Chileense rijken zijn Pinochet veel verschuldigd

SANTIAGO, 5 DEC. De Chileense middenklasse, de echte rijken: zij hebben hun welvaart aan generaal Pinochet te danken, vinden ze zelf. Getoeter van auto's, dat is het geluid van het Pinochetisme.

Weer gaat de draagbare telefoon over in de zilvergrijze Mercedes 280. “Ja, dat heb ik je net toch al gezegd”, klinkt het ongeduldig. Dankzij de automatische versnelling kan Gonzalo Mujica - overhemd met korte mouwen, rode stropdas, hoornen bril - tegelijkertijd sturen en bellen. Verontschuldigend zegt hij tegen zijn passagier: “Mijn zakenpartner is een beetje zenuwachtig. Namens zes klanten zitten we in een biedingsprocedure voor een prachtig stuk bouwgrond, in de mooiste wijk van Santiago, Las Condes.”

Las Condes is in elk geval een van de sjiekste wijken van de Chileense hoofdstad. Mensen uit de gegoede middenklasse en echte rijken wonen hier in complexen met bewakers en personeel dat dagelijks de koperen naamborden poetst. Bijna aan het oog onttrokken door de hoog ommuurde tuinen staan hier ook de residenties van de Spaanse en de Britse ambassadeur, inmiddels ware vestingen achter rijen dranghekken en barricades van gebutste pantservoertuigen.

De belegeraars van de residenties bieden een staalkaart van de aanhangers van de ex-dictator Pinochet, tot wie ruim een derde van de Chilenen zich rekent. Bij de metro-ingang hangen de hele dag slecht geklede jongeren rond. Ze drinken bier uit blikjes, steken af en toe een spandoek omhoog en roepen dan een leus. Als 's avonds jongeren met rechts-extremistische vlaggen en keurige heren en dames van middelbare leeftijd zich bij hen voegen, klinken er agressieve slogans en vliegen stenen en soms ook molotov-cocktails door de lucht.

Dag en nacht razen over de driebaansweg Apoquindo dwars door Las Condes auto's, die beginnen te toeteren als ze de residenties passeren. Dit om de betogers aan te moedigen. Nieuwe auto's uit Europa en Japan, auto's met keurige gezinnetjes achter het glas, auto's met mannen in pakken, auto's die door elektronisch bediende hekken een oprijlaan opdraaien.

Meer dan het gerinkel van glas of het gekrijs van leuzen, is het getoeter van de auto's het geluid van de aanhang van Pinochet.

Een van de toeteraars is de makelaar Gonzalo Mujica (48 jaar), een succesvolle zakenman. Naast een appartement in Las Condes, waar hij ook een groot kantoor huurt, heeft de familie ook een huis net buiten de stad. Een vrouw en acht kinderen heeft Mujica, en die kosten de familyman zoveel tijd, dat hij zijn favoriete sport polo verwaarloost. Wel bezit hij samen met zijn vader nog altijd 22 paarden, zegt hij.

Om zijn woede te luchten over de arrestatie van Pinochet, liet Mujica een ingezonden brief plaatsen in een conservatieve krant. “Nu ik weet hoeveel leugens over een land verteld kunnen worden, weet ik zeker dat de verhalen over Duitsland in de Tweede Wereldoorlog onwaar zijn. Natuurlijk zijn er joden vermoord, maar hooguit tien procent van het aantal dat zij zelf noemen.”

Mujica neemt graag een buitenlander op sleeptouw om te vertellen hoe het echt zit in Chili. De tocht voert langs braakliggende industrieterreinen, waar gekleurde borden de hoeveelheid vierkante meters en de prijs aangeven. Santiago heeft hier in de periferie elke samenhang verloren. Onafzienbare vlaktes met Amerikaans aandoende winkelcentra, bergen verbrokkeld beton showwrooms met glanzende auto's, lemen krotwoningen, gloednieuwe fabriekshallen, viaducten en vooral talloze nondescripte veldjes met prikkeldraad en restjes gras. Als zo'n veldje is versierd met een gekleurd se vende-bord, stapt Mujica uit de auto, loopt om het ergste straatvuil heen om zijn schoenen te sparen, mompelt iets als “te klein” of “niet interessant”, maar noteert dan toch het telefoonnummer.

Mujica begon eind jaren zeventig zijn loopbaan als aannemer en project-ontwikkelaar. “Mijn gespaarde geld stopte ik in Santiago in de bouw van een klein appartementenblok, dat ik met winst verkocht. Toen begon ik aan een groot appartementencomplex, maar door de schuldencrisis begin jaren tachtig zakte de huizenmarkt in elkaar. Ik maakte het project met verlies af. Dat kostte me een vermogen, maar ik kreeg de naam van betrouwbaar bouwer”, vertelt Mujica trots. De bouwer werd beloond met een ontmoeting met Pinochet bij de opening van een liefdadigheidsinstelling. “Een geweldige ervaring, alsof ik sprak met mijn vader of grootvader. Zo rustig, zo vertrouwd.”

Als de auto weer even stil staat, nu bij een terrein dat “excellent” mag heten haalt Mujica een foto tevoorschijn van Pinochet en hemzelf bij de jaarlijkse autotentoonstelling. “Toen sprak ik hem opnieuw. Ik importeerde toen Lada's uit Polen en verkocht die hier aan mensen met weinig geld”, zegt Mujica grinnikend. Dan, na een korte pauze: “In Polen was Pinochet populair, daar wisten ze ook wat communisme betekende.”

