Iran werpt dam op tegen stroom Afghaanse drugs

TEHERAN, 2 DEC. De Afghaanse drugsproductie vormt een levensgroot probleem, zo onderstreepte gisteren eens te meer de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken. De wereld moet er meer aandacht aan besteden, meent hij. Iran doet dat al.

“Verslaving is een ramp”, meldt de achterkant van een Iraanse stadsbus. De mededeling is onderdeel van een grootscheepse campagne tegen drugs in Iran. In openbare ruimten, op scholen en op de televisie. Want verdovende middelen zijn een groeiend probleem in de Islamitische Republiek, ondanks het religieuze taboe en keiharde strafmaatregelen: handelaren worden genadeloos opgehangen.

Volgens de officiele cijfers zijn er nu 1,2 miljoen drugsgebruikers op een totale bevolking van ruim 60 miljoen (officieuze schattingen houden het op 2 a 3 miljoen) en dat aantal neemt toe. De zorg geldt met name de naar schatting 500.000 heroineverslaafden; de rest wordt gevormd door opiumrokers, die officieel niet, maar de facto wel worden gedoogd. Het roken van opium heeft een lange geschiedenis in Iran, en de meeste de gebruikers zijn relatief welvarende plattelandsbewoners, die niet zozeer voor gezondheids- (aids) of criminaliteitsproblemen zorgen.

In een verslechterende economische situatie verkeren steeds meer mensen in een uitzichtloze armoede - vooral jongeren, want Iran is demografisch een jong land - en dan zijn verdovende middelen verleidelijk. Op de grote kruispunten in Teheran, waar losse arbeiders op werk staan te wachten, worden drugs verhandeld. “Individuen die naar Teheran komen uit andere steden en dorpen om in de bouw te werken, worden drugspushers wegens de recessie in de bouw”, schreef onlangs de Iraanse krant Arya. Iran heeft de pech zo'n 1.500 kilometer grens te delen met de grootste opiumproducent ter wereld, Afghanistan, en drugs zijn goedkoop. Een heroineverslaving is in Teheran met een paar gulden per dag te onderhouden.

De drugs zijn een van de hoofdoorzaken van de spanningen tussen Iran en de in het grootste deel van Afghanistan heersende Talibaan.

De graanteelt in Afghanistan is in de jarenlange burgeroorlog teloorgegaan en geleidelijk vervangen door de drugsproductie. Opiumpapavers willen makkelijk groeien en de boeren zien hun afzet gegarandeerd: “Wie zou er nu Afghaanse tomaten willen kopen”, erkent een Westerse diplomaat in Teheran die zich met het drugsprobleem bezighoudt. Bovendien stimuleren de Talibaan de drugsproductie om hun gevechtsinspanningen te financieren, bevestigt hij. Volgens de Iraanse regering is de hoeveelheid drugs die Iran wordt binnengesmokkeld dramatisch vergroot sinds de Talibaan drie jaar geleden de macht overnamen in provincies die aan Iran grenzen.

De natuurlijke uitvoerroute van Afghaanse drugs loopt via Iran, zegt Hamid-Reza Ghaffarzadeh, een hoge functionaris bij de organisatie voor drugsbestrijding van de Verenigde Naties, UNDCP, in Teheran. Maar Iran pakt de strijd tegen de verdovende middelen in de ogen van de VN zeer serieus aan. In het grensgebied met Afghanistan zijn indrukwekkende fysieke barrieres tegen drugskaravanen opgeworpen: betonnen dammen zijn aangelegd in rivierbeddingen, er zijn mijnenvelden aangelegd en honderden kilometers wallen en hekken gebouwd.

Drugsbaronnen hebben echter een fantastische financiele macht en dienovereenkomstige militaire kracht tot en met luchtdoelgeschut. In wat neerkomt op een feitelijke oorlog tegen de zwaar bewapende drugssmokkelaars zijn volgens de Iraanse autoriteiten de afgelopen 20 jaar in totaal 2.600 Iraanse militairen en politiemannen gedood. Vorig jaar nog sneuvelde de commandant van de Iraanse drugsbestrijding, generaal Javad Haj-Khoda Karam.

