Islamitisch onderwijs in Nederland

Basisschool As Siddieq is een van de 29 islamitische basisscholen die de afgelopen tien jaar in Nederland zijn opgericht. Volgend jaar komen er nog drie scholen bij. In Nederland komen ruim tachtigduizend basisscholieren uit een islamitisch gezin.

De Onderwijsinspectie - die toeziet op de kwaliteit van het onderwijs - heeft in mei 1997 aan het bestuur van de As Siddieq gemeld dat zowel het pedagogisch klimaat als de zorg voor leerlingen met problemen zoals dyslexie, onder de maat zijn. In oktober 1997 heeft de school wel iemand aangesteld die zich met leerlingenzorg zou gaan bezighouden, maar de Onderwijsinspectie heeft daar nog geen oordeel over. In januari gaan zij vooral naar het pedagogisch klimaat kijken. Als dat nog steeds onder de maat is, dan moet de school zeer snel aangeven hoe ze het klimaat gaat verbeteren.

De Inspectie bevestigt dat een leraar op de As Siddieq klaagde over het klimaat op de school. De inspectrice adviseerde hem zijn zorgen eerst te bespreken met het bestuur en pas te vertrekken als er niets veranderde.

Is de As Siddieq representatief voor alle islamitische scholen? De Inspectie doet daar geen uitspraken over. Niet alle scholen zijn even streng - er zijn ook scholen die in Islamitische kringen als liberaal bekend staan.

De Algemene Onderwijsbond ontvangt regelmatig klachten van leraren over islamitische scholen. Ze zijn ook met enige regelmaat in het nieuws, zoals twee jaar geleden toen de islamitische basisschool El Inkade in Ede de voorpagina's haalde. Zeven Nederlandse leraren namen daar in een klap ontslag, wegens de steeds strengere gedragsregels die het islamitische bestuur stelde. Zo moesten leraren een baard dragen en Marsrepen van kinderen afpakken, omdat die 'verkeerde' voedingsstoffen bevatten. Prominente VVD'ers, zoals Hans Dijkstal en Jan Franssen, hebben de afgelopen paar jaar gewaarschuwd voor het separatistische karakter van islamitische scholen.

Een bestuurslid van de As Siddieq, Farid Zari, die tevens personeelsmanager op de school is, zegt dat het goed gaat met de school.

“Onze CITO-cijfers zijn de hoogste van dit stadsdeel en de leerlingenadministratie is op orde.” Problemen deden zich volgens hem drie jaar geleden voor het laatst voor, toen de leerlingenadministratie een 'janboel' was. Controle? “Het bestuur overlegde weleens met niet-islamitische leraren die de islamitische voorschriften niet begrepen.”

Het bestuur besloot in 1995 te reorganiseren en leidt sindsdien de school van binnenuit, zegt hij. Zari verwacht dat het bestuur dat nog hooguit twee jaar lang zal doen, omdat het “natuurlijk nooit verstandig is om als bestuur alles te leiden”. Volgens hem stimuleert het bestuur het dat leraren met elkaar omgaan en hij kan zich niet voorstellen dat de Onderwijsinspectie negatief oordeelt over het pedagogische klimaat of de leerlingenzorg. “Wij hebben goed contact met de Inspectie.”

Twee maanden geleden hield de Tweede Kamer de oprichting van de eerste islamitische middelbare school in Rotterdam tegen, omdat de initiatiefgroep niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor oprichting van een school. Een stichting die een Evangelische middelbare school wilde stichten, kreeg wel toestemming van de Kamer, ook al voldeed zij evenmin aan de voorwaarden. Een ambtenaar van Onderwijs had die stichting al toegezegd dat ze een school zou mogen oprichten, zo was de verklaring voor het fiat van de Kamer. Met het oog op 'gelijke behandeling' van beide onderwijsrichtingen, deelde staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) de Kamer toen mee dat de Rotterdamse initiatiefgroep in de toekomst wel toestemming zal krijgen.

Voorstanders van islamitisch onderwijs zeggen dat het van emancipatorisch belang is voor de moslimgemeenschap, zoals katholieke scholen dat waren voor de katholieken.

Moslimouders kunnen immers geen invloed uitoefenen op gewone scholen omdat ze zelden worden toegelaten tot schoolbesturen die christelijk, katholiek of van de lokale overheid zijn. Daarnaast zouden islamitische kinderen minder snel een identiteitscrisis krijgen als zij op een islamitische school zitten, omdat de kloof tussen wat thuis gebeurt en op school dan klein is. De betrokkenheid van islamitische ouders zou bij een islamitische school ook groter zijn dan bij gewone scholen.

Volgens de Turkse onderwijskundige M. Alkan die zich op de Universiteit van Amsterdam bezighoudt met onderwijs aan allochtone kinderen, voldoen islamitische scholen niet aan deze verwachtingen. De invloed van ouders (via een bestuur) heeft volgens hem alleen zin als de bestuursleden voldoende weten en begrijpen van onderwijs. “De ideeen en prioriteiten van vertegenwoordigers uit de moslimgemeenschap lijken echter voornamelijk gericht te zijn op het religieuze gehalte van islamitische scholen.” Daarnaast betwijfelt hij of de betrokkenheid van ouders verder gaat dan het bezoeken van islamitische feesten.

Een eventuele identiteitscrisis van islamitische kinderen in een Westerse samenleving wordt volgens Alkan eerder vergroot door islamitische schoolbesturen omdat zij veelal een “dogmatische aanpak” voorstaan, die geen rekening houdt met de multiculturele context waarin de kinderen leven.

Het verhaal van de leraren op de As Siddieq verbaast Alkan niet. “De schoolbesturen zijn in Nederland veelal orthodoxe sunnieten. Zij houden letterlijk vast aan hun interpretatie van de islam. Het gevolg kan zijn dat objectieve kennis in gevaar komt in het schoolcurriculum. Er is een verschil tussen oprichting van een school en inrichting van het onderwijs.

Als het blijft bij tien procent van de lestijd besteden aan religieuze vakken dan is oprichting prima. Maar inrichting behelst meer: alles op de school van onderlinge relaties, tot inhoud van de lessen en kledingvoorschriften. Hoewel etnische groepen zelf al jaren kritisch zijn over deze scholen houdt de overheid niet de vinger aan de pols.''

Volgens bestuurslid Zari van de As Siddieq houdt zijn bestuur alleen aan de islam vast, daar waar dat niet botst met de Wet op het Basisonderwijs. “Wij betreuren het wel dat we niet alles kunnen handhaven, maar we leven in Nederland, dus we moeten de wet respecteren.” Hij vindt het “jammer” dat oud-leraren en de tandarts slechte ervaringen hebben met de school en zegt dat zij niet voor het bestuur hoeven te vrezen.