Vergoeding voor dwangarbeiders

ROTTERDAM, 7 DEC. Het Duitse Volkswagen roept deze week voormalige dwangarbeiders op zich te melden. Het bedrijf is alsnog bereid hun een schadevergoeding te verlenen.

16 Mei 1943 werd Jan Bontekoning (74) van het bloembollenveld van zijn vader in Sijbekarspel (NH) geplukt. Hij had een paar dagen eerder een oproep voor gedwongen tewerkstelling in Duitsland gekregen van het Gewestelijk Arbeidsbureau. De trein vertrok uit Alkmaar en stopte pas weer in de Stadt des KDF-Wagens, het tegenwoordige Wolfsburg, bij de hoofdvestiging van het automobielconcern Volkswagen. Tot juni 1945 werkte Bontekoning op de afdeling Mechanica.

Deze week roept Volkswagen door advertenties in de Nederlandse dagbladen voormalige dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog op om zich te melden. Zij komen in aanmerking voor een schadevergoeding, betaald uit een speciaal voor dit doel opgericht bedrijfsfonds. In dit fonds zit ongeveer 22,4 miljoen gulden. Volkswagen komt hiermee tegemoet aan de verzoeken voor schadevergoeding van onder andere de ex-dwangarbeider baron Klaus von Munchhausen uit Bremen. In Nederland komen ongeveer zevenhonderd slachtoffers voor een vergoeding in aanmerking.

Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie is ingenomen met de beslissing van Volkswagen. “Na de oorlog hebben grote bedrijven altijd gedaan of hun neus bloedt” zegt D. Barnouw van het RIOD. Volgens hem heeft het concern de geste gedaan, omdat ex-dwangarbeiders en instanties die zich het leed van oorlogsslachtoffers aantrekken, druk hebben uitgeoefend op Volkswagen. “Eerst heeft het bedrijf zijn archieven geopend voor historici. Het smartengeld is het logische gevolg van deze openheid.”

Halverwege de oorlog kampte Volkswagen met een ernstig personeelstekort. Duitse arbeiders waren naar het west- en oostfront gestuurd. De fabrieken draaiden voornamelijk op Italiaanse gastarbeiders en gestrafte Wehrmachtsoldaten.

In 1941 besloot Himmler een concentratiekamp naast de fabriek neer te zetten, het Arbeitsdorf. Van hieruit werden krijgsgevangenen uit Oekraine en Polen tewerkgesteld in het automobielbedrijf. Veel andere dwangarbeiders kwamen uit de kampen Sachsenhausen en Buchenwald.

In 1943 werden er tweehonderd Nederlandse studenten opgeroepen. Zij hadden geweigerd de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Daarnaast moesten ongeveer vijfhonderd werknemers uit Noord-Holland en Twente verplicht naar Wolfsburg gaan.

Jan Bontekoning stond in Wolfsburg aanvankelijk achter de draaibank. Hij moest onderdelen maken voor kevers en jeeps. “Maar dat veranderde al gauw in oorlogsmaterieel. Vliegtuigvleugels en tandwielen voor tanks.” Hij kreeg redelijk te eten en sliep met acht personen in een barak. “Je voelde een constante dwang, maar de mannen uit Oekraine, met OST op hun rug, hadden het pas echt zwaar. Zij zaten jaren achter prikkeldraad.”