De vergiet-moraal; Japan begrijpt zichzelf niet meer

Japanse jongeren zijn losgeslagen. Westers materialisme heeft zich in hun leven genesteld; tegelijkertijd laat het bindweefsel van de Japanse cultuur los. Ze zien dat de elite zich verrijkt door corruptie en zich verlustigt in betaalde seks. Striptekenaar Kobayashi en anderen vragen zich af of Japan als land opnieuw uitgevonden moet worden.

We wisten wel wat er gebeurde, maar beseften niet dat dit omkoping heet

De grootste slachtoffers zijn brave kinderen die hun ouders nog geloven

Een veertienjarige jongen die een scholier van een lagere school ombrengt, het hoofd afsnijdt en het vervolgens op de poort van de school plaatst. Een plotselinge golf van aanslagen door gif in blikjes drank te spuiten en ze daarna in de schappen van supermarkten terug te zetten. Twee parlementsleden verdacht van corruptie: een gearresteerd, de ander pleegt bijtijds zelfmoord. Huiszoekingen en arrestaties wegens corruptie bij de ministeries van Financien, Defensie en Volksgezondheid en de centrale bank. Directieleden van een aantal grote multinationals die terechtstaan voor het doorsluizen van geld richting de georganiseerde misdaad of omkoping van ambtenaren. Schoolmeisjes van vijftien, zestien jaar oud die zich vrijwillig prostitueren om dure merkkleding of hun mobiele telefoon te kunnen betalen. Het hoofd van een middelbare school die op zijn beurt geld uit deze trend slaat door een escort-service op te zetten gespecialiseerd in frisse schoolmeisjes.

Het gist en borrelt in de Japanse samenleving. Ook al behoren de Japanse straten nog immer tot de veiligste op deze aardbol, de criminaliteit bereikte afgelopen jaar een naoorlogs record. Vooral jeugdcriminaliteit is sterk gestegen. Een adviesraad van het ministerie van Onderwijs sprak eerder dit jaar over “morele degeneratie in de gehele samenleving'.

Er is reden genoeg om zulke officiele grootspraak met een korreltje zout te nemen, maar het gevoel dat de Japanse samenleving ontspoort leeft niet alleen bij de overheid. “Er zijn steeds meer jongeren die niet inzien waarom ze het leven van een ander zouden moeten respecteren. Het aantal moorden door jongeren stijgt en zal voorlopig blijven stijgen', meent bijvoorbeeld de socioloog Shin'ichi Miyadai, die al jaren onderzoek doet onder jongeren.

Maar het probleem met de term 'morele degeneratie' van het ministerie is, zoals veel commentatoren stellen, dat het land nimmer een concept als 'moraal' - een van buiten aangereikt, definitief onderscheid tussen Goed en Kwaad - heeft gekend. Het is niet zonder reden dat in de boven vermelde rij incidenten ook de top van het landsbestuur en het bedrijfsleven ruim is vertegenwoordigd. Vrijwel elke week toont het televisienieuws wel weer de beschaamde gezichten van witte boorden - zonder stropdas - in de arrestantenwagen. Is er een antwoord op deze toestanden?

Los zand

Tussen de clubs voor 'seksuele massage' en andere vleselijke geneugten in Tokio's uitgaanswijk Kabukicho prijst een roze neonreclame een 'eerste-liefdeprogramma' van dertig minuten a honderd gulden. Wie meer wil kan het duurdere 'geliefdenprogramma' kiezen. De noviet in deze wereld van cryptogrammen - prostitutie is immers officieel verboden - kan zijn licht opsteken bij de uitgebreide marktonderzoeken waarin talloze morsige weekbladen zich specialiseren.

In een kelder onder een stripteasetent in deze wijk is praatcafe Loft/plus-one gevestigd, een bruin cafe met een podium waarop elke avond sprekers een actueel thema aansnijden. Hier spreken Japanners zich uit tegen de samenleving die drijft op het bevredigen van materiele behoeften. Vanavond beklaagt Takaya Shiomi, een man van middelbare leeftijd, zich op het podium over het kapitalisme dat een materialistische samenleving heeft gecreeerd die 'als los zand aan elkaar hangt'. Shiomi, voormalig lid van het Japanse Rode Leger, lijkt een sterke heimwee te hebben naar onbestemde dagen toen mensen zich een voelden. Zoekend naar woorden probeert hij zijn levensgevoel een filosofische basis te geven: “De kern van het individu, zijn 'subject-zijn', ligt niet in het individu zelf maar moeten we zoeken in het volk.'

