RELIKWIE; De onderbroek van Reinier Paping

Wielrenners zijn gek op kranten. Wanneer ze een mistige bergtop hebben bereikt en zich opmaken voor een lange afdaling, grijpen ze dankbaar de door toeschouwers aangereikte kranten.

Ze stoppen ze onder hun trui als bescherming tegen de kou. Schaatsers kenden deze methode al lang. Voordat ze aan een lange tocht beginnen kleden ze zich met Jagerhemdjes en -onderbroeken en wentelen ze zich in krantenpapier. Een krant onder de trui kan nog aangenaam zijn, maar een krant in de broek zit nooit lekker. Vraag maar aan schaatsers hoe dat kriebelt, prikt en schuurt in de liezen. Reinier Paping had iets nieuws bedacht. Hij liet een stukje zeemleer in zijn onderbroek naaien. Niet alleen in het kruis, maar ook aan de voorkant. Lekker zacht en lekker warm - al zijn zachtheid en warmte maar betrekkelijk tijdens de Elfstedentocht. Zoals in de winter van 1963 toen het verschrikkelijk koud was. Zo koud dat velen bijna een bevroren kruis opliepen. Paping had daar betrekkelijk weinig last van. Heerlijk met een stukje zeemleer in zijn broekje schaatste hij naar Leeuwarden, waar hij als eerste aankwam. Nu ligt het broekje in het Schaatsmuseum in Hindeloopen. Bijna alles wat herinneringen aan Papings triomf levend houdt, ligt daar warm achter glas. Alleen de zonnebril niet, klaagt museumbaas Gauke Bootsma. Waar is die zonnebril gebleven?