Kloof tussen de burger en Europa moet snel kleiner

Alsof de ratten aan het fundament knagen. Zo tast het verslechterende imago de wortels van de Europese Unie aan. Het toenemende belang van Europa gaat gepaard met een afnemend vertrouwen. De immense verworvenheden van de Europese samenwerking: vrede, stabiliteit en welvaart, worden als vanzelfsprekend ervaren. Het onderwerp 'Europa' is in Nederland nauwelijks gepolitiseerd.

Kiezers zegt het weinig, omdat zij niet veel verschillen zien tussen partijen en politieke persoonlijkheden. Tegelijkertijd bepaalt een gevarieerde reeks negatieve berichten ons beeld: de Amerikanen halen de kastanjes uit het Europese vuur in de Balkan, de leden van het Europees Parlement zorgen financieel te goed voor zichzelf, regeringen van lidstaten knoeien op grote schaal met inkomsten en uitgaven van Europese gelden, VVD en PvdA ruzien over de benoeming van de nieuwe Europees Commissaris.

Ondertussen verschuift het zwaartepunt van de politieke besluitvorming even sluipend als onherroepelijk van het nationale naar het Europese niveau. Nu al is meer dan een derde van onze wetgeving van Brusselse oorsprong, op milieugebied zelfs de helft. Voldoen aan de criteria voor de euro betekent een substantiele beperking van nationale keuzevrijheden op financieel en sociaal-economisch gebied. De druk om belastingen en sociale minimumnormen te harmoniseren neemt zienderogen toe. Van een zelfstandige buitenlandse politiek is al lang geen sprake meer.

Het Europese bouwwerk wordt steeds zwaarder en het draagvlak lichter. Dat kan niet goed gaan. Temeer niet, omdat het probleem voorspelbaar ernstiger wordt met de toekomstige uitbreiding van de Europese Unie. Van het aanvankelijke enthousiasme over de aansluiting van Midden-Europa is niet veel meer over. Goede argumenten als vrede en veiligheid op het continent en grote nieuwe exportmarkten worden inmiddels overschaduwd door angst voor nadelige effecten van de toetredingen. Alle kandidaat-lidstaten zijn armer dan wij. De rijkste, Slovenie, is nog altijd minder welvarend dan de armlastigste lidstaat Griekenland. Alle toetreders zullen financieel netto-ontvangers worden. Meer partnerlanden betekent tevens meer besluitvormers, en dus een afname van de relatieve invloed van elk van de huidige lidstaten. Ongetwijfeld zal de besluitvorming nog ingewikkelder en ondoorzichtiger worden. Ook groeit de vrees dat de talrijke Oost-Europese criminele organisaties hun werkterrein (nog meer) zullen gaan verleggen in westelijke richting. Daarnaast zijn veel mensen bang dat het principe van vrijheid van verkeer en vestiging tot grote nieuwe immigratiestromen zal leiden.

Ook al is de ene angst gegronder dan de andere, de beeldvorming zal haar sporen trekken en de kloof tussen burgers en Europees bestuur vergroten.

Een oplossing vinden voor dit legitimiteitsprobleem is even moeilijk als cruciaal voor verdere Europese integratie. Tastbare resultaten zijn natuurlijk de beste bijdrage aan de imagoverbetering. En dan vooral op terreinen die de burger aanspreken, zoals conflictbeheersing (Balkan) werkgelegenheid, misdaadbestrijding, of asielbeleid. Daarnaast is er een breed opgezet plan nodig om het maatschappelijk draagvlak voor Europa blijvend te versterken. Onder het motto 'Breng Europa terug bij de burgers' zou dit in elk geval de volgende elementen kunnen bevatten. Allereerst moet het zelfreinigend vermogen van de Europese Unie worden versterkt. Het Europees Parlement dient zichzelf boven elke terechte kritiek te verheffen. Lidstaten moeten systematisch aangesproken worden op wanbeheer van Europese gelden en het toezichtregime moet drastisch worden geintensiveerd. Ook zal het publiek beter geinformeerd moeten worden over wat de Europese samenwerking allemaal heeft bereikt. Door vrijwel uitsluitend over incidenten te berichten schieten de media schromelijk te kort.

Verder moet met het oog op de toetreding van nieuwe leden het institutionele raamwerk worden herzien. Verdieping van de democratie zal gecombineerd moeten worden met een grotere effectiviteit. Dat is niet makkelijk, maar wel mogelijk. Een vergrote EU zal nog pluriformer zijn dan de huidige. Er zullen nog meer belangen culturen en politieke ego's botsen. Alleen meerderheidsbesluitvorming kan verlamming voorkomen. Om het democratisch tekort niet groter te maken moet het Europees Parlement volledige medewetgevende bevoegdheden krijgen.

Essentieel in de nieuwe constructie is de versterking van de positie van de Commissie. Naarmate de EU pluriformer wordt is er meer behoefte aan het vinden van een grootste gemene deler en dat is bij uitstek de taak van de Commissarissen. Daarnaast neemt in een uitgebreide Unie de noodzaak toe om uitvoering te delegeren. Ook daar komt de Commissie om de hoek kijken.

Grotere macht en meer bevoegdheden voor de Commissie betekent dat ook haar democratische legitimatie aanzienlijk versterkt dient te worden. Ook in een grotere EU moet elk land zich in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd weten. Om de Commissie als overlegorgaan niet al te groot te maken kan een verdeling worden gemaakt tussen Commissarissen en onder-Commissarissen, zoals bij ministers en staatssecretarissen. Nog belangrijker is dat de huidige achterkamertjespraktijk bij de benoeming van Commissarissen wordt doorbroken. Het is ongerijmd dat we de leden van het Europees Parlement rechtstreeks kiezen, terwijl de leden van de minstens zo machtige Commissie via gekonkelefoes tussen partijen en regeringen naar voren worden geschoven. Het wordt de hoogste tijd dat de Europese Commissarissen tegelijk met de Europarlementariers rechtstreeks door de bevolking worden gekozen. Zo'n nieuwe electorale strijd zou de gewenste politisering op gang brengen en Europa van 'politieke gezichten' voorzien. Het risico dat nationaal gekozen Commissarissen vooral boodschapper worden van nationale belangen is niet groter dan bij Europarlementariers, die hun mandaat ook aan de eigen bevolking ontlenen.

De praktijk wijst uit dat Europese volksvertegenwoordigers in het algemeen meer vanuit Europees perspectief (gaan) denken dan hun nationale collega's. De gekozen Commissarissen zullen bovendien individueel verantwoording moeten afleggen aan het Europees Parlement, dat onaanvaardbare belangenbehartiging kan afstraffen.