Stijgende misdaad heeft in Nederland geleid tot een debat over de (on)mogelijkheid van een moraal zonder religieuze basis. Dit debat bestaat niet in Japan, om de simpele reden dat Japan geen religie kent waar men iets als de Tien Geboden uit de kast kan trekken om de mensen weer op het juiste pad te zetten. Voor de oorlog was er het Keizerlijk Edict over Opvoeding, dat het kind gehoorzaamheid gebood aan ouders, en de burger absolute trouw aan troon en staat. Maar de Amerikaanse bezetter heeft dit geschrift in 1945 naar de prullenbak verwezen omdat het zou hebben bijgedragen aan de opkomst van militarisme. Er is geen religie met een imperatieve kracht om nu op terug te vallen.

Het is de vraag of er in hedendaags Japan uberhaupt geloof bestaat in absolute normen met imperatieve kracht. Politici en andere vertegenwoordigers van het establishment zeggen graag dat het land een rechtsstaat is. Maar is het dat wel? Na de jaarlijkse aandeel- houdersvergaderingen van de grote Japanse bedrijven publiceert de politie elk jaar het aantal - niet de namen - van bedrijven waar sokaiya afpersers, op de vergadering aanwezig waren. Niet alleen het afpersen zelf, maar ook het betalen van afpersers is sinds een aantal jaren illegaal. Wil dit dus zeggen dat de politie deze bedrijven binnenvalt om hun relatie met de sokaiya te onderzoeken? Nee.

Nu en dan loopt een bedrijf tegen de lamp en zet justitie zijn tanden in een zaak, maar dit heeft meer te maken met pech voor het bewuste bedrijf dan met rechtvaardigheid. Ook pechvogels zijn de vier ambtenaren van Financien die eerder dit jaar zijn gearresteerd wegens corruptie. Ze hadden informatie doorgespeeld aan bedrijven in ruil voor etentjes en andere verwenpartijen.

Na deze arrestaties organiseerde Financien direct een intern onderzoek waarbij ambtenaren zelf moesten opgeven hoe vaak ze door het bedrijfsleven waren getrakteerd. Tegelijkertijd verschenen uitgebreide verhalen in de krant hoe bijvoorbeeld ambtenaar X zeshonderd keer per jaar - drie feesten per avond - door banken in de watten werd gelegd. Het interne onderzoek van Financien eindigde met disciplinaire straffen voor ambtenaren zoals korting op het salaris. Twee topambtenaren werden de laan uitgestuurd.

Het leek voor het publiek alsof gerechtigheid geschiedde, maar veel vragen blijven open. Waarom zijn die twee topambtenaren niet in afwachting van een rechtszaak, net als de vier die justitie te pakken wist te krijgen? Als ze geen strafbare activiteiten hebben ondernomen, waarom is dan wel hun carriere gebroken? Waarom is er na het interne onderzoek geen enkele verdere arrestatie gepleegd?

De kern is dat de feestjes op kosten van het bedrijfsleven een geaccepteerde praktijk waren, zoals de advocaat van een van de gearresteerden dan ook (tevergeefs) tot diens verdediging aanvoerde. Het was gangbaar totdat justitie papieren in handen kreeg waaruit bleek dat er minder schone praktijken plaatshadden. Financien probeerde vervolgens met man en macht de vuiligheid in eigen huis te houden, en offerde twee hoge ambtenaren op om het verontwaardigde publiek te tonen 'recht' te hebben gesproken.

Rechtsstaat 'Japanse stijl' kwam ooit ter sprake bij een toevallige ontmoeting 's avonds laat tijdens een lange treinreis. De gesprekspartner was een jurist werkzaam bij een semi-overheidsorganisatie. Glimlachend schudde hij ontkennend zijn hoofd op de vraag of Japan zich in zijn ogen kwalificeerde als rechtsstaat.

Hij wijdde uit over het begrip 'vergiet-wet'. Een voorbeeld. Wegens publieke verontwaardiging over corruptie onder politici zijn deze verplicht de ontvangst van giften te registreren, maar men maakt een uitzondering voor kleine giften. De grote gift wordt opgesplitst in honderd kleine giften. Niemand die vraagt hoe vaak een politicus kleine giften van dezelfde persoon ontvangt.

Bij thuiskomst na de treinreis blijkt het begrip 'vergiet-wet' keurig in het woordenboek te zijn opgenomen: “Een wet die geen enkele reele regulerende kracht heeft omdat hij vol zit met ontsnappingswegen, net zoals een vergiet geen water vasthoudt.' De wet als schaamlap.

Sprekend over moraal komen sommige Japanners met het specifieke Japanse principe van Wa, harmonie. Maar Wa is ook te zien als juist de oorzaak van alle corruptie van ambtenaren politici en zakenlieden. Onderling de harmonie bewarend geven ze elkaar schouderklopjes en financiele vergoedingen. Zo betaalde een farmaceutisch bedrijf ruim een miljoen gulden aan een brievenbusonderneming van een hoogleraar voor 'leiding geven aan onderzoek'. De directeur en hoogleraar zijn gearresteerd wegens corruptie en het bedrijf verklaart: “We beseften niet dat dit omkoping is.' Een heerlijk vage formulering die valt te lezen als: we wisten wel wat er gebeurde maar beseften niet dat dit omkoping heet. Totdat justitie het kwam uitleggen.

Sterke reflex

Maar teruggrijpen op de groep, zoals Japanners doen die over harmonie als Japanse waarde praten, is een sterke reflex. En dus komt iemand als de verstokte communist Shiomi in cafe Loft/plus-one met 'het volk' als ultieme gemeenschap waarin het individu zichzelf - zijn 'subject-zijn' - vindt.

Op het podium van Loft/plus-one haalt zijn gesprekspartner, de jonge, welbespraakte socioloog Shin'ichi Miyadai, hem echter keihard onderuit: “Het Japanse volk bestaat niet. Japanners zijn in de loop der geschiedenis overal vandaan komen aanwaaien. En wat doe je met de minderheden van hedendaags Japan: de Koreanen, de Ainu de mensen van Okinawa?' Miyadai oogst applaus en Shiomi blijft het antwoord schuldig.

Miyadai's bijdrage aan de discussie die avond klinkt verfrissend, vrij van gezever over 'volk', 'harmonie' en 'subject-zijn'. Miyadai, geboren in 1959 en hoogleraar sociologie aan de Gemeentelijke Universiteit van Tokio, verdiept zich vooral in jongeren en heeft een hele reeks boeken en krantenartikelen hierover op zijn naam staan. In een boek van enkele jaren terug meldde hij reeds 'meer dan zesduizend jongeren' te hebben geinterviewd.

Hij blijkt een pessimist met een optimistische instelling te zijn. Hij lacht om de vraag of Japan een rechtsstaat is: “Japan is vanouds geen samenleving die is gebaseerd op vaststaande regels. Voor de modernisering van Japan in de negentiende eeuw regeerden de shoguns in naam van de keizer terwijl ze zelf de macht hadden gegrepen. Hun macht was dus in feite al gebaseerd op een leugen.' Miyadai ziet een voortzetting van die ontwikkeling in het huidige Japan, dat hij in zijn geheel karakteriseert als een 'samenleving van leugens', een uitspraak die dezer dagen in Japan geenszins uitzonderlijk is. Maar het positieve van de huidige problemen is dat ze tonen dat er beweging zit in de samenleving.

Ook Miyadai constateert dat Japan geen theoretische basis als het christendom heeft om een algemeen geldende moraal op te bouwen.

De mensen hebben zogezegd geen 'psychologische ruggengraat'. Dat dit vroeger geen probleem opleverde en nu wel, heeft volgens hem te maken met de ontstaansgeschiedenis van modern Japan. In premoderne tijden lagen de standen vast en was vrij reizen niet mogelijk, zodat de meeste mensen nimmer hun dorp verlieten. Moraal was een kwestie van samenleven met de buren: “Kinderen werden vroeger door een buurt opgevoed waarin hun vanzelf de gedragsregels werden bijgebracht.'

Met modernisering en verstedelijking zijn buurten ontstaan waar geen enkele binding meer is. De American Dream deed zijn intrede, het nucleaire gezin dat is voorzien van koelkast, wasmachine en auto. Terwijl vader zich lange uren uitsloofde op het werk, werd opvoeding de exclusieve taak van moeders in hun moderne buitenwijken waar niets over was van het gemeenschapsidee. En, zegt Miyadai, “het concept huisvrouw het idee dat alleen een moeder verantwoordelijk is voor de opvoeding bestaat in Japan pas sinds de oorlog'.

