De valsemunter in zijn element

Een Europese gemeenschappelijke munt is handig voor iedereen, ook voor valsemunters en andere criminelen. Zeker als bij de invoering de controlerende instanties iets anders aan hun hoofd hebben. Voorzorgen zijn niet gemakkelijk te treffen.

De professionele crimineel heeft ten minste drie data in zijn hoofd gegriefd staan: 4 januari 1999, 1 januari 2000 en 2 januari 2002. Het zijn de dagen van respectievelijk de invoering van de girale euro, de explosie van de millenniumbom en de invoering van euromunten en -biljetten. Deze dagen zijn ideaal voor frauduleuze transacties. Tijdens de verwachte wanorde en chaos bij de invoering van de girale euro en de computerproblemen bij de entree van het jaar 2000 hebben controlerende instanties wel iets anders aan hun hoofd. Transacties die nu al nauwelijks opvallen zijn dan helemaal onopmerkelijk.

Maar na de invoering krijgen opsporingsinstanties het nog zwaarder. In theorie zou je kunnen stellen dat met de invoering van de euro de markten transparanter worden en dus beter te onderzoeken zijn. Integendeel, geld uit criminele activiteiten kan straks gemakkelijk van een Zuid-Italiaans bankfiliaal naar een bankje in Noord-Finland worden gesluisd. Monetaire grenzen zijn er niet, waardoor valuta niet omgerekend hoeven te worden. Er zijn veel minder tussenstappen nodig bij deze kapitaalvlucht, die anoniem kan worden uitgevoerd en bovendien dankzij elektronisch dataverkeer razendsnel kan worden uitgevoerd. Hoe minder tussenstappen, des te minder administratie des te vager het spoor (paper trail) dat de geldstroom achterlaat.

EUROPOL

Over de omvang van financiele fraude staat weinig vast. Hard cijfermateriaal met vergelijkingen tussen de diverse eurolanden is nergens verkrijgbaar. Nederland heeft zich nagenoeg als enige in de Europese Unie kwetsbaar opgesteld als het gaat om de openbaarmaking van gegevens over de georganiseerde misdaad, veelal afkomstig uit het onderzoek in 1995 van de parlementaire enquete opsporingsmethoden.

In Nederland hield de Centrale Inlichtingen en Recherchedienst (CRI) tot voor kort deze gegevens bij. Die taak is nu overgedragen aan Europol, de Europese tak van Interpol. Europol is een organisatie die pas sinds 1 oktober serieus aan het werk is en nog onvoldoende is ingewerkt om statistieken te verzamelen, analyseren en interpreteren. Het CBS houdt alleen cijfers over valsemunterij bij. Zelfs het wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van Justitie kan geen schatting maken van de bedragen die gemoeid zijn met financiele fraude. Het accountantsbureau KPMG maakte onlangs voor Nederland de schatting van zestig miljard gulden.

In Nederland fungeert het Meldpunt Ongebruikelijk Transacties nog wel als een soort graadmeter. Jaarlijks meldt de Nederlandse Vereniging van Banken hoeveel meldingen er zijn binnengekomen en waar ze zijn opgemerkt. Over de totale omvang van de transacties wordt geen mededeling gedaan. Bij opgemerkte transacties gaat het in de meeste gevallen om contant geld. De opsporingsinstanties verwachten niet dat met de komst van de girale euro boekhoudkundige fraude zal afnemen. “De zwarte gulden wordt gewoon de zwarte euro”, zei een opsporingsbeambte op het congres in Brussel. De problemen worden alleen maar groter door de nieuwe betalingsmiddelen zoals betalingen via Internet (cyber money) en elektronisch bankieren.

De zorgen over de invoering van de munten en biljetten zijn groter. Bankiers en fraudedeskundigen verwachten dat de georganiseerde misdaad zal inspelen op de conversie. Ze verwachten dat ze hun ondergronds bankensysteem, (UBS=Underground Banking System) verder zullen perfectioneren. UBS is een netwerk van banken die niet officieel geregistreerd staan en geen vergunning hebben van de lokale centrale banken.

Het netwerk van illegale bankiers spreidt zich uit over de hele wereld.

Invoering van de euro maakt het voor de diverse ondergrondse banken alleen maar gemakkelijker. Omrekenen hoeft niet langer in Euroland. De criminele organisatie kan dezelfde euro's in een ander land weer ophalen. Bovendien lopen de ondergrondse banken geen valutarisico als zij geld, in afwachting van een omgekeerde transactie, in bewaring hebben.

Het geld dat hiermee ondergronds wordt overgemaakt kan afkomstig zijn uit drugshandel, handel in gestolen goederen maar ook mensensmokkel, prostitutie en effectenhandel. Uit een rapport van de Centrale Recherche en Inlichtingendienst (CRI) uit 1997 blijkt dat Surinaamse, Turkse en Nigeriaanse criminele organisaties gebruikmaken van ondergrondse banknetwerken.

Verreweg de grootste zorgen maken bankiers zich over vervalsingen. Een munt die wereldwijd wordt geaccepteerd en waardevast is, is een ideaal betalingsmiddel om te vervalsen. Hoewel de munten en de biljetten pas in 2002 worden ingevoerd, zijn nu al de eerste eurovervalsingen gesignaleerd: in een Zuid-Italiaans dorpje waar de mafia de scepter zwaait en de bewoners niet beter wisten of het biljet was al ingevoerd. Ook in een Portugees vissersdorpje zijn de eerste valse euro's al in beslag genomen. Uit een militair vliegtuig op het Belgische vliegveld Zaventem zijn enkele jaren geleden al drukmallen voor eurobiljetten verdwenen.

GEEN UNIFORME MUNT

Misschien is het grootste misverstand rondom de invoering van de euro dat er een gemeenschappelijke uniforme munt komt. Dat is niet zo. De landen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) gaan allemaal een munt invoeren die `euro' heet en die onderling een op een tegen elkaar uitgewisseld kunnen worden.

Toch zullen ze allemaal anders zijn, zo luidde een belangrijke conclusie op de conferentie Fraud & The Euro, drie weken geleden te Brussel.

De centrale banken van de EMU-lidstaten gaan geen volstrekt uniform biljet invoeren. In tegenstelling tot de euromuntjes zullen de bankbiljetten geen nationale zijde hebben. Het verschil in de biljetten zit hem in de druktechnieken, het type drukinkt en de gebruikte papiersoorten. Als Frankrijk of Finland het biljet van 500 euro net even fletser op donkerder drukt, is de euro daarom niet minder waard. Als Portugal net even ander papier gebruikt dan Duitsland zullen bankiers en winkelpersoneel gaan twijfelen. Dat wordt een probleem voor kassieres van Nederlandse supermarkten die na de zomer plotseling Franse of Spaanse euro's krijgen aangeboden. “Vervalsers steunen op luiheid van de aannemer van het geld”, zegt John Maslop van een Britse drukker die gespecialiseerd is in waardepapieren. Hij verwacht dat ze misbruik gaan maken van de onwetendheid van Europese burgers.

Het zijn misschien marginale verschillen, maar in ieder geval niet veel kleiner dan de verschillen tussen de echte dollar en het bijna perfecte nepbiljet van de Hezbollah-beweging, de gewraakte `super-dollar'. Volgens Maslop is de beste manier van controle het biljet naast een exemplaar te leggen waarvan je zeker weet dat het echt is.

Vooral kleine landen in het eurogebied moeten zich gaan voorbereiden op vervalsingen. Frankrijk en Duitsland hebben wegens de belangrijkheid van hun huidige valuta ervaringen met vervalsingen. Kleine landen, zoals Belgie en Oostenrijk hebben die ervaring niet. Serge Bertholome, schatbewaarder van de Belgische centrale bank, zei dat in Belgie het aantal geregistreerde vervalsingen de afgelopen tijd sterk is gestegen door grappen met bankbiljetten.

Hij vertelt dat eenvoudige, door kopieermachines en pc's vervaardigde vervalsingen de opsporingsinstanties zwaar belasten. “Als iedereen voor de grap biljetten gaat namaken komen onze ambtenaren niet meer aan het grote werk toe.” Hij hamert erop dat het eurobiljet wordt voorzien van de allermodernste beveiligingssnufjes zoals fluoriserende vezels, multitone watermerken en folies met hologrammen. De ontwerpen van biljetten die vorig jaar zijn gepresenteerd zij nog niet beveiligd.

Bankiers, fraude-experts en justitieel medewerkers vrezen dat criminelen alles uit de kast zullen halen om de biljetten van 500 euro te gaan vervalsen. Met scanners en andere optische apparatuur zijn biljetten tegenwoordig zeer goed te digitaliseren en reproduceren. De Europese Centrale Bank (ECB) overweegt de uitgifte van 500-eurobiljetten (circa 1.110 gulden) te limiteren om zo het witwassen van geld te bemoeilijken. De Fransen zien het biljet liever helemaal niet komen. In Frankrijk is het grootste biljet 500 franc (130 gulden). Ter vergelijking; in de Verenigde Staten is het grootste biljet 100 dollar (190 gulden). Duitsers, die net als Nederlanders wel grote biljetten kunnen gebruiken, hebben juist aangedrongen op de komst van het biljet van 500 euro.

EUROPESE FBI

De Europese Commissie heeft de lidstaten en het Europees parlement afgelopen zomer een pakket voorstellen toegestuurd waarin ze Europese wetgeving voor de beveiliging van de euro bepleit. Vorige week werd in Lyon besloten dat de Europese Centrale Bank (ECB) en Interpol nauw gaan samenwerken. De Europese Centrale Bank zal voor de analyse van valsemunterij een speciaal analysecentrum oprichten. Statistische en technische data worden opgeslagen in een database die gebruikt mag worden door de diverse nationale centrale banken en opsporingsinstanties.

Fritz Zeder een openbaar aanklager van het Oostenrijkse ministerie van Justitie en voorzitter van de EU-werkgroep Community Law and Penal Law merkt op dat opsporingsinstanties beter moeten gaan samenwerken om fraude aan te kunnen pakken. Hij wijst Europol aan als spil van de Europese fraudebestrijding. Deze organisatie zou ook nauwe banden moeten onderhouden met Amerikaanse instanties en collega's in andere niet-Europese landen.

Frankrijk en Duitsland willen van Europol een soort Europese FBI maken. Andere lidstaten vrezen een competitiestrijd tussen de diverse politiediensten. Vooralsnog is de agenda van Europol overvol met drugsdelicten wapensmokkel, autozwendel, mensenhandel, terrorisme en andere grensoverschrijdende misdaden.

Zeder ziet een groot probleem bij het bestraffen van fraudedelicten. Er zijn grote verschillen tussen de diverse eurolanden als het gaat om valsemunterij. Zo is in het ene land het bezit van een valse euro niet strafbaar, maar betaling ermee wel. In sommige landen is betaling met een valse euro niet strafbaar als een burger kan aantonen dat hij het biljet te goeder trouw van iemand heeft aangenomen. In het ene land krijgt men twee jaar cel, in het andere staat er vijftien jaar dwangarbeid op. De uiteenlopende regels in de landen van de Europese Unie over het bankgeheim belemmeren het snel en effectief aanpakken op Europees niveau van de witwaspraktijken van de georganiseerde criminaliteit. Anti-fraudeverdragen lopen al jaren vertraging op. Nationale parlementen staan eveneens op afstand. De EU is op dit terrein daadwerkelijk een ambtenarenstaat, met alle traagheid en geheimzinnigheid die men zich daarbij kan indenken. Een en ander wordt nog bemoeilijkt doordat een aantal lidstaten - waaronder Nederland - buiten EU-verband verdergaand samenwerkt op dit beleidsveld door middel van de zogeheten Schengen-verdragen.

Zeder is van opvatting dat ook de opslag van valse euro's overal in Euroland strafbaar moet worden, net als het in bezit hebben van drukapparatuur om ze te vervaardigen. Het is de taak van Duitsland, dat de EU-voorzittershamer van Oostenrijk zal overnemen om de justitiele apparaten van de eurolanden meer met elkaar te laten overeenstemmen.

Het zijn doorgaans onopvallende winkels, cafes, en eethuisjes die als dekmantel worden gebruikt voor cashpoints. Bij dergelijke geldtransacties staan symbolische betalingsbewijzen centraal. Soms is het de tekening van een beest of een doodgewone speelkaart. Het fungeert als een soort wachtwoord verderop in de transactie en vertegenwoordigt dus eigenlijk de waarde van het illegaal over te maken bedrag. De klant krijgt dit als hij zijn cashgeld overhandigt aan een medewerker van een ondergrondse bank. Ook krijgt de fraudeur een telefoonnummer van een contactpersoon van de bank waar het geld heen moet. Hij belt met het buitenland, vertelt over zijn speelkaart of andere unieke aanwijzingen en de deal is rond. De fraudeur krijgt te horen dat het geld daar kan worden opgenomen. De transactie tussen de twee banken wordt niet meteen vereffend. Pas wanneer er een omgekeerde transactie plaats vindt hebben de twee ondergrondse banken met elkaar afgerekend. Dat kan ook in meer termijnen gebeuren. Het geld wordt dus niet verplaatst, maar de banken houden bij van welke bank ze nog geld krijgen en aan wie ze nog moeten betalen. Zo ontstaat een netwerk van geldtransacties waar de

controlerende instanties geen enkele greep op hebben.