`Lijst geroofde kunst joden in Rijksarchief'

GRONINGEN, 30 NOV. De schilderijen die Nederlandse joden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de `roofbank' Lippmann-Rosenthal (Liro) in Amsterdam moesten inleveren, zijn geadministreerd op lijsten. Deze “schilderijenlijsten” bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag.

“In totaal liggen er 89 dichtbeschreven foliovellen”, zegt de Groningse emeritus-hoogleraar I. Lipschits, die gisteren de lijsten in het VPRO-televisieprogramma `Lopende zaken' liet zien. “Hierop is onder andere de naam van de bestolen jood, een beschrijving van het kunstwerk en de naam van de schilder, de getaxeerde prijs en de naam van de koper bijgehouden.”

Uit de lijsten blijkt dat de schilderijen zijn gekocht door Nederlandse en Duitse veilinghuizen, maar ook door Nederlandse musea. Na de oorlog zijn niet alle kunstwerken teruggeven aan de rechtmatige eigenaar of de erfgenamen hiervan. Zo ontdekte het museum Boijmans van Beuningen museum in Rotterdam onlangs dat twee aquarellen uit de eigen collectie stammen oorspronkelijk joods bezit waren. Deze kunstwerken kocht Boijmans tijdens de oorlog rechtstreeks uit de Liro-collectie.

Hoeveel schilderijen van joden zich op dit moment nog in handen van Nederlandse instellingen bevinden, kan Lipschits niet zeggen. Wel is het volgens hem eenvoudig om met de lijst na te gaan welke kunstwerken uit joodse collecties zijn geroofd. Lipschits verbaast zich er dan ook over dat de commissie-Ekkart, die dit namens de Nederlandse regering onderzoekt, niet eerder gewag heeft gemaakt van het bestaan van de lijsten. “Als ik in mijn eentje hier zo eenvoudig achter ben gekomen dan moeten zij zeker van het bestaan van de lijsten hebben geweten.”

Lipschits is al langer bezig met eigen onderzoek. Zo hekelde hij onlangs de conclusie van het RIOD dat de teruggave van Joodse eigendommen na de oorlog “redelijk” zou zijn verlopen.