Iran, dat zo'n 400 miljoen dollar per jaar besteedt aan de strijd tegen de drugs is volgens Ghaffarzadeh aardig succesvol - zeker nu in verband met de recente spanningen met Afghanistan een halve legermacht in het grensgebied is samengetrokken - en er zijn aanwijzingen dat de drugsroutes zich aan het verplaatsen zijn naar Centraal-Azie.

Maar er komt nog ontstellend veel binnen. Vorig jaar werden in totaal meer dan 200 ton drugs in beslag genomen, maar volgens de Iraanse autoriteiten is dat maar een fractie van wat Iran wordt binnengesmokkeld. Eentiende, schatte vorige maand de Iraanse onderminister van Binnenlandse Zaken, Gholamhossein Bolandian.

Het grootste deel van deze verdovende middelen is in feite transitohandel, bestemd voor de Arabische Golfstaten en Europa. Meer dan 90 procent van de heroine die Groot-Brittannie bereikt, is afkomstig uit Afghanistan, en in andere Europese landen is dat percentage niet veel lager, aldus diplomaten in Teheran die zich met dit vraagstuk bezighouden.

Europa is zeer tevreden over de Iraanse inspanningen onderstrepen de VN en Westerse diplomatieke kringen. “Maar het Iraanse argument `we beschermen uw jeugd' accepteren wen niet”, zegt een Europese diplomaat. “U doet het voor uw eigen jeugd, antwoorden we dan.” Maar internationaal groeit het besef dat Iran goed werk levert, met weinig hulp van buitenaf. “Het Iraanse drugsprogramma is een van de meest ondergewaardeerde ter wereld”, aldus UNDCP-hoofd Pino Arlacchi, die vorige maand een beroep deed op de internationale gemeenschap de Iraanse inspanningen in dezen politiek dan wel financieel te steunen. De diplomaat wijst op het dilemma: “Het Westen kan moeilijk oorlogsmaterieel leveren aan een land dat geldt als steunpilaar van terrorisme.”

Iran heeft dit najaar zijn antidrugswetgeving aanzienlijk verscherpt. Iedereen die wordt gepakt in het bezit van meer dan 30 gram heroine wacht de doodstraf evenals degene die meer dan 5 kilo opium bij zich heeft. Maar gebruikers worden tegenwoordig volgens Ghaffarzadeh “aanzienlijk meer sophisticated” benaderd dan vroeger het geval was.

Het was jarenlang “zero tolerance” en cold turkey afkicken in gevangenkampen, maar men begint in te zien dat deze benadering niets oplevert. De zojuist van kracht geworden antidrugswet voorziet in resocialisering van niet-criminele verslaafden die zich vrijwillig voor behandeling aanmelden. Wie dat niet doet, komt uiteindelijk onvermijdelijk in de gevangenis terecht, zo waarschuwde de Iraanse procureur-generaal, ayatollah Morteza Moqtadai, vorige maand nog.

“We benaderen hen als zieken, niet als misdadigers”, zegt dr. Ansari, hoofd van de Iraanse Welzijnsorganisatie die onder andere verantwoordelijk is voor de afkickcentra.

Met deze benadering, waarbij afkicken hand in hand gaat met resocialisering, is de afgelopen paar jaar al geexperimenteerd. Buurtgezondheidscentra worden onder andere gebruikt om drugsgebruikers te identificeren. Iran hoopt op deze manier, aldus Ansari, de criminele aspecten van het drugsgebruik te verminderen - naar schatting 50 procent van de gedetineerden is veroordeeld wegens drugsmisdrijven - de sociale en gezondheidsproblemen te verminderen en, het belangrijkst, de vraag naar verdovende middelen te beperken.

Maar iedereen weet: zolang de productie in Afghanistan niet wordt aangepakt, is het dweilen met de kraan open.