Deze 'opvoeding' verwerd uiteindelijk tot een stoomcursus voor toelating tot de beste scholen en universiteiten. Nadat welvaart eenmaal vanzelfsprekend was, zijn ouders zich gaan richten op het hoogst bereikbare voor hun kroost, via vele avonden bijscholing. Scholen verwerden tot leerfabrieken, hetgeen in de jaren tachtig heeft geleid tot een golf van gewelddadigheid en vernielingen op scholen. Scholen zijn nu weer rustiger, maar dit komt vooral doordat veel kinderen de school hebben opgegeven. Twee procent van de kinderen tot vijftien jaar weigert naar school te gaan.

Miyadai categoriseert zodoende de spraakmakende activiteiten van de huidige generatie jongeren als 'de zoektocht naar de vierde ruimte'.

Met name jongeren in de grote steden hebben het opgegeven om hun 'thuisbasis' te zoeken in huis, op school of in de buurt, waar het idee van gemeenschap verdwenen is. Die 'vierde ruimte' ligt op straat - met excessen als kinderprostitutie en drugsgebruik - of in de virtuele wereld van Internet en computerspelletjes. Een van de succesvolste jonge programmeurs van computerspelletjes in Japan is juist iemand die als kind nimmer z'n school heeft afgemaakt.

Miyadai's analyse van de ontwikkeling van modern Japan komt, terugkerend naar de basis van goede zeden, er in de kern op neer op dat er geen 'gemeenschap' meer is waarin vanzelf regels ontstaan. De oude dorpssamenleving is voor de oudere generatie nog deels vervangen door bijvoorbeeld ministerie, bedrijf, of religieuze sekte. Maar het is tevens in naam van deze organisaties dat ambtenaren of bedrijfsdirecteuren hun corruptie bedrijven.

In de huidige economische crisis is er voor jongeren niet meer automatisch plaats nadat ze eenmaal klaar zijn om de maatschappij binnen te stappen. “De grootste slachtoffers zijn eigenlijk de brave kinderen die hun ouders geloven en denken dat na een goede opleiding een goede baan en een gelukkige toekomst volgt', zegt Miyadai. “Maar dat bestaat niet meer. Nu zie je dat twintigers zich verraden voelen en zich met geweldsuitbarstingen op hun ouders afreageren.' Kort na ons gesprek kwam het bericht dat een 25-jarige werkloze, thuis wonende man in Tokio met een keukenmes zijn moeder om het leven had gebracht en op de vlucht was geslagen.

Jongeren kijken zodoende ook met andere ogen naar de relaties die volwassenen in deze 'gemeenschappen' onderhouden. Ze zijn voor jongeren “leugenachtig', zo schrijft ook psychiater Rika Kayama, een andere jonge mediaster op het gebied van jongerenonderzoek, afgelopen maand in het tijdschrift Sapio.

“Jongeren zien niet in waarom ze goede banden moeten onderhouden met mensen die toevallig in hetzelfde bedrijf werken of dezelfde universiteit hebben bezocht', schrijft Kayama. Een heel simpel materieel gemak geeft jongeren de kans gelijkgestemden te zoeken in heel andere kringen: de mobiele telefoon. Naast gebruik voor veel prietpraat constateert zij ook vriendschappen tussen schoolmeisjes die elkaar nimmer in levenden lijve hebben ontmoet maar over de telefoon al hun sores kunnen bespreken. Voor deze meisjes zijn dit 'pure vriendschappen', aldus Kayama. Voor de fricties die deze ontwikkelingen opleveren is volgens Miyadai maar een oplossing: de overgang van een traditionele gemeenschap naar een moderne samenleving.

Mythe

Maar bij het genoemde gebrek aan een abstracte basis voor de regels van deze samenleving, menen sommigen toch dat alleen 'Japan' het morele vacuum kan vullen. Deze zomer wierp de populaire striptekenaar Yoshinori Kobayashi zijn fanatieke lezersschare het 'landsbelang' als maatstaf toe in zijn boek Verhandeling over de Oorlog (eerder op 23 september in deze krant besproken). De heldendaden van voorouders tijdens de Tweede Wereldoorlog moeten als voorbeeld dienen voor een generatie die slechts nog aan materieel genot denkt.

