Twintig procent kinderen nooit naar school

ROTTERDAM, 8 DEC. Twintig procent van de kinderen tussen 6 en 12 jaar in ontwikkelingslanden gaat nooit naar school. Dertig procent gaat wel naar school, maar krijgt zo slecht of kort onderwijs, dat ze niet de noodzakelijke basisscholing krijgen. In totaal leven er 625 miljoen kinderen tussen 6 en 12 jaar in ontwikkelingslanden op de wereld. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde State of the world's children 1999 van de VN-kinderorganisatie Unicef.

Het rapport, dat jaarlijks wordt gepubliceerd, staat dit jaar geheel in het teken van onderwijs. Vrijwel overal krijgen meisjes slechter en minder onderwijs dan jongens. In totaal zullen in 2000 nog 855 miljoen mensen (voor tweederde vrouwen) analfabeet zijn, bijna een zesde van de wereldbevolking.

De situatie is het slechtst in Afrika ten zuiden van de Sahara. Daar gaat maar 57 procent van de kinderen naar de basisschool en daarvan haalt maar tweederde de vijfde klas, de minimaal nuttige schoolopleiding. Volgens Unicef en vrijwel alle andere ontwikkelingsorganisaties is onderwijs meer dan alleen een recht voor ieder kind (vastgelegd in de door vrijwel alle landen erkende Conventie inzake de Rechten van het Kind, 1989). Geletterdheid heeft ook een positief effect op de gezondheidszorg, de bevolkingsgroei en de economie.

De VN hebben zich tot doel gesteld - en dat werd in 1990 door een groot aantal landen vastgelegd in een conferentie in het Thaise Jomtien - in het jaar 2000 zeker 80 procent van alle kinderen een basisschoolopleiding te geven en te laten voltooien. Dat doel wordt dus niet gehaald. Maar volgens Unicef is het relatief goedkoop om in 2010 honderd procent van de kinderen naar school te krijgen: 14 miljard gulden per jaar, minder dan er per jaar in Europa aan de consumptie van ijs wordt uitgegeven, aldus het Unicef-rapport.