle containers die in Rotterdam werden behandeld. Het bedrijf voorziet verdere groeien als Hutchison Port Holdings (HPH, een dochteronderneming van Hutchison Whampoa) het dagelijkse management in handen krijgt, zoals uitdrukkelijk in de bedoeling ligt.

Hutchison Whampoa, een concern met een beurswaarde van circa 75 miljard gulden, heeft verzekerd dat het van ECT zijn belangrijkste bedrijf in West-Europa wil maken. Het Hongkongse concern is niet zomaar een partner: het is het grootste onafhankelijk haven- en overslagbedrijf ter wereld, is actief in zeventien havens in Azie, aan beide kanten van het Panama-kanaal en in Europa (waaronder het Engelse Felixstowe).

Het behandelt ongeveer 10 procent van het mondiale containervervoer (ruim 13 miljoen 20-voet containers in 1997). Hutchison Port Holdings heeft volgens betrokkenen een kleine 350 miljoen gulden voor de helft van ECT over - aanmerkelijk meer dan de huidige eigenaren verwachtten - omdat het daarmee een belangrijke vestiging krijgt op het Europese vasteland.

De huidige eigenaren van ECT, P&O Nedlloyd, Pakhoed, Internatio-Muller (elk ruim 30 procent) en de NS (ruim 8 procent), willen van hun belang af omdat ECT de drie laatste jaren op een omzet van tussen de 620 en 650 miljoen slechts 40 miljoen gulden winst maakte. Te weinig in de ogen van de drie grootaandeelhouders, die om diverse redenen dringend behoefte hebben aan geld. Pogingen van onder meer het Gemeentelijke Havenbedrijf om een 'Nederlandse oplossing' voor ECT te vinden bleven vruchteloos. Hutchison Whampoa, dat de boeken van ECT de afgelopen weken onderzocht, deed het verreweg hoogste bod en liet bovendien blijken samenwerking met de lokale overheid op prijs te stellen. Ook in andere havensteden werkt Hutchison nauw samen met lokale havenbeheerders.

Bij gebrek aan belangstelling van Nederlandse investeerders voor overname van of deelneming in ECT, en gezien de betekenis voor Rotterdam van het containervervoer - de enige havensector waar nog grote groei verwacht kan worden - had Simons twee opties: de toekomst van ECT overlaten aan de markt of 'pragmatisch' zelf een aandeel nemen om invloed bij de strategische besluitvorming te verwerven. Hij verkiest het laatste.

ECT zal worden overgenomen door een holding, die gelijkelijk eigendom wordt van twee vennootschappen, een van Hutchison en een van een Nederlandse consortium met het Gemeentelijk Havenbedrijf, de Nationale Investeringsbank en, waarschijnlijk, NS Cargo en haar Duitse zuster (en beoogd fusiepartner) Deutsche Bahn Cargo.

Overeengekomen is dat voor strategische besluiten een gekwalificeerde meerderheid nodig is. De gemeente kan via het GHR-belang van 30 procent een blokkerende minderheid vormen.

Er is nog een andere reden waarom Rotterdam via het Havenbedrijf betrokken wil blijven bij de ontwikkeling van ECT. De gemeente heeft de afgelopen jaren 475 miljoen ten behoeve van ECT in havenfaciliteiten geinvesteerd en zal nog eens circa een half miljard steken in de aanleg van vijf terminals voor grote containerrederijen op de Maasvlakte. HPH heeft beloofd mee te werken aan voltooiing van dit project, wat voor Rotterdam van groot belang is.

De gemeente betaalt voor haar 30 procent een kleine 200 miljoen. Daartoe wordt 100 miljoen aan de reserves van het Havenbedrijf onttrokken. De rest wordt betaald met gewone leningen die zullen worden afgelost met de dividenduitkeringen. Het financiele risico lijkt beperkt.

In politieke termen betekent het Rotterdamse ondernemerschap in ECT - zo zal havenwethouder Simons de raad voorhouden - dat er weinig is te verliezen en veel te winnen. Resteert alleen het probleem dat het Gemeentelijk Havenbedrijf, meer dan ooit, twee petten op heeft: die van ondernemer en die van havenbeheerder. Daarover zal in de raad nog een hartig woord gesproken worden.