Kafka alom aanwezig in campagne St. Petersburg

MOSKOU, 30 NOV. De verkiezingscampagne in St. Petersburg heeft het karakter van een terreurcampagne aangenomen: de ene politieke moord volgde op de andere. Maar ook politieke trucs ontluisteren de campagne. Kafka in St. Petersburg.

De pech van de Petersburgse democraten en liberalen is dat de begrippen democraat en liberaal zo sleets zijn geraakt, en zo uit de mode dat ze de bijklank hebben van een scheldwoord. Nog lastiger wordt hun missie wanneer de inzet van de lokale verkiezingen het redden van de laatste restjes democratie is, zoals aanstaande zondag.

Lang genoot Leningrad de reputatie van de meest progressieve stad van het Sovjet-rijk bakermat van twee Russische revoluties. Tekenend is dat Ruslands tweede stad haar historische naam St. Petersburg hernam, nog voordat de communistische ideologie had afgedaan. Maar de voorsprong die zij eind jaren tachtig op de rest van Rusland nam, werkt nu, eind jaren negentig in haar nadeel. De stembusstrijd om een nieuw stadsbestuur is in deze “misdaadhoofdstad van het noorden” uitgelopen op een terreurcampagne voorlopig culminerend in de huurmoord op het parlementslid Galina Starovojtova, tien dagen geleden.

De 64.000-gulden-vraag: Wordt St. Petersburg opnieuw het voorbeeld voor wat de rest van het land te wachten staat?

Tot ongeloof van zijn aanhang verloor de eerste gekozen burgemeester, de welbespraakte Anatoli Sobtsjak, in 1996 de stadsverkiezingen. Wat niemand aanvankelijk wilde of kon geloven, was dat Sobtsjak zich als een autoritair heerser had gedragen, die mooie appartementen weggaf in ruil voor politieke loyaliteit. Hij werd verslagen door de loco-burgemeester, Vladimir Jakovlev, onder wiens leiding een corruptiezaak is geopend tegen de naar Parijs gevluchte `held van de democratie'.

Jakovlev, die zich gouverneur liet noemen, verbaasde vriend en vijand door openheid te propageren en de liberale Jabloko-partij in het stadsbestuur op te nemen.

Dat ging goed tot januari van dit jaar, toen het democratisch samengestelde college een soort lokale grondwet aannam, die de macht van de gouverneur beperkte. “Een couppoging”, zo karakteriseerde Jakovlev het document, dat hij als onwettig aanvocht. Toen in juli het Hooggerechtshof hem in het ongelijk stelde, bond hij de strijd aan met de “democraten” die het handvest hadden opgesteld.

Allereerst dwong hij, met hulp van het lokale televisiekanon Kanaal 5, de liberale voorzitter van het stadsbestuur Joeri Kravtsjov, tot aftreden. Al in maart had het Doemalid Galina Starovojtova, een Petersburgse democrate van het eerste uur, een oproep ondertekend: “Of we in een stad zullen leven met een Europees bestuur of in een provinciaal gat, dat hangt af van uw positie in dit conflict (over het handvest).” Luttele dagen daarna was het huis van haar medewerker Roeslan Linkov doorzocht door agenten met semi-automatische geweren, zomaar.

Sinds Kravtsjov en zijn bondgenoten op een comeback mikken via de verkiezingen van 6 december, worden zij op een wonderlijke manier tegengewerkt. Oleg Sergejev, die samen met Kravtsjov ten val was gebracht nadat hij corruptiepraktijken in het stadshuis had aangeklaagd ontdekte op de kieslijst een tweede Oleg Sergejev. Kravtsjov ontdekte dat hij uitkwam tegen Aleksandr Kravtsjov, een student, en Sergej Mironov vond zich geplaatst tegenover twee andere Mironovs, een Sergej en een Aleksej. Er bleken zich twee partijen te hebben ingeschreven onder de naam Jabloko. Dit kafkaeske spel werd pas doorgeprikt toen Sergej Beljajev, kapitein op een koopvaardijschip, onlangs onthulde dat hij 900 dollar had ontvangen om uit te komen tegen een naamgenoot van hem, de democraat Sergej Beljajev.

Kennelijk was het zaaien van verwarring niet genoeg want in september brak het moordseizoen aan. Of de “hand van Moskou” erachter zit, of de communisten, of de georganiseerde misdaad, of Jakovlev zelf? Er zijn versies te over. Feit is dat achtereenvolgens een medewerker van extreem-rechts in zijn keuken door een scherpschutter werd gedood dat het hoofd van de begraafplaats is opgeblazen door een radio-bestuurde bom, evenals de lokale baas van de Bank Menatep, en dat een medewerker van parlementsvoorzitter Seleznjov van dichtbij in het hoofd werd geschoten.

Galina Starovojtova, die naar St. Petersburg was gekomen om het op te nemen voor de bedreigde democraten, werd opgewacht in het trapportaal van haar flat en koelbloedig vermoord. Op haar dood is geschokt gereageerd, door alle kopstukken. Alleen gouverneur Jakovlev deed er het zwijgen toe. “Jakovlev is verdwenen”, zo kopte donderdag de krant Kommersant. Hij zou rugpijn hebben, opgelopen bij het tennissen. Nee, zei een andere woordvoerder, bij het handballen. Hij zou in Noord-Ossetie zijn, in Finland, in Zwitserland. Door zich zeven dagen schuil te houden wist hij een enorme verdenking op zich te laden. Pas vrijdag bezocht hij het graf van Starovojtova en zei dat de moord “deel uitmaakt van een grootschalige provocatie om het gezag in diskrediet te brengen”.

De campagne is zijn laatste week ingegaan, en het enige lichtpuntje dat zich aftekent is dit: de gewelddadige poging om de democraten en liberalen af te stoppen lijkt een averechts effect te hebben. Als de vijf miljoen inwoners van St. Petersburg zondag in het stemlokaal de juiste Kravtsjov, Sergejev, Mironov en Beljajev aankruisen, zullen de opdrachtgevers van de moord op Starovojtova, ook al gaan zij vooralsnog vrijuit, een gevoelige slag incasseren. Dan kan de stad, door tsaar Peter gesticht als “Venster op Europa”, weer een waardig voorbeeld zijn voor de rest van Rusland.