Kobayashi is moderner dan Shiomi in de zin dat hij bewust over het 'land' spreekt en niet over 'volk'. Hij weet maar al te goed dat het oude verhaal dat de Japanners zo'n homogeen volk zijn, vooral mythe was. In zijn kantoor in Tokio blijkt hij, geboren in 1953, er ook modern uit te zien: halflang, achterover gekamd haar en gitzwarte kleding. Wie modern echter gelijk stelt aan Westers, vergist zich deerlijk. Zijn uitgesproken opvattingen zouden hem in Nederland niet tot de gevierde schrijver maken die hij in Japan wel is.

Volgens Kobayashi zijn er door het verlies van de oorlog in Japan kwalijke zaken als individualisme en democratie het land binnengebracht. Democratie is in Japan een mislukking en het concept van universele waarden is grote onzin. “Dit komt er alleen maar op neer dat het Westen zijn waarden oplegt aan andere landen.'

Kobayashi gaat net als Miyadai uit van de constatering dat voor de Japanner een individuele morele basis als het christendom ontbreekt. Het hele idee van 'individu' is de Japanner eigenlijk vreemd, aldus Kobayashi en daarom heeft het naoorlogse individualisme slechts geleid tot bevrediging van eigen behoeften als het ultieme levensdoel. Dit egoisme is vervolgens de oorzaak van de huidige corruptie in ambtenarij en bedrijfsleven, en criminaliteit onder jongeren.

Zodoende kiest Kobayashi het land als samenbindend middel en maatstaf der zeden. “Als je het land ontkent dan komt er ook nooit gemeenschapszin tot stand. We moeten een ethiek creeren die in het hele land functioneert. Het land is de eerste begrenzing van gemeenschapszin, daarna komt de buitenwereld' zegt Kobayashi. De “ontkenning van het land' is volgens hem nu precies wat er na de oorlog in Japan is gebeurd omdat de buitenwereld Japan als oorlogsmisdadiger afschilderde. Jonge Japanners is op school een hekel aan hun eigen land bijgebracht. Zodoende begint hij zijn Verhandeling over de Oorlog, na zijn gal te hebben gespuid over het heersende egoisme, met een beschrijving van de Tweede Wereldoorlog vanuit een ongebruikelijke optiek: de opofferingsgezindheid van voorgaande generaties ten bate van Japan.

Zijn werk is een groot succes onder jongeren en ouderen. Er zijn van dit werk inmiddels bijna een half miljoen exemplaren verkocht het dubbele van zijn normale verkoopcijfers.

Sommige lezers laten tranen bij het lezen over de offers van hun voorouders en schrijven hem: 'Dit heb ik nooit geweten'. “Niet iedereen hoeft het met me eens te zijn', zegt Kobayashi, “maar als sommige jonge lezers de boodschap oppakken en doorgroeien in de maatschappij, een enkeling wordt wellicht politicus, dan zal er vanzelf iets veranderen.'

Het is de vraag wat er dan precies gaat veranderen, want Kobayashi blijkt vooral een romanticus. Gevraagd naar praktische ideeen om de huidige corruptie in de politiek en ambtenarij aan te pakken, verzucht hij na lang aandringen: “Eigenlijk was de Edo-periode veel beter'. De Edo-periode was de periode van absolutistisch bestuur die tot halverwege de negentiende eeuw duurde. Een samurai kon in die dagen naar believen een gewone burger het hoofd afhakken, maar Kobayashi smacht naar die dagen.

Wegens de grote populariteit van Kobayashi's boek wijdde een commerciele televisiezender begin november een drie uur durende marathondiscussie aan dit werk. Terwijl de Japanse deelnemers elkaar in de haren vlogen over Kobayashi's interpretatie van de oorlog, gaf de Zuid-Koreaanse hoogleraar Kang Sang-jung - geboren, getogen en werkend in Japan - het zinnigste commentaar op dit boek. “De voortgaande economische liberalisering in Angelsaksische stijl is onverenigbaar met cultureel conservatisme', aldus Kang. Mensen als Kobayashi, die terug willen naar oude waarden, zullen dus de strijd aan moeten gaan met mainstream Japan dat heeft gekozen voor verdere modernisering. Maar ook al is Japan die weg ingeslagen, het gevaar ligt, aldus Kang, in de aantrekkingskracht van oude waarden en nationalisme voor de verliezers de afvallers in de economische omwenteling.