Twee ijsjes als troost

V. is opgelucht. Zegt ze. Al die weken, maanden, jaren van wachten, naar beneden rennen als de postbode was geweest, graaien tussen de reclameblaadjes en wijkkrantjes of er niet een brief tussen zat van het ministerie. En toen kwam gisteren eindelijk de beslissing. Verzoek afgewezen. Ze moet voor 11 december terug.

V. lacht schamper. Op 17 december is ze jarig. Wordt ze achttien. Ze zal het vieren in Cluj, met een fles wijn, ergens op een haveloze kamer met een kolenkacheltje, misschien alleen. Of in gezelschap van een jeugdvriend. Met hem trouwen, kindje krijgen, de Roemeense vrouw worden die ze nooit had willen zijn.

Haar vader is verdrietiger dan zij zelf, verzekert ze me. Hij is verbitterd, woedend, soms panisch. Hij moest aantonen dat hij in de elf jaren die hij in Nederland was voor haar had gezorgd. Dat de gezinsband niet was verbroken. Hoe moest hij dat bewijzen? Met bonnetjes van de Hema waar hij kleren voor haar kocht? En geld stuurde hij mee met vrienden, verre familieleden, of hij bracht het zelf, als hij in de zomer naar het dorp kwam. Maar de ambtenaren eisten bankafschriften. Welke idioot maakt nou geld naar Roemenie over via de bank?

Het meest vernederende vond ze dat ze een foto-album moest overleggen. Aan de hand van de vele honderden kiekjes moest ze laten zien dat haar vader haar vader was gebleven. Haar omhelsde toen ze elf werd, haar meenam voor een picknick, in een roeiboot om te vissen. Tenslotte hebben ze het album genegeerd. In de overwegingen van de rechters in hoger beroep wordt niets gezegd over de foto's.

Ja, ze is blij, zegt V. nogmaals. Haar Nederlands is onberispelijk, accentloos. Haar wimpers raken de glazen van het kleine brilletje. Het haar in twee vlechtjes, dunne zilveren ketting om de hals. Beeldschoon is ze, met een lach die verrassend stralend is maar vingers die onrustig in elkaar grijpen, vormpjes maken, alsof ze elkaar willen vasthouden.

Lang geleden, op haar zevende, kwam vader naar haar toe met de eigenaardige mededeling dat hij niet zou vergeten dat hij een dochter had.

Hij gaf haar twee ijsjes, voor de deur van grootmoeders huis, en vertrok. Hij wist Nederland te bereiken op de meest hilarische manier. Weer die stralende lach.

Met twee vrienden ging hij de Donau over, zwemmend. En hij kon niet eens zwemmen. Ze dobberden op een luchtbed, trapten wild met de voeten, kwamen in Italie, kropen in een oude trein tussen plafond en dak en reisden naar het beloofde land. En zij zat daar met die twee ijsjes en een aan alcohol verslaafde moeder die nooit thuis kwam.

Grootmoeder van moederskant zwaaide de scepter, en hoe! Ze zal me er een keer alles over vertellen. Maar als ik haar eraan herinner dat die keer misschien niet komt, omdat het al bijna 11 december is, kijkt ze weg. Waarom zou ze niet illegaal hier blijven, stel ik voor. Als het zovelen lukt, waarom haar niet? Geen sprake van, zegt ze heftig. Gevangen zijn, niet kunnen gaan en staan waar ze wil, beven voor de klop op de deur van de politie, het zou hetzelfde leven zijn als ze bij haar grootmoeder had.

Grootmoeder was een grillige vrouw, V. maakt kringetjes rond de oren. Sterk wisselende stemmingen, het ene moment gierend lachen, het andere moment harde straffen opleggen. Als je naar de wc ging moest je het eerst vragen. Als je na school niet binnen tien minuten thuis was - de school lag op een kwartier lopen - dan zwaaide er wat.

Waarom koos ze er dan voor om bij haar te blijven? Want vier jaar na haar vaders vertrek kwam hij terug om haar te halen. Hij was inderdaad niet vergeten dat hij een dochter had. Maar V. besloot bij oma te blijven, waarom? Omdat oma zo zielig begon te huilen. Dat ze in de steek werd gelaten, stank voor dank kreeg, in Roemenie dood zou gaan en haar kleindochter nooit meer zou zien.

En V. voelde toch een zekere dankbaarheid, het was per slot oma die haar had opgevangen, nadat vader zo parmantig had gezegd dat hij niet zou vergeten dat hij een dochter had. Die twee ijsjes. Twee ijsjes als troost.

Strafte ze haar vader, door eerst niet met hem mee te willen? V. haalt de schouders op. Toen ze vijftien was wist ze oma te ontvluchten en ging ze naar Gerla. Zwierf door de stad, at soms hier, sliep weer daar. Ze kreeg maandelijks geld van pa uit Nederland en had de tijd van haar leven. Lange nachten in disco's, drank, sigaretten, wie wilde niet rond haar hangen, ze had altijd geld. En vriendjes en absolute vrijheid. De vrijheid van een dakloze die notabene beeldschoon was.

Totdat ze zich realiseerde dat ze het leven van haar moeder was gaan leiden. Het kwam als een schok. Dezelfde bandeloosheid, de wisselende relaties, het kortstondige genot, de pijn in de ochtend. Dus liet ze vader weten dat ze nu wel wilde komen. Een braaf meisje zou zijn. Studeren, iets van haar leven maken.

Dat heeft ze, in de twee jaar die ze in Nederland is. De aard van haar moeder broeit wel in haar, de neiging om als een losbol de hort op te gaan, maar ze onderdrukt het en probeert de strenge discipline van haar vader te verwerven. Hij staat voor dag en dauw op om als schilder te gaan werken. Rookt niet, drinkt nauwelijks. Is misschien een tikje somber, maar dat is Roemeense mannen op die leeftijd eigen. In Nederland kreeg ze eindelijk een nest. Mooie kamer met poster van Leonardo DiCaprio, gevulde ijskast, vriendinnen om slenterend door de stad nagellakjes mee te kopen en 's avonds redenen om weer thuis te komen.

Dat is wat haar vader zo vreest, dat ze in Roemenie alle banden kwijtraakt, in een bar terecht komt, als animeermeisje, drinken, roken aan lager wal raken.

Ze is knap, jong, slim: zulke meiden hebben in dat land maar een toekomst. Naar de Oekraine met lotgenoten om eens flink te verdienen in de nacht, zoals ze even had overwogen toen ze zestien was.

Ach, ze kan de verleiding wel weerstaan, zucht ze. Ze speelt met de vingers, grijpt ze vast en laat ze los. Zit achterover gezakt op de keukenstoel. Lijkt soms een klein meisje, soms een doorleefde vrouw. Nee zegt ze ineens beslist. Haar vader hoeft niets te vrezen: ze zal nooit haar moeder worden. En ze hoeft zich niet meer te wreken om twee ijsjes.