Verkrachting in Jakarta

MARTIDINATA HARYONO was 18 jaar toen zij werd verkracht en vermoord. Ita, zoals zij werd genoemd, zat in de hoogste klas van de middelbare school en woonde met haar oudere zuster en haar ouders in een eenvoudige wijk in Centraal-Jakarta. Ze was van Chinese afkomst en haar stoffelijk overschot werd twee dagen na de moord naar boeddhistisch gebruik gecremeerd in Cilincing, een crematorium dat nog het meest weg heeft van een reeks parkeergarages, in een rommelige buurt in Noord-Jakarta op een steenworp afstand van de Javazee.

Terwijl de rook opsteeg uit de oven vochten verdriet en angst om voorrang bij de aanwezigen. Verdriet natuurlijk om de dood van het jonge meisje, maar vooral ook angst door de omstandigheden waaronder zij de dood had gevonden.

Ita werd die vrijdagavond door haar vader thuis aangetroffen in haar slaapkamer. Volgens de eerste berichten was haar keel doorgesneden terwijl zij ook diverse steekwonden had opgelopen. Dr. Mun'im Idris van het Cipto Mangunkusumo-ziekenhuis verklaarde na autopsie dat hij sporen had gezien van verkrachting. Verder zei hij: “Zij had tien steekwonden in haar lichaam en haar hoofd was bijna van haar romp gescheiden.” De politie wilde niet op deze uitlatingen ingaan, maar meldde aanvankelijk wel dat er geen sprake was van roof.

De moord op Ita veroorzaakte een storm van verontwaardiging. Het meisje was betrokken bij het werk van het zogenoemde vrijwilligersteam voor Menselijkheid (Tim Relawan), een groep onder leiding van de katholieke pastor Sandyawan. De vrijwilligers staan vrouwen bij die slachtoffer waren van verkrachting tijdens de grote plundering van Jakarta op 13, 14 en 15 mei. Volgens Romo Sandy, zoals de geestelijke in de wandeling heet, werden bij plunderingen meer dan 160 vrouwen en meisjes, voornamelijk van Chinese afkomst, op georganiseerde en systematische wijze verkracht door nog onbekende onderdelen van het leger.

Medewerkers van het Tim Relawan hadden kort voor de moord op Ita tijdens een persconferentie melding gemaakt van regelmatige telefonische bedreigingen. De voorzitter van het Vrouwen Crisiscentrum Kalyanamitra, Ita Fatia Nadia, meldde bij die gelegenheid op 6 oktober dat “een dochter van een van de leden van het team met verkrachting was bedreigd als het onderzoek naar de toedracht van de verkrachtingen in mei niet werd gestaakt”.

Nadia zei bij die gelegenheid: “Dit dreigement was gericht tegen een jong meisje - een van de medewerkers van het team - in een nachtelijk telefoontje.” Drie dagen later werd Ita wier moeder ook voor het Tim Relawan werkt, verkracht en vermoord.

Ita en haar moeder zouden met enige andere vrouwen op korte termijn naar de Verenigde Staten reizen om daar te getuigen over de verkrachtingen in Jakarta.

Activisten voor de rechten van de mens in Indonesie hebben bij herhaling gewezen op seksueel geweld tegen vrouwen als een van de methoden waarmee de autoriteiten in voorkomende gevallen terreur zaaien. Gewezen wordt op weerspannige gebieden als Aceh (Atjeh), in Noord-Sumatra, en de voormalige Portugese kolonie Oost-Timor waar deze praktijken schering en inslag waren. In het verleden verzette de voormalige president Soeharto zich altijd fel tegen beschuldigingen dat hij het niet zo nauw nam met de rechten van de mens. Volgens de autocraat gebruikten Westerse geindustrialiseerde landen dit soort rechten alleen als argument om hun economische belangen te bevorderen. Bovendien ontkende Soeharto de universele geldigheid van de Verklaring van de rechten van de mens.

Indonesies huidige president B.J. Habibie haastte zich na zijn aantreden op 21 mei om dit misverstand recht te zetten: ook Indonesie erkent nu officieel de algemene geldigheid van de rechten van de mens. De praktijk blijkt voorlopig anders, ook onder Habibie.

De politie van Jakarta had binnen 24 uur na de moord al een bekennende verdachte te pakken: een 22-jarige werkloze buurjongen Suryadi alias Ontong, die bezig was met een inbraak en toen hij werd betrapt door Ita haar in paniek had gedood. In tegenstelling tot eerdere berichten was de politie twee dagen na de moord wel overtuigd dat het om een roofmoord ging. Ontong ontkende overigens de verkrachting. De aanwezigheid van zijn sperma op de kleding van het meisje verklaarde hij tijdens een door de politie georganiseerde persconferentie (!), uit het feit dat hij direct na de moord op het meisje gemasturbeerd had.

De arts, die aanvankelijk sporen van verkrachting had ontdekt, ontkende dit volgens de politie. Saillant detail was verder dat de politiefotograaf die foto's had gemaakt van de plaats van het misdrijf, later moest vaststellen dat hij vergeten was een rolletje in het toestel te stoppen. Een andere medicus verklaarde vervolgens dat het meisje “langere tijd” gewend moest zijn geweest aan anaal geslachtelijk verkeer, terwijl er volgens hem ook sporen van drugs in haar bloed waren aangetroffen.

Drie dagen na Ita's dood zei de chef van de Jakartaanse politie majoor-generaal Noegroho Djajoesman, dat de zaak geheel was opgehelderd: “Er is niets in elkaar gezet en het heeft allemaal niets te maken met politieke aangelegenheden.” De baas van de landelijke politie luitenant-generaal Roesmanhadi, verklaarde een dag later bovendien dat hij een ieder zou laten vervolgen die speculeerde over het verband tussen Ita's dood en de verkrachtingen in mei.

Ita Fatia Nadia van het Vrouwen Crisiscentrum Kalyanamitra zei deze week dat het Tim Relawan de zaak-Ita voorlopig maar laat rusten. “We gaan er nog steeds vanuit dat de moord op Ita is georganiseerd en betaald om terreur te zaaien. Maar om haar familie te ontzien, voeren we geen campagne meer.”

Ontong de verdachte van de politie, zit nog steeds in voorarrest.