Internationaal proces tegen Ocalan voorlopig wild plan

AMSTERDAM, 30 NOV. Italie, gesteund door Duitsland, is voorstander van internationale berechting van Koerdenleider Abdullah Ocalan. Maar welk tribunaal zou dat dan moeten doen?

Een internationale berechting voor de Koerdenleider Ocalan. Dat is de oplossing van de regering-D'Alema voor het lastige dilemma waarin Italie zit. Duitsland wil Ocalan niet hebben - ondanks een internationaal opsporingsbevel - en Turkije kan hem niet krijgen wegens de doodstraf. Vandaar de Italiaanse vlucht naar voren. Zeg maar: in het ongewisse, want zo'n internationaal proces is voorshands slechts een wild plan.

Er is deze zomer in Rome de grondslag gelegd voor een Internationaal Strafhof in het kader van (maar niet behorende tot) de Verenigde Naties. Dit hof is echter de berechting van terrorisme - de kern van de aanklacht tegen Ocalan - ontzegd. Dit was een van de drie splijtzwammen die de totstandkoming van het internationale tribunaal ernstig hebben bemoeilijkt.

Verscheidene staten dachten het nieuwe hof bevoegdheid toe in gevallen van drugs, terrorisme en agressie. Anderen waren bang dat het gezag van het nieuwe Strafhof daardoor tezeer gevaar zou lopen en wilden het houden bij oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. Dat is het ten slotte ook geworden, al zal agressie later worden toegevoegd.

Het begrip misdrijven tegen de menselijkheid is in de loop der jaren wel geevolueerd. Van oorsprong staat het voor systematische, van overheidswege op touw gezette misdrijven tijdens internationale conflicten. Het VN-tribunaal voor het voormalige Joegoslavie heeft echter uitgemaakt dat misdrijven tegen de menselijkheid ook kunnen worden begaan tijdens interne conflicten. Dus op zichzelf zou een zaak tegen iemand als Ocalan denkbaar zijn voor het nieuwe Strafhof. Dit is er echter nog niet. Er zijn zestig ratificaties nodig. De Verenigde Staten hebben zoveel bedenkingen dat zij in Rome niet eens hebben getekend.

De afwezigheid van een internationaal tribunaal is in het geval van het voormalige Joegoslavie en Rwanda opgevuld door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze baseerde zich daarbij op zijn bijzondere bevoegdheid krachtens hoofdstuk zeven van het Handvest om alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor behoud van de vrede in de wereld. Het gebruik van deze vredesbevoegdheid voor de oprichting van een rechterlijke instantie heeft reeds de nodige rechtsgeleerden hun wenkbrauwen doen optrekken. Instelling van de tribunalen had ook de bijsmaak van een doekje voor het bloeden. Het heeft onmiskenbaar voor beweging gezorgd op het vastgelopen front van de internationale justitie maar leent zich niet voor veelvuldige herhaling.

Een internationale berechting hoeft niet per se plaats te hebben op wereldniveau, en Italie en Duitsland hebben ook de oprichting van een Europees gerechtshof voor Ocalan gesuggereerd. Juist vanuit de VN is ook altijd gewezen op het belang van regionale volkerenorganisaties. De Raad van Europa, waarbij alle bij de kwestie-Ocalan betrokken landen zijn aangesloten, is een van de meer succesvolle voorbeelden. Dat geldt met name voor de rechtsprekende instantie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar dit werkt doel nu net omgekeerd: het berecht geen individuen maar behandelt klachten tegen staten door burgers.

Uitgangspunt in Europa is een nationale berechting van strafzaken. Ook het verdrag tegen het terrorisme van de Raad van Europa huldigt de stelregel: uitleveren of zelf berechten. Zelfs de speciale procedure die wordt voorgesteld voor de Lockerbie-zaak borduurt daarop voort. Om aan Libie tegemoet te komen zou het proces moeten worden gehouden in een derde land (Nederland).

Maar het gaat om een Schotse rechtbank.

Opmerkelijk aan de zaak-Ocalan is vooral de openlijke erkenning van Duitsland dat het zwicht voor het vooruitzicht van gewelddadigheden op zijn grondgebied wanneer het uitlevering van de Koerdenleider vraagt. Dat is niet in de laatste plaats opmerkelijk doordat het Duitse strafrecht uitgaat van het zogeheten “legaliteitsbeginsel” een opdracht alle strafbare feiten die ter kennis van de justitie komen te vervolgen. Dat staat in tegenstelling tot het Nederlandse “opportuniteitsbeginsel”, waarbij van strafvervolging kan worden afgezien om redenen van algemeen belang. De verklaring van bondskanselier Schroder maakt duidelijk dat we de verschillen tussen ferm en laks in Europa niet moeten overdrijven.