Armoede

DE MINIMA KOMEN nauwelijks meer voor in de taal van de beleidsmakers. Het woord dat vele verfijningen kende - echte minima, minima met en zonder kinderen, meerjarige minima enz. - is vervangen door het begrip armoede. Als de voortekenen niet bedriegen wordt het deze week in politiek Den Haag de week van de armoede. Het heeft alles te maken met de begroting van Sociale Zaken die de komende dagen in het parlement wordt behandeld. Dat er extra geld zal worden uitgetrokken voor bepaalde groepen aan de onderkant van de samenleving, lijkt nu al vast te staan. Interessant zeker ook voor de politieke verhoudingen, is hoe het 'gevecht' de komende dagen zal verlopen.

Het begon eind vorige week met een van de zijde van de PvdA-fractie weinig verheffende slag om de publiciteit. Nog geen etmaal voordat een brede en politiek pikante coalitie bestaande uit CDA, GroenLinks en de vakcentrales FNV en CNV hun plan voor een verbetering van de positie van de laagstbetaalden presenteerde, lanceerde vice-voorzitter Van Zijl van de PvdA-fractie via de media nog even snel enkele ideetjes om bepaalde inkomensgroepen financieel tegemoet te komen. Deze gang van zaken bewijst eens te meer de politieke gevoeligheid van het thema.

AFGEZIEN VAN het politieke spel kan geconstateerd worden dat het debat over de laagstbetaalden aan inhoud heeft gewonnen. Vrijwel niemand praat nog over deze categorie als een statische groep. Terecht; in feite was het hanteren van het begrip minimum net zo onnauwkeurig als het beruchte koopkrachtplaatje. Het vervangen van het woord minima door de term armoede lost het probleem niet op. Maar het dwingt degenen die zich van dit woord bedienen wel tot nauwkeuriger definities en scherpere keuzes. De tijd dat bijvoorbeeld al het heil werd verwacht van een generieke verhoging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen is voorbij. Dat geldt zelfs voor een partij als GroenLinks blijkens het vorige week samen met CDA en twee vakcentrales gepresenteerde alternatief.

De nadruk in dit plan ligt op gerichte armoedebestrijding. Zo is er extra aandacht voor huishoudens met kinderen op en vlak boven het minimumniveau. Daarnaast wordt er gedacht aan het maximeren van de woonlasten, door middel van de huursubsidiewet. Voorts stelt de GroenLinks-christelijke vakbewegingscoalitie nog een uitbreiding van de bijzondere bijstand voor.

Het kenmerk van deze regeling is ook weer de specifieke benadering.

HET DEBAT ZAL zich deze week naar alle waarschijnlijkheid vooral toespitsen op de betaalbaarheid. Minister De Vries (Sociale Zaken) heeft dit weekeinde al laten weten weliswaar sympathiek te staan tegenover de intenties, maar geen middelen te hebben voor het in totaal 350 miljoen gulden kostende plan. Volgens de oppositie kan het benodigde bedrag op korte termijn gevonden worden bij de posten uitgavenreserves en meevallers en later door de voor het jaar 2001 voorziene lastenverlaging enigszins te beperken.

Een keuze tussen belastingverlaging versus extra geld voor armoedebestrijding is een duidelijke politieke keuze waardoor vooral de PvdA in een moeilijke positie kan worden gemanoeuvreerd. Deze week moet voor het eerst sinds de verkiezingen duidelijk worden hoe het paarse kabinet zich staande houdt tegenover een 'sociale' meerderheid in de Tweede Kamer.