Europa is echt aan het veranderen

We zullen ons nooit overgeven. Terwijl zijn standbeeld door koningin Elizabeth en president Chirac werd onthuld, galmden Churchills woorden opnieuw door Parijs.

Dit keer niet alleen om de onwankelbare solidariteit tussen Fransen en Britten te herbevestigen, maar ook als huldeblijk aan de nieuwe openheid van Tony Blair en zijn regering ten aanzien van Europa en de creatie van een echt Europees defensie-apparaat. Churchill de realist, de man van wie de beroemde uitspraak is dat hij, gesteld voor de keus tussen Europa en de Zeven Zeeen, zou kiezen voor de Zeven Zeeen zou niet zijn geschrokken van de nieuwe koers van Tony Blair: `bestemming Europa' - Groot-Brittannie heeft eenvoudig geen andere keus.

Tot voor kort zag Londen in zijn bijzondere relatie met Washington wat de Fransen in Europa zagen: een multiplicator van hun invloed, een manier om zichzelf te blijven met andere middelen. Thans echter beginnen de Britten hun afstand tot Europa te zien zoals de Fransen drie jaar geleden hun afstand tot de NAVO zagen: als een nutteloos en kostbaar isolerend mechanisme. De Britten kunnen zich nog slechter veroorloven buiten Europa te blijven staan dan de Fransen buiten de NAVO kunnen. Het is in hun strategisch belang zich aan te sluiten bij het euro-gebied en de hand te hebben in de omvorming en uitdieping van de Europese Unie. Wel moet Blair natuurlijk rekening houden met de gevoeligheid van de publieke opinie en haar voorbereiden op zo'n revolutionaire identiteitsverandering.

De Fransen zien wel de strategische evolutie die Groot-Brittannie dichter naar Europa toe beweegt, maar ze onderkennen niet een van de indirecte gevolgen voor hen zelf: hoe Europeser de Britten worden, des te dichter zullen de Fransen zich bij het Atlantisch bondgenootschap moeten aansluiten. Intussen mogen de Fransen graag wijzen op de kloof die er nog altijd gaapt tussen Britse woorden en Britse daden. Tot op heden zijn Tony Blairs bijdragen aan de Europese Unie namelijk meer kosmetisch dan substantieel. Wat de Britten feitelijk aan de Unie hebben bijgedragen is vooral een verandering in hun eigen houding. Tony Blair mag dan de enige regerende staatsman in Europa zijn die zijn partners uitnodigt na te denken over hoe Europa er over twintig jaar uit zal zien, maar hij moet nog met zijn eerste concrete, reele voorstel komen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, mag de Britse betrekkingen in de wereld dan een hoger moreel gehalte willen geven en zelfs een gedragscode willen instellen voor het Britse beleid inzake de wapenhandel de Fransen blijven Britse ondernemingen zien als felle, cynische rivalen die klaarstaan om elk moment van zwakte bij de Fransen te benutten om hen in de markt te marginaliseren.

En in de ogen van veel Fransen vergieten Britse ondernemers in de defensie-industrie krokodillentranen om de tijd die de Franse regering verspilt in haar streven de eigen defensie-industrie voor te bereiden (lees: privatiseren) op de uitdaging van de mondialisering. Britse en Duitse concurrenten zien wel iets in de Franse traagheid.

Deze terechte maar onbeduidende ruzies en verwijten mogen echter niet de essentie overvleugelen: Europa is echt aan het veranderen en de evolutie in Groot-Brittannie zelf maakt een integraal onderdeel van deze structurele metamorfose uit. Naarmate Groot-Brittannie langzaam maar onstuitbaar naar Europa toe drijft, begint Duitsland een meer `normale' houding aan te nemen tegenover de begrippen macht en nationaal belang.

Eveneens langzaamaan accepteert Duitsland het feit dat macht soms militair vermogen impliceert en dat het Duitse leger bij voorbeeld, net als zijn Britse en Franse tegenhangers, wellicht een snelle interventiemacht zal moeten vormen. Ook de Fransen zijn aan het veranderen. Zij meten zich een andere diplomatieke stijl aan tegenover de Verenigde Staten en het symbool van de blijvende Amerikaanse aanwezigheid in Europa, de NAVO. Een meer Europees Groot-Brittannie, een meer nationalistisch Duitsland, een iets meer Atlantisch gezind Frankrijk zo niet in optreden dan toch in houding - de ingredienten voor een krachtiger Europese aanwezigheid in de wereld zijn aanwezig. Op steeds meer gebieden hebben deze landen steeds meer met elkaar gemeen en niet alleen omdat ze allemaal worden geregeerd door centrum-linkse regeringen.

We mogen natuurlijk niet dagdromen: Europeanen hebben zichzelf in het verleden al zo vaak voor desillusies geplaatst dat het onverstandig zou zijn al te vroeg te jubelen over onze positieve metamorfosen.

Maar de parameters van Europa zijn langzaam aan het veranderen, alsof de federatieve schok van de euro zich al doet voelen nog voordat hij feitelijk wordt ingevoerd. Deze structurele veranderingen zijn nog niet doorgedrongen tot de manier waarop Europese regeringen Europa aan hun bevolkingen verkopen. Ze brengen nog steeds een in wezen defensieve boodschap.

Het Europa van vandaag beschermt zijn burgers tegen de instabiliteit van een chaotische, mondiale wereld, zoals Europa zijn burgers voorheen beschermde tegen de terugkeer van het oude kwaad namelijk oorlog tussen Frankrijk en Duitsland.

De burgers beschutten tegen de donderwolken der geschiedenis - die nogal egoistische boodschap strookt niet met de ambities en mondiale verantwoordelijkheden van een herboren en vergroot continent dat trots mag zijn op zijn huidige en vroegere verrichtingen. Maar voor een continent dat deze eeuw zulke grote rampspoed over zichzelf heeft gebracht is het wellicht, althans voorlopig, nog de enige realistische, zo niet terechte boodschap.