31 december 12u30

Hoeveel guldens gaan er vanaf 1 januari in een euro? Dat is de spannende vraag waarmee 1998 wordt uitgeluid. Pas op 31 december is de koers bekend en die koers gaat per 1 januari volgend jaar in. Vanaf dat moment is de gulden geen zelfstandige munt meer, maar een coupure van de euro, zoals een kwartje een coupure is van de gulden. Het zou handig zijn als de euro-guldenkoers nu al bekend zou zijn.

Dat zou met name de banken een hoop zenuwen schelen in het lange weekeind tussen oudejaarsdag en de eerste werkdag op 4 januari waarin zij al hun systemen naar euro's moeten omzetten. Maar de methodiek waarmee de Economische en Monetaire Unie tot stand komt, staat in de weg.

Er zijn op dit moment twee zaken bekend: per verdrag staat al vast dat op 31 december een euro gelijk is aan een ecu. De ecu is de European Currency Unit, die binnen de Europese Unie geldt als verrekeningsmunt. Daarnaast zijn in mei door de regeringsleiders van de EMU-landen alvast de onderlinge koersen vastgesteld waartegen de valuta's van de elf toekomstige EMU-landen in de euro opgaan. Een Duitse mark is straks bijvoorbeeld gelijk aan 1,12674 gulden, wat er ook gebeurt.

Als een ecu nu al hetzelfde zou zijn als een euro, dan zou het geen probleem zijn om de koers van de gulden te bepalen. Maar de ecu is een mandje van Europese valuta's dat uit meer munten bestaat dan alleen de munten van de toekomstige EMU-landen. In het ecu-mandje zitten ook de Griekse drachme, de Deense kroon, en vooral het zwaar wegende Britse pond. Die doen niet mee met de euro, en hebben dan ook geen vaste koers gekregen ten opzichte van de andere munten. Zij zweven nog vrijelijk, terwijl de EMU-munten onderling al vaste koersen hebben gekregen. Vooral het pond zorgt ervoor dat de gulden-ecu koers nog dagelijks fluctueert.

Om de zaak nog verder te compliceren, gaan de Finse mark en Oostenrijkse shilling wel op in de euro, maar maken zij, door de late toetreding van Finland en Oostenrijk, geen deel uit van het mandje van de ecu. De Zweedse kroon gaat niet op in de euro, want Zweden doet niet mee, maar de Zweedse kroon weegt niet mee in de ecu.

Europa heeft het zichzelf dus niet gemakkelijk gemaakt met de vaststelling van de koers van de euro. Wat gaat er nu precies gebeuren op de 31ste december? In feite, zo legt ABN Amro's muntunie-specialist E. Schuitemaker uit, hetzelfde wat er elke dag gebeurd bij de vaststelling van de officiele koers van de ecu.Elke nationale centrale bank 'prikt' elke dag op hetzelfde tijdstip een koers van zijn munt tegenover een externe munt.

Dat is altijd de Amerikaanse dollar omdat dat een van de meest liquide (meest verhandelde) valuta is en dus het meest betrouwbaar en het moeilijkst door marktpartijen te beinvloeden.

De koers van de nationale munt ten opzichte van de dollar wordt vervolgens naar de Nationale Bank van Belgie gestuurd. Die past de weging van de verschillende nationale munten in het ecu-mandje er op toe, en weet vervolgens hoe de koersen van de nationale munten zich verhouden tot de ecu.

Dat gebeurt allemaal ook op 31 december om half twaalf 's ochtends, maar nu wordt er een euro gefabriceerd. De nieuwgeboren euro krijgt dezelfde koers tegenover de dollar (en via de dollarkoers tegenover alle andere niet-euromunten) die de ecu op dat moment heeft, want een euro is volgens de afspraak op dat moment gelijk aan een ecu.

En de gulden? Die krijgt via zijn dollarkoers en zijn daaruit voortvloeiende ecu-koers van half twaalf zijn eurokoers. Die kan niet meer wijzigen: de onderlinge koersen van de euromunten worden onbeperkt gegarandeerd door de centrale banken.

Na half twaalf gaan, zo is in Europees verband besloten, de vastgestelde eurokoersen van de nationale munten tegenover de euro als voorstel naar de Europese Commissie. Die maakt om half een op haar beurt de koersen publiek bekend, en stuurt ze als voorstel naar de Raad van Ministers van de Europese Unie. De voorzitter van de Raad de Oostenrijkse minister van Financien Edlinger, maakt om half twee bekend dat de Raad al dan niet akkoord is. En om 6 uur 's avonds worden de geaccordeerde koersen gepubliceerd in een officieel stuk van de Europese Gemeenschappen.

Pas dan weet iedereen echt helemaal zeker wat de guldenkoers is tegenover de euro.

Maar aangenomen wordt dat het voorstel van de Commissie (om half een) een zeer kleine kans maakt om nog te veranderen. Banken beginnen de eurokoersen in hun systemen door te voeren op basis van het besluit van de Raad van Ministers, dus om half twee.

De koers van de gulden is dus om half twee officieel bekend en krijgt zes cijfers. 2,22675 gulden per euro bijvoorbeeld, of 2,21016 zoals op basis van de ecu-koers van gisteren. Dat is afhankelijk van het koersverloop van de wel-ecu, maar niet-euromunten (zoals het Britse pond) in de krap drie weken die nog te gaan zijn. Het kan zelfs, hoe klein de kans ook is, ook nog precies 2,20000 gulden worden. Moet het Britse pond nog wel een stukje opschuiven.