Antifoulings (1)

In het artikel over een dreigend verbod op organotin houdende antifoulings, een stof die aangroei op schepen voorkomt, wordt gesteld dat zo'n verbod wel eens erger zou kunnen zijn dan de kwaal (NRC Handelsblad, 17 november). Gesuggereerd wordt dat “wat door zo'n maatregel aan milieuwinst wordt geboekt, waarschijnlijk meer dan verloren gaat door luchtvervuiling, als gevolg van een hoger energieverbruik door schepen”. Daarom zou verdeeldheid heersen onder milieuactivisten.

Met die verdeeldheid valt het wel mee. De milieubeweging is zelfs erg ingenomen met het voorstel van de (IMO) International Maritime Organisation om de toepassing van organotin houdende antifoulings wereldwijd vanaf 2003 te verbieden, met een totaalverbod op het voorkomen vanaf 2008. De bewering over luchtvervuiling is namelijk eenvoudigweg onjuist. De tributiltyn(TBT)-houdende antifoulings zouden een jaarlijkse brandstofbesparing van drie miljard dollar opleveren. Maar in het artikel wordt niet aangegeven om hoeveel brandstof het werkelijk gaat.

Er is geschat dat het hooguit gaat om een toename in brandstofverbuik van 3 procent bij TBT-vrije verf. Dat betekent een verschil in CO2-uitstoot van 0,03 procent per jaar. Daar ligt de milieubeweging niet echt wakker van.

In het artikel staat bovendien dat ontwikkelingslanden niet mee willen werken aan een verbod omdat ze graag de milieurisico's nemen. Hier heeft de redacteur zijn informatiebron verkeerd geinterpreteerd: Michael Champ stelt dat bij een ban de schepen gaan uitwijken naar ontwikkelingslanden, en dat die dus met een milieuprobleem uit de westerse wereld opgezadeld worden. Champ heeft het echter over een Amerikaanse en niet een wereldwijde ban. Maar, een wereldwijde ban is juist wat de niet-westerse landen ook willen. Al in 1988 uitte ICLARM, een regionale organisatie in zuidoost-Azie, bezorgdheid dat TBT ('de giftigste stof ooit in zee gebracht') in de Derde Wereld zou worden gedumpt, volgend op restricties in gebruik in de westerse wereld. Het initiatief van de IMO om TBT te verbieden werd door meerdere ontwikkelingslanden gesteund. Het milieuprobleem wordt namelijk simpelweg opgelost omdat organotinverf niet meer geproduceerd mag worden en dus geen enkel land het spul meer kan gebruiken.

Er zou ook nog geen redelijk economisch verantwoord alternatief voor de TBT antifoulings bestaan. Die alternatieven bestaan wel, alleen zal de verfindustrie zolang ze geen stok achter de deur hebben natuurlijk niet luid gaan roepen dat alternatieven voorhanden zijn.

Sommige alternatieven voor organotin bevatten ook toxische stoffen, zoals koper. TBT is echter toxisch in extreem lage concentraties, vele tientallen malen schadelijker dan bijvoorbeeld koper. Deze biociden zullen aan veel strengere toelatingseisen moeten voldoen voordat ze op de markt gebracht mogen worden.