Mujica behoort tot de gegoede middenklasse, die zijn bestaan te danken heeft aan de economische hervormingen van Pinochet. De generaal transplanteerde de neo-liberale vrije markt-ideeen van de Chicago boys in Chili, dat met zijn geweldige economische groei gidsland in Zuid-Amerika werd. De middenklasse groeide vanaf 1975 van 12 procent tot 28 procent van de bevolking. De auto's in de overvolle straten van Santiago symboliseren deze opmars.

Voor het stadhuis van San Bernardino, een dorpje dat is opgeslokt door Santiago, parkeert Mujica zijn auto. Zijn lichte, gestreken kleding steekt af tegen eenvoudige meubileur in de wachtruimte.

Hij trekt een volgnummer, gaat even in de rij staan, loopt dan ongeduldig naar de balie en noemt een naam. Mujica mag doorlopen naar de mevrouw van het gemeentelijk grondbedrijf. Voor een “grote multinationale onderneming” zoekt Mujica een plek om een fabriek neer te zetten. Hij wil een net bezocht terrein, maar dat heeft geen industriele bestemming. Mujica's betoog dat het om “veel werk voor veel mensen” gaat, kan de ambtenaar niet vermurwen het bestemmingsplan te laten wijzigen.

“Dit is echte armoede”, wijst Mujica naar de inderdaad nog havelozer ogende huizen die daarna voorbijtrekken. In de krottenwijk staat een gloednieuwe school voor jongens en een in aanbouw voor meisjes. Het geld ervoor komt van Mujica en zijn vrienden en kennissen. “Religieuze redenen” heeft Mujica voor de donatie; hij is lid van Opus Dei, een ultra-conservatieve katholieke beweging. “Alleen scholing helpt tegen armoede.”

Nergens ter wereld zijn de inkomens zo ongelijk verdeeld als in Latijns-Amerika. De Gini-coefficient waarmee de inkomensongelijkheid wordt gemeten (0 als iedereen evenveel heeft, 1 als een persoon alles bezit) is voor Chili 0,5. Voor Zuid-Amerika valt dat mee, maar in vergelijking met de industrielanden (0,3) is dat zeer hoog. “Al dat gezeur over inkomensongelijkheid, waar het om gaat is dat de totale welvaart is toegenomen”, zegt Mujica geirriteerd.

Dat de armen arm blijven, ligt aan henzelf, vindt Mujica, die dat illustreert met een verhaal. “De zoon van de ongetrowde dienstmeid van mijn moeder begon bij mij als manusje-van-alles en was onder meer chauffeur in een truck van mij. Op een dag heb ik hem die truck verkocht, hem daarvoor geld geleend en hem dat laten afbetalen met het rijden van vrachtjes.

Hij heeft nu een transportbedrijf”, zegt Mujica. “Maar laatst werd ik gebeld door een man die wij de Gorilla noemen. Of ik weer werk voor hem had. Nog steeds hetzelfde werk als dertig jaar geleden.”

Bij het gemeentehuis van Santa Monica heeft Mujica meer succes. Weer mag hij zo doorlopen. De dame van het grondbedrijf geeft hem een redelijke kans en Mujica laat zijn kaartje achter. “Dat is nu klasse, dat is educatie” zegt hij tevreden. In de auto legt hij uit wat hij bedoelt. “Als ik een medewerker had gestuurd, had die in de rij moeten staan, een formulier moeten invullen en over een week moeten terugkomen”, zegt Mujica. “Ik mag doorlopen.”

Waar dat verschil in zit, weet hij niet precies: “Mensen zoals ik zenden boodschappen uit. Een geheime code.” Hij wijst op een arbeider in overall: “Zie zijn kleding en zijn gelaatstrekken die duidelijk een Indiaanse afkomst verraden. Hij moet wachten. Dat heeft te maken met ras, maar zeker niet alleen.”

Aan het bewind van Allende, dat de bestaande orde omver wilde gooien, bewaart Mujica zeer slechte herinneringen. Er was gebrek aan “olie, brood en zeep” in de tijd dat hij net was afgestudeerd als ingenieur. “Ik werkte aan een huizenbouwproject, mijn eerste baan. Maar de arbeiders wilden niet werken en waren geen taxi's. Moet je nagaan, geen taxi's!” Mujica verliet in 1973 het land, naar Venezuela. “In het vliegtuig huilde ik tot Ecuador”.

Zes jaar later keerde hij terug naar een Chili waar Pinochet de orde met harde hand had hersteld. In die jaren 'verdwenen' meer dan drieduizend mensen. “Ik geloof dat niet”, zegt Mujica, “Vermoord? Ik ken niemand die is vermoord. En die vermisten: ik weet van iemand die vermist was maar die later taxichauffeur in Buenos Aires bleek te zijn.

Trouwens het was oorlog. Dan is drieduizend doden niet veel. Honderdduizenden is veel.''

Geergerd stuurt hij zijn auto door het drukke verkeer: “Onder Allende hadden we geen auto's, nu veel te veel.” En dan: “Ik heb het gevoel dat ik Pinochet veel verschuldigd ben, omdat hij ons land heeft gered van de chaos en het communisme.”