Slaperig bij de radio

De `sleep'-functie op een wekkerradio is zinloos. Hoe kun je lekker inslapen bij een afgepaste tijdseenheid muziek, als die middenin een liedje met een luide klik wordt afgebroken? Bovendien, als zo'n functie al zou moeten bestaan, dan hoort hij thuis op de televisie. Inslapen doe je nu eenmaal bij de televisie, bijvoorbeeld bij de huiskamerintimiteit van Britse snookerverslaggevers. Voorzichtig kuchend en met alles in hun stem erop gericht om de zeldzame diersoort die we hier in beeld zien niet te storen, creeren ze de perfecte sfeer om lekker bij in slaap te vallen.

De radio is er om bij te ontwaken. Daar is ook intimiteit voor nodig maar niet te veel, anders word je er niet wakker van. De Radio 1-programma's van voor zeven uur bieden een uitgekiende dosis vertrouwdheid. Na de eerste ergernis over de klik van de wekkerradio word je direct opgenomen in een warm zacht collectief onderbewuste. Naadloos gaan je dromen over in veilige, bekende liedjes, af en toe onderbroken door nieuws- en weerberichten die je ook al heel lang kent.

Woordvoerders doen mededelingen. Toezeggingen zijn gedaan. Mensen hebben de hand op rapporten weten te leggen. Zaken worden op de politieke agenda gezet. Er is aanvoer van zachte, vochtige lucht uit het westen. Plaatselijk is kans op bevriezing van natte weggedeelten. En er staan `de dagelijkse files' bij Amsterdam, en `op de gebruikelijke plaatsen' rond Den Haag.

Maar de vertrouwde sfeer wordt vooral veroorzaakt door de muziek. Kenmerkend is `het typische Radio 1-liedje'. Dust in the wind is er een, en het onvermijdelijke Africa van Toto. Maar ook Jacques Brel zingt Radio 1-liedjes, en de Beatles, en Lucinda Williams. Een Radio 1-liedje is een liedje met een kop en een staart. Er is een refrein, er zijn coupletten. Gitaar (mits rustig bespeeld) en/of piano zijn verplicht. Bij voorkeur is het liedje twintig tot dertig jaar oud, maar modernere varianten voldoen ook. Je hoeft een specifiek liedje namelijk niet te kennen, als het maar klinkt alsof je het al honderd keer gehoord hebt. Er moet een muzak-versie van te maken zijn. Verloren liefdes zijn een dankbaar onderwerp. Ze herinneren je bij het wakker worden aan de liefde die je net zelf hebt verloren - je slaap. Als troost blijven ze vaak ongevraagd bij je.

Tot ver in de middag kun je opgescheept zitten met Just walk away Renee van de Four Tops in je hoofd.

Je kunt je wekkerradio elke ochtend bijna blindelings programmeren op Radio 1: elke dag dezelfde liedjes en hetzelfde gepraat, ongeacht of het programma KRO's Niemandsland heet of Vara's Ochtendhumeur, NCRV's Tussen gisteren en morgen of Wakker op weg van de EO. Bijna. Want er is een dag die uit de toon valt: de woensdag. Dan begint de VPRO de dag met De gezamenlijke zenders Peazens & Moddergat: “Het historisch verband tussen pop en muziek dat nergens anders gehoord wordt dan op de plaats van herkomst.” Dat betekent: Muziek van zeer orthodoxe joden die, omdat ze geen instrument mogen spelen, trommelen op het deksel van de opnameapparatuur, of krakende opnamen van een in 1945 gestorven Zuid-Amerikaanse zangeres, begeleid door kleppers.

Dit gaat 's ochtends te ver, dit maakt te snel te wakker. Sinds een paar weken weet ik waarom. Toen werd Hongaarse volksmuziek gespeeld, door mensen die “er absoluut hun brood niet mee verdienen maar rustig 's avonds muziek maken als het er de tijd voor is”, aldus presentator Wim Bloemendaal. 's Avonds! De VPRO dringt met zijn veel te lang gerekte avond bruut je ochtend binnen. Net als de mensen die je elke ochtend om zeven uur nog aan de bar ziet hangen in koffiehuis `Het Dobbertje'.

Hun met drank en gezelligheid overgoten dinsdagavond; jouw koude, ochtendhumeurige woensdagochtend.