OM vraagt bij hof heropening vooronderzoek; Moord studente Groningen

LEEUWARDEN, 10 DEC. Het gerechtelijk vooronderzoek tegen de verdachte in de zaak van de moord op de achttienjarige Groningse studente Anne de Ruijter de Wildt moet worden heropend. Dit heeft de landsadvocaat gisteren betoogd voor het gerechtshof in Leeuwarden.

De staat wil het onderzoek hervatten omdat, aldus de landsadvocaat “na het horen van nieuwe getuigen nieuwe belastende bezwaren' tegen de verdachte naar voren zijn gekomen.

De rechtbank in Groningen besliste op 10 september in kort geding dat het openbaar ministerie (OM) onmiddellijk het onderzoek tegen de 23-jarige glazenwasser J.M. uit Leek moest staken. De rechtbank kwam tot die uitspraak omdat justitie de verdachte eerder schriftelijk had meegedeeld “dat van verdere vervolging zou worden afgezien'. Justitie mag iemand die een kennisgeving van niet-vervolging heeft gekregen alleen opnieuw vervolgen als er nieuwe belastende aanwijzingen zijn. Daarover beschikte justitie, volgens de rechtbank, destijds niet.

Anne de Ruijter de Wildt werd vorig jaar op Koninginnedag vermoord gevonden in de buurt van het Noorderstation in Groningen. Naar aanleiding van een compositietekening wordt M. op 1 juli 1997 gearresteerd. Hij zal zes weken in voorlopige hechtenis zitten. Op het lichaam van de studente zijn twee haren gevonden. Vergelijkend DNA-onderzoek in het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk wijst echter uit dat die niet van M. kunnen zijn. Hij wordt vervolgens wegens gebrek aan bewijs op 12 augustus op vrije voeten gesteld. Dat bewijs is er nu wel, beweerde landsadvocaat mr. F. Bleichrodt gisteren voor het hof in Leeuwarden. Aanleiding is een uit mei daterend artikel in het weekblad Elsevier. Hierin bleek dat getuigen die M. een alibi verschaften mogelijk hebben gelogen. “Het vonnis (van de rechtbank) belemmert het onderzoek dermate dat nieuwe tips over M. niet kunnen worden onderzocht', aldus Bleichrodt.

Een “trial by media' met Amerikaanse kenmerken zo omschreef M.'s advocaat mr.

D. Keuning de gang van zaken rondom zijn client. Keuning meent dat zijn client, die niet aanwezig was, door alle publiciteit over de zaak de mogelijkheid op een eerlijk proces is ontnomen. Keuning verwijt het OM zijn handelwijze af te stemmen op de publiciteit, mede over de Stichting Groningen Veilig, opgericht door Annes vader. Die ziet als een waakhond toe op het functioneren van de Groningse politie en justitie en schuwt daarbij de publiciteit niet. Twaalf van de 36 moorden die de afgelopen zes jaar in Groningen zijn gepleegd, zijn onopgelost gebleven. Volgens Keuning manifesteert de stichting zich te nadrukkelijk. “Ook de regionale media hebben elke dag nieuwe ontwikkelingen gemeld inzake de moord. Zo zouden telkens nieuwe getuigen opduiken waaruit blijkt dat het alibi van mijn client niet zou deugen.' Het hof doet voor 20 januari uitspraak.