Ruisende rokken, sensuele salsa's; Etnisch dansen

Vroeger diende men de foxtrot te leren en fanatieke danslustigen gingen 'volksdansen'. Nu doet de invloed van Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse immigranten zich op de dansvloer gevoelen. In buurthuizen en dancings proberen steeds meer Nederlanders zich ritmisch en sensueel te bewegen.

Op de muur zit behang met levensgrote palmbomen, langs de kant staan tafels met drijfkaarsjes en door de hele ruimte heen hangen slingers gekleurde lampjes. Onder de lichten dansen Surinamers, Antillianen Zuid-Amerikanen en Jordanese vrouwen met hoog opgestoken blond haar. Dit is niet een danstent op een zwoel strand ergens in de Caraiben, maar een omgetoverd betonnen buurthuis in Amsterdam-West.

Een zwarte jongen met zwarte baret en donker pak laat een Aziatisch meisje om zich heendraaien. Achterlangs, voorlangs en weer dicht tegen zich aan. Zij kijkt hem onafgebroken aan, hij kijkt overal behalve naar haar - een contrast met zijn benen die bij momenten tussen die van haar begraven lijken. Elke zondagavond is het buurthuis vol bedreven salsero's. Antillianen en Surinamers die de van oorsprong Cubaanse dansstijl van kinds af aan hebben meegekregen en een nieuwe lichting Nederlandse liefhebbers die soms stakerig, soms soepel de bekken draaiende bewegingen uitproberen. Bij de bar staat een legertje vrouwen te wachten tot ze ten dans worden gevraagd. Want anders dan in de rest van het uitgaansleven zijn mannen hier in de minderheid.

'Etnisch dansen', ofwel 'niet-Westers dansen', is de laatste jaren in opkomst - vooral bij vrouwen, en met name bij vrouwen van dertig jaar en ouder. Ze doen flamenco, salsa, buikdansen, samba, merengue, adowa uit West-Afrika, tango en gafueira. Ze volgen workshops, cursussen, gaan op reis naar de landen waar de dans oorspronkelijk vandaan komt en leren als het even kan de taal. De redenen om voor een bepaalde dans te kiezen zijn divers: omdat je het in je eentje kunt doen (flamenco), omdat je het met een man moet doen (salsa), omdat het er voor zorgt dat je goed 'geaard' raakt (Afrikaanse dans), omdat het zo moeilijk is dat je er volledig door in beslag wordt genomen (flamenco), omdat het vrij simpel is zodat je al snel een beetje meekomt (salsa).

Het hoeft niet bij lessen en cursussen te blijven: je kunt Afrikaans dansen bij de vele concerten van Afrikaanse muzikanten en wie graag salsa danst, kan in Amsterdam en andere steden elke avond wel ergens het geleerde in praktijk brengen. Buurtcentra, nachtclubs en cafes draaien tot vroeg in de ochtend de gewenste muziek, en dansscholen organiseren avonden met dj's, waar leerlingen en andere adepten voor een lage toegangsprijs de hele avond komen dansen.

Dansleraar Rini Kersten organiseert in Utrecht, in Centro Utrero, aan flamenco verwante activiteiten als concerten, workshops en zanguitvoeringen. In Amsterdam, in een achterruimte van het Spaanse cafe-restaurant Duende, wordt de hele week les gegeven en op zaterdagavond vrij gedanst. Anders dan salsa is flamenco erg ingewikkeld en minder makkelijk spontaan te doen. Zelfs de gevorderde leerlingen van flamencodanseres Nuria Manglano hebben schroom zich in het gewoel te mengen.

Voor Nanny Schuijtvlot (49) was de complexiteit van deze dans juist de reden dat ze er zeven jaar geleden door gegrepen werd. In een periode van moeilijke persoonlijke omstandigheden begon ze met flamencoles, want “als klein meisje wilde ik al het kind van zigeuners zijn, om die mooie kleren'. Al had ze niet eerder gedanst, Schuijtvlot wilde zich nu zo snel mogelijk de ritmes, het voetenwerk en de handgebaren eigen maken. Een tijd lang nam ze elke dag les. “Het werd een verslaving. Als ik me concentreerde op al die bewegingen dan was het in mijn hoofd tenminste stil.' Inmiddels volgt ze nog twee lessen per week, maar door overbelasting lijdt ze nu aan ischias. Tijdens de les van Nuria Manglano doet Schuijtvlot, in broek en op platte schoenen, voorzichtig mee.

De andere leerlingen, lange smalle Hollandse vrouwen, dragen soepele rokken tot op de enkel, die deel uitmaken van de dans. Terwijl hun voeten roffelen als hagelstenen op een glazen dak, zwaaien de danseressen de rok van links naar rechts.

Nuria Manglano legt duidelijk uit hoe ze moeten bewegen: “Je wilt gaan vliegen, maar bedenkt ineens dat je dat niet kan', en ze klemt haar wijd gespreide armen tegen haar borst. Soms slaan de opmerkingen op de gezichtsuitdrukking: 'Kijk als een stierenvechter die de stier wil ontwijken', 'Wees trots!', 'Kijk smartelijk!'. Bij flamenco zijn de bewegingen van voeten en armen het belangrijkst, het bovenlichaam moet stil blijven. “Als ik met overgave aan het dansen ben, ga ik van enthousiasme te veel op en neer hippen', zegt Schuijtvlot. “Maar ik streef naar statigheid.'

