IN HET SPOOR VAN ROLAND LIBOTON

Veldrijder Sven Nijs is deze maand bijna onverslaanbaar op de crossfiets. De 22-jarige Belg wordt al vergeleken met zijn landgenoot Roland Liboton die in de jaren zeventig en tachtig vijf keer wereldkampioen werd. “Om Liboton te evenaren moet ik nog veel boterhammen eten.”

Op weg naar Gieten rijden opvallend veel Belgische auto's, campers en touringcars. Tussen Amersfoort en Assen hangen spandoeken met aanmoedigingen voor Sven Nijs, het nieuwe Vlaamse wieleridool. Veldrijden is de enige wintersport in Belgie en de Belgische wielerfans lijken op de Nederlandse schaatsfans. Ze zijn fleurig uitgedost en bijna allemaal aangeschoten. “De supporters zijn echte zuipers, maar onze Sven gaat na een koers meteen weer op de roller”, verduidelijkt Clementina Van Eijken, vooraanstaand lid van de fanclub.

Dronken van geluk staan de Belgische toeschouwers aan de finish in Gieten, waar de plaatselijke bevolking vreemd opkijkt van het buitenlandse bezoek. Nijs rijdt bijna een thuiswedstrijd op de Drentse zandgrond en hij hoeft lang niet al zijn krachten aan te spreken. Hij leidt de race van start tot finish. De speaker probeert de spanning op te voeren met het beschrijven van een paar schijnbare inhaalpogingen, maar de geoefende kijker heeft aan een paar rondjes genoeg om zijn conclusies te trekken. Tegen deze Nijs is geen kruid gewassen.

“Sven heeft met onze kloten gespeeld”, zegt zijn ploeggenoot Richard Groenendaal, terwijl hij het snot van zijn besmeurde gezicht afveegt. De beste Nederlandse veldrijder vorig seizoen nog de beste ter wereld, moet genoegen nemen met een tweede plaats. Groenendaal is onder de indruk van het machtsvertoon van Nijs. “Hij rijdt zoals ik vorig jaar. Een kwestie van moraal. Ik heb als een beer afgezien, maar ik was niet zo super als Sven, daar moet je heel eerlijk in zijn. Hij is een volwassen crosser: technisch goed en atletisch gebouwd.”

Opmerkelijk genoeg is Nijs niet overtuigd van zijn suprematie. Hij heeft een uur lang op kop gereden en hij heeft niet eens rode kringen rond zijn oogkassen; volgens zijn vader een teken dat hij niet vermoeid is.

Halverwege de koers krijgt hij rugklachten, wanneer het zadel van zijn fiets is afgezakt. Hij probeert een reservefiets, maar hierop ontbreken de kleine versnellingen voor de beklimmingen. Een ronde later neemt hij het eerste, defecte rijwiel weer ter hand. “Ik heb zeker en vast afgezien”, zegt hij met een opvallend fris gezicht. “Maar ik heb nooit echt gepanikeerd, Richard heeft mij nooit kunnen verontrusten.”

Nijs behaalt in Gieten zijn derde overwinning in de Super Prestige. In de vierde wedstrijd is hij als tweede geeindigd. Nu hij zijn zenuwen steeds beter in bedwang krijgt, kunnen zelfs zijn grootste vijanden geen zwakke punten opnoemen. Als amateur is hij de afgelopen twee seizoenen wereldkampioen geworden. Als beroepsrenner heeft hij deze maand geen enkele aanpassingsproblemen. “Ik ben zelf ook verbaasd door mijn progressie. Ik had gehoopt op een overwinning en nu heb ik er al drie. Waar moet dit eindigen?”

Modder, zand, ijs of sneeuw: hij voelt zich op elk parcours even sterk. Hoe geaccidenteerder het terrein, des te beter voor Nijs. Hij is relatief groot temidden van de fietsende lilliputters, maar zijn klimmersbenen staan garant voor een soepele pedaaltred. “Die klootzak kan gewoon alles”, zegt de kansloze Groenendaal met een vette knipoog.

Ze trainen elke woensdagmiddag de Noord-Brabantse bossen. Samen met nestor Adrie van der Poel, die langzaam herstelt van een griepaanval, geeft Groenendaal nuttige adviezen aan de onervaren Nijs. Op de suggestie dat de twee Nederlanders hun grootste wielergeheimen beter niet meer kunnen prijsgeven, toont Groenendaal een cynische grijns. “We leren Sven hoe zich moet verzorgen niet hoe hij moet winnen.”

Nijs is de vaandeldrager van een sterke lichting Vlaamse crossers. Met Mario De Clercq en Bart Wellens vormt hij een generatie die herinneringen oproept aan langvervlogen wielerjaren. Belgie heeft een rijke traditie bij het veldrