Euro-11 eens over zetel bij G7

BRUSSEL, 2 DEC. De ministers van Financien van het eurogebied hebben gisteren een voorlopig akkoord bereikt over hun vertegenwoordiging bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de G7. Het akkoord betekent een nederlaag voor Europees commissaris De Silguy, die voor zichzelf een sleutelrol wilde.

Op informele bijeenkomsten van de G7 zou het eurogebied vertegenwoordigd moeten worden door de voorzitter van de elf ministers van Financien van het eurogebied. Dit voorzitterschap van de euro-11 wisselt iedere zes maanden. Deze voorzitter moet ondersteund worden door een van de landen van het eurogebied die permanent lid van de G7 zijn dat wil zeggen Frankrijk, Duitsland en Italie. De president van de Europese Centrale Bank (ECB) zou ook aan de besprekingen van de G7 moeten deelnemen. Voor een vertegenwoordiger van de Europese Commissie is bedacht dat deze de voorzitter van de euro-11 kan ondersteunen.

Of deze constructie voor de niet-Europese G7-leden Japan, Canada en Verenigde Staten aanvaardbaar is moet nog blijken. De Duitse minister van Financien Lafontaine zal hierover binnenkort in Washington een eerste bespreking voeren. De voorlopig bedachte oplossing betekent dat de poging van kleinere landen van het eurogebied om altijd een vertegenwoordiger bij de besprekingen over monetaire zaken in de G7 te hebben, is mislukt. De Nederlandse minister Zalm zei dat de ambitie van de kleine landen kansloos was. Als de opzet door de hele G7 wordt aanvaard kan een klein land alleen bij de besprekingen aanschuiven als het voorzitter van de euro-11 is.

Bij het IMF, waarvan alle landen van het eurogebied lid zijn zal de voorzitter van de ministers van Financien van euroland als vertegenwoordiger optreden. Een medewerker van de Europese Commissie wordt door deze euro-11 voorzitter op de hoogte gehouden van de besprekingen bij het IMF. De president van de ECB zal zelf bij het IMF namens het eurogebied kunnen meepraten.