De zondagse dansavond in buurthuis 'El Centro' in Amsterdam-West wordt georganiseerd door Ben Bron, oprichter en leraar van dansschool 'Fuente de Salsa Ben Bron'. Volgens Bron is de groeiende belangstelling voor salsa en andere niet-Westerse dansvormen het gevolg van het Nederlandse vakantiegedrag. “Nederlanders hebben genoeg van ballroomdansen. Ze willen het hele lichaam bewegen. Als ze dan op vakantie gaan naar Cuba, wat de laatste jaren heel populair is, of naar de Antillen, en daar die inheemse dansvormen zien, willen ze dat weer terug in Nederland ook uitproberen.'

In 'El Centro' dragen de meeste vrouwen een kort zwierig salsa-rokje dat bij een pirouette opfladdert tot boven het kruis. De mannen zijn in pak, sommigen op cowboylaarzen, anderen met lichtgevende Nikes. Na elk nummer wisselen de dansers van partner. Meestal vragen de mannen, soms ook de vrouwen.

Riette Mellink (35) danste vroeger Afrikaans, doet sinds zeven jaar Braziliaans en is drie jaar geleden begonnen met salsa. Ze zegt nooit 'nee' tegen een dansverzoek, want 'van iedereen is iets te leren'.

Mellink is er een tijdje uit geweest en heeft nu moeite haar partners te volgen. “Dat is sowieso het moeilijkste van salsa, het aanvoelen waar je partner met je heen wil.' Het heeft haar twee jaar gekost voor ze zich kon laten leiden. “Ik zie het dansen als een taal. De ene man versta je, de ander niet. Als vrouw moet je stoppen met zelf denken en je door zijn blikken en handdrukken laten sturen. Het is een kwestie van aandurven, die intimiteit van buik tegen buik, been tussen been. Maar als dat lukt, is het fantastisch. Ik ben het plezier in los dansen nu helemaal kwijt.'

Met platte voeten, naar voren en naar achteren klappend bekken en een gekleurde pareo om de heupen geknoopt imiteren zeven vrouwen en vier mannen de bewegingen van hun lerares Rebecca Atanga uit Ghana. Afrikaans dansen doe je in je eentje, of, zoals bij de cursus en bij voorstellingen, in een groep. In Afrika hebben de dansen die Atanga hier doceert allerlei specifieke toepassingen: de 'adowa' wordt gedanst bij begrafenissen, de 'lusi' bij verhuizingen en de 'wama' bij de huwelijksceremonies van jonge mensen. Voor de cursus combineert Atanga verschillende danspassen tot choreografieen, zodat de Westerse leerlingen het makkelijker kunnen leren.

Yvonne Helms (35) vult nagenoeg al haar vrije tijd met dansen: ze volgt iedere week twee lessen West-Afrikaanse dans, een les Egyptische buikdans en ze treedt op als danseres met de groep Africa 2000. Vijf jaar geleden zocht ze iets 'opzwependers' dan het jazzballet dat ze tot dan toe deed.

“Toen was het nog moeilijk om ergens les te krijgen. Nu is er, tenminste in de Randstad, een groot aanbod van leraren.' Bij Westerse dansvormen moet je je altijd zo inhouden, vindt Helms. “Je kunt je nooit helemaal laten gaan en daarbij moet je ook nog eens je ledematen in allerlei onnatuurlijke houdingen zetten. Bij de dansen die ik nu doe, voel ik me eindelijk geaard, door die platte voeten en de gebogen knieen. Je staat lager bij de grond. Dat heeft op mij een rustgevend effect.'

Het zwaartepunt van het Afrikaans dansen ligt in de buik, die wordt aangestuurd door het bekken. Hoe snel en opzwepend de muziek ook wordt, de bewegingen blijven steeds 'rond' en vrouwelijk, vindt Yvonne Helms. Net als bij salsa, al draait het bekken hier van links naar rechts, in plaats van naar voor en achter. Het prettige van de salsacultuur en de Afrikaanse dans, zeggen Helms en Mellink, is dat je ongestoord in je eentje uit kunt gaan. Wie alleen ergens naar toe gaat, vindt altijd wel een partner. En hoe intiem er ook gedanst wordt, de dans op zichzelf houdt geen vanzelfsprekende belofte in van verdere seksuele ontwikkelingen. Riette Mellink: “Je bent in het Nederlandse uitgaansleven gewend om behoedzaam te zijn. Je mag wel flirten, maar nooit te veel, want dat kan verkeerd geinterpreteerd worden. Bij salsa speelt dat helemaal niet. Hier geldt de code: je danst en er hoeft niets meer. En intussen is het wel heel sensueel. Wat niet wil zeggen dat er niet heel veel gespeculeerd wordt. Want in het salsawereldje zit iedereen ontzettend op elkaar te letten en te gissen wie wat met wie heeft.' Mellink noemt het salsadansen 'een gesublimeerde vorm van seksualiteit'. “Maar', voegt ze er aan toe, “er ontstaan op de dansvloer natuurlijk ook de nodige liefdes, met een niet-gesublimeerde vorm van seksualiteit.'

Koorenhuis Den Haag voor Afrikaanse dans, Indiaas, Orientaals, flamenco salsa, Black Movement (Afro-Surinaamse dans gecombineerd met salsa en Westerse stijlen), 070-3422722