Zuckerman belaagd

Philip Roth: I Married a Communist. Jonathan Cape, 323 blz. f49,-

Hoe politiek is het persoonlijke? Dat viel bij Philip Roth altijd reuze mee. Vanaf zijn verhalendebuut Goodbye Columbus (1959) tot en met Sabbath's Theater (1995) toonde hij ondubbelzinnig aan dat zijn joods-Amerikaanse achtergrond hem meer bezighield dan de roep om engagement die vooral in de jaren zestig menig auteur dwong tot stellingname. Hoewel hij in The Great American Novel (1973) probeerdede politieke Amerikaanse werkelijkheid een plaats in zijn fictie te geven bleef de roman steken in een parodie. Uiteindelijk zou hij met zijn dubbelganger Nathan Zuckerman een personage creeren waaraan hij de contemporaine geschiedenis van Amerika kon spiegelen, zoals in American Pastoral (1997) dat de verloren onschuld na de Vietnam-oorlog als thema heeft.

In I Married a Communist wordt Zuckerman teruggevoerd naar de realiteit van de Koude Oorlog, of anders gezegd de McCarthy-periode met zijn heksenjacht op alles wat afweek van het gedachtengoed van de stereotype WASP. De inmiddels 65-jarige Nathan Zuckerman heeft zich verschanst in de bossen, als een Thoreau-achtige kluizenaar die geen boodschap meer heeft aan de hectiek van New York en het rumoer van de actualiteit. Maar hoe paradijselijk zijn Walden ook is, de werkelijkheid laat hem niet met rust.

Gedurende zes dagen dringt de geschiedenis van Amerika zijn bespiegelende leventje binnen door een ontmoeting met zijn oom Murray. Zuckerman leent zijn oor aan de 90-jarige leraar Engels, die zich tijdens zijn arbeidzaam leven aan de culturele verheffing van joodse en zwarte kinderen in Newark wijdde. In een lange monoloog vertelt hij Nathan het tragische levensverhaal van zijn broer Ira Ringold, een marxistische rouwdouw die in de jaren vijftig furore maakt als radio-acteur en Lincoln-imitator. Op het hoogtepunt van zijn roem trouwt Ira met de ex-Hollywood actrice Eve Frame ('The Sarah Bernhardt of the airwaves') die haar joodse komaf altijd heeft verheimelijkt. Het huwelijk loopt op de klippen door het gestook van haar sadistische dochter Sylphide. Ira's moeizaam bevochten maatschappelijke succes wordt in een klap ongedaan gemaakt als Eve in haar schandaalboek I Married a Communist meldt dat Ira een Moskou-spion en gewelddadige bruut is geweest.

Tot zover de anekdote. Het was duidelijk niet alleen Roths ambitie om de botsingen tussen een revolutionaire Newarkse jood en zijn hysterische, steenrijke echtgenote als metafoor voor de aanvaringen tussen het links-liberale deel der natie en de FBI onder president McCarthy te gebruiken.

Hoewel we hem weinig horen in deze verkapte ontwikkelingsroman, is Zuckerman de feitelijke hoofdpersoon. Wanneer de stukjes van de legpuzzel van het verleden eenmaal op hun plaats zijn gevallen, leren we met terugwerkende kracht hoe Nathan is geworden wie hij is en hoe ingrijpend de heksenjacht onder McCarthy voor de privelevens van de personages is geweest. Oom Murray brengt Nathan op de middelbare school in contact met de literatuur en wekte zijn aspiraties als schrijver. Diens broer, Ira, een straatvechter die zijn joods-Amerikaanse frustraties camoufleert met marxistische grootspraak blijft de noodlottige gevangene van zijn komaf. In zijn jeugd flirt hij met het Italiaanse gangstermilieu van Newark, tijdens zijn militaire dienst wordt hij de leerling van een marxistische soldaat en gedurende zijn radio days vecht hij zich binnen in het milieu van de jetset van Manhattan door met een rijke actrice te trouwen. In het zenith van de roem komt hij ten val. 'Hij was weer terug bij de chaos waarmee het allemaal begon,' concludeert Murray verbitterd.

Roth heeft ruim tweehonderd pagina's nodig om de fascinatie van de jeugdige Zuckerman voor de strijdbare Ira Ringold te onderbouwen. Diens retoriek over de gecorrumpeerde idealen van Amerika en de heroiek van de zwoegende arbeider wordt zo breed uitgesponnen, dat de verveling regelmatig op de loer ligt. Pas wanneer Zuckerman gaat studeren en van een jonge promovendus krijgt ingepeperd dat propaganda en literatuur elkaars erfvijanden zijn, is het alsof Roth weer thuiskomt. Dan poneert hij bij monde van zijn protagonist een aantal ideeen over de rol van de schrijver die tot nadenken stemmen. Helaas is I Married a Communist voor het grootste deel net iets te voorbeeldig.

De dialogen zijn weliswaar virtuoos en het poetische slot is van een klassieke schoonheid, maar de boodschap van de roman is zo politiek correct. Waar is de roekeloze en vileine Roth van weleer gebleven? Verschuilt hij zich achter een masker van integriteit om stijlvol zijn gram te kunnen halen? I Married a Communist is namelijk meer dan een boek over het verstikkende maatschappelijke klimaat onder McCarthy. Het leest ook als een literaire wraakoefening op zijn ex-echtgenote Claire Bloom die na haar scheiding van Philip Roth diens tekortkomingen als vader en echtgenoot in Leaving a Doll's House (1996) publiek maakte.

Wilde de schrijver keihard terugslaan? Dan werkt deze roman als een kanon op een mug. De particuliere muizenissen van Roth en zijn ex-echtgenote zijn namelijk niet wereldschokkend genoeg voor een roman van dit kaliber. Dat moet hij ook begrepen hebben, want hij mikte op iets ambitieuzers. De evocatie van het verdwenen Newark, het latente antisemitisme in het naoorlogse Amerika de heksenjacht onder McCarthy en zijn rancune jegens Claire Bloom moesten samen een roman opleveren die meer was dan de som der delen. Kennelijk woog die ambitie tijdens het schrijven van I Married a Communist als een loden last. Had hij het persoonlijke niet zo politiek laten worden, dan was I Married a Communist misschien een hoogtepunt in zijn oeuvre geworden. Nu heeft Roth ons opgescheept met een knap geconstrueerde proeve van links-liberale correctheid.