Nederlands landschap lijdt aan Poldermodel

In het tienpuntenplan dat minister Pronk presenteerde in deze krant van 19 november, geeft hij aan tot een nieuw en strenger beleid te willen komen. Zoals te verwachten viel van Pronk, wil hij af van de bijna geheel teruggetrokken rol die de overheid momenteel in de ruimtelijke ordening speelt. Voordat begonnen wordt aan een inhoudelijke invulling van de vijfde nota Ruimtelijke ordening lijkt een nadere discussie over de toekenning van de macht over de ruimtelijke ordening op zijn plaats.

Rijdend over de Nederlandse (snel)wegen is de constatering dat de besluitvorming nergens zo zwak is als in de ruimtelijke ordening duidelijk af te lezen aan het indifferente landschap om ons heen. De ruimtelijke ordening in Nederland valt gedeeltelijk onder een ministerie, dat ook de volkshuisvesting en het milieu erbij doet. Om tot planvorming te komen wordt er maatschappelijk gediscussieerd en vooral heen en weer geruzied met Verkeer en Waterstaat, Economische zaken en Landbouw om uiteindelijk via eindeloze inspraakprocedures, bloedeloze compromissen te bereiken. Compromissen die zo halfslachtig zijn en ruim te interpreteren dat ze verheugd door projectontwikkelaars en lokale overheden worden aanvaard, om ze vervolgens naar eigen inzicht in te vullen. Het Nederlandse landschap lijdt aan het `Poldermodel'.

Het poldermodel waaraan gerefereerd wordt is een sociaal-economisch model gebaseerd op overlegstructuren en compromissen. Een model dat ogenschijnlijk zo goed past bij Nederland. Vanuit de historie hoort een compromismodel echter helemaal niet bij de Nederlanden en zeker niet bij het Hollandse landschap. Een land dat op zoveel verschillende manieren heeft gevochten tegen overheersing. Een volk dat in opstand kwam tegen de Spaanse onderdrukking en nog tot ver in de twintigste eeuw in verzet ging door het land compromisloos onder water te zetten. Met behulp van het zelf geschapen landschap werd de vijand bevochten. Niet uit compromissen maar uit inventiviteit en creativiteit ontstonden nieuwe ideeen, ontstond een nieuw landschap.

Ons huidige landschap gaat ten onder aan nota's, plannen, (toekomst)scenario's en als dieptepunt het beeldkwaliteitsplan. Als iedereen maar tevreden is, een beetje milieu vooral duurzaam, de architect bedenkt wat leuke vormpjes en als we er niet uitkomen kunnen we altijd nog een kunstenaar laten opdraven om er iets van te maken.

Als Pronk werkelijk iets wil veranderen aan het toekomstige beeld van Nederland, zal hij radicale keuzes moeten maken en moet vooral geen groen poldermodel, maar gewoon een departement de baas zijn. Een samenvoeging van de departementen tot een departement dat het volledige primaat heeft over de ruimtelijke ordening. Een sturend ministerie dat ook reeds in werking gezette ontwikkelingen - en sterk bekritiseerde projecten zoals de Vinexlocaties of de Betuwelijn - radicaal kan terugdraaien of aanpassen.

Waar we in ieder geval naar toe moeten is een antireferendumbeleid. Alleen dan kan de door Pronk gewenste helderheid, duidelijkheid en transparantie bereikt worden. We beschikken over de technische mogelijkheden om met ultra-lichte stedebouw elk type woning op elke plaats te bouwen. Wellicht moeten we juist wel woningen in de uiterwaarden bouwen, midden, tussen of onder snelwegen, bij, naast of in hoogspanningsmasten, midden tussen opstijgende vliegtuigen. Dan kunnen we beginnen om ook het schuldige en verboden landschap te ontginnen. Waar het bestuur de economie belangrijk acht wordt dit duidelijk zichtbaar in de vorm van het landschap. Waar de natuur met rust gelaten moet worden, doen we dat ook. Op deze wijze ontstaan uitersten.

Juist door conflictsituaties te creeren kunnen nieuwe typologieen ontstaan, nieuwe uitgangspunten, nieuwe landschappen. In toekomstige ontwikkelingen zouden extremen niet moeten worden uitgesloten, genegeerd of ontkend. Wel moeten zij worden gebruikt om een extremofiel landschap te laten ontstaan. En binnen die extremen kunnen wel degelijk vermengingen, contrasten en overwoekeringen plaatsvinden. Afgeronde oplossingen zijn niet noodzakelijk. Dan ontstaat een landschap waar zelfs in tegenstelling tot Pronks toekomstbeeld, plaats is voor slordig opgetrokken windschermen, rommelige bedrijfslocaties en morsige flatgebouwen.