`Servische Adolf' voor VN-tribunaal; Goran Jelisic bekent twaalf moorden

DEN HAAG, 1 DEC. “Hitler was de eerste Adolf, ik de tweede”, vertelde de 30-jarige Goran Jelisic tegen een van zijn gedetineerden. Dat was in mei 1992, toen `Servische Adolf' naar het Noord-Bosnische Brcko was getrokken om, in zijn eigen woorden, “zoveel mogelijk moslims te vermoorden”.

Gisteren begon bij het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag de strafzaak wegens genocide tegen Jelisic, een bleke, magere jongeman. Hij is de tweede verdachte die van deze zwaarste aller misdaden wordt beschuldigd. Begin augustus stierf de Bosnisch-Servische arts Milan Kovacevic in zijn cel toen zijn proces twee weken op gang was.

Kovacevic was volgens de aanklacht van het tribunaal een planner van volkerenmoord, Jelisic een uitvoerder, iemand die met groot enthousiasme zijn handen vuil maakte. Aanklager Terree Bower zei gisteren in zijn openingspleidooi dat “als maar een deel van wat hij heeft gezegd, waar is”, Jelisic zeker meer dan honderd moorden op zijn geweten heeft.

Jelisic bekende eerder de twaalf moorden en een geval van plundering waarvoor hij wordt vervolgd. Dit om zijn “ziel te zuiveren”, zo stelde hij. Maar op de aanklacht genocide pleit hij onschuldig, en alleen daar draait het in deze zaak nog om.

De aanklager moet bewijzen dat Jelisic van plan was een groep of een deel daarvan op basis van hun raciale, etnische of religieuze kenmerken te vernietigen. Want bij genocide gaat het om het motief, niet om het aantal moorden: een is in principe al genoeg. In het geval van Jelisic is genocide eenvoudig te bewijzen, meent Bower, omdat hij vele getuigen van zijn moordpartijen achterliet en graag opschepte over zijn prestaties.

Zijn score - ten minste honderd moorden - is des te opmerkelijker, omdat Jelisic er slechts twee weken voor had. In de eerste week van mei 1992 kreeg hij de leiding in handen van kamp Luka, waar de zegevierende Serviers de moslims en Kroaten van het stadje Brcko hadden samengedreven. Brcko was van groot strategisch belang: het lag midden in de Posavina-corridor, een nauw dal dat twee grote Servische gebieden in Bosnie verbond.

De Bosnische Serviers moesten deze stad onder controle krijgen en etnisch zuiveren.

Jelisic, een tractorbestuurder uit het naburige Bijeljina, had al eerder in Kroatie gevochten en liet ook deze kans niet voorbij gaan. Enkele maanden tevoren was hij voor fraude tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld, wat hem in de ogen van de autoriteiten des te geschikter maakte als beul, aldus aanklager Bower.

Jelisic heeft tegen zijn Haagse ondervragers gezegd dat hij in Brcko van de leider van het lokale crisiscomite een lijst kreeg van niet-Servische notabelen, met het verzoek er zoveel mogelijk te executeren. Zo begon zijn terreurbewind over kamp Luka. In lichtblauw politie-uniform nam Jelisic de moslims en Kroaten mee naar een rooster boven een afvoerpijp, waar hij ze door het hoofd schoot. “God gaf de Serviers een pistool om mee te doden”, grapte Jelisic vorig jaar in een gesprek met deze krant. Tegen een getuige noemde hij het “een humane methode”.

Jelisic schepte in die tijd op “gewoonlijk twintig tot dertig moslims af te slachten voor de ochtendkoffie”. Op een dag hield hij een bewaker tegen die een executie van hem over wilde nemen met de woorden: “Ik heb er vandaag nog maar zestig vermoord, ik ben nog in topvorm.” Tegen gedetineerden schepte hij op over zijn moordscore. “Voor ons was hij god”, getuigde een ex-gedetineerde tegenover de aanklager. “Hij bepaalde of je stierf of leefde.”

Eind mei 1992 na twee weken bloedige terreur, ontnamen de lokale Bosnisch-Servische autoriteiten Jelisic het commando. Dat bleek niet eenvoudig: toen een Bosnisch-Servische militieleider hem wilde wegsturen, dreigde Jelisic “een oorlog te beginnen tegen het leger”.

“Zonder mensen als Goran Jelisic was de genocidale Servische campagne van de lente van 1992 niet mogelijk geweest”, besloot aanklager Bower gisteren.

Jelisic keek stuurs voor zich uit in de beklaagdenbank. Geen schim meer van de god van 1992: de eerste getuige, de 37-jarige J., had grote moeite hem te herkennen. Volgens een psychiatrisch onderzoek, dat door rechter Jorda werd samengevat, is Jelisic toerekeningsvatbaar, maar kampt hij sinds zijn adolescentie met ernstige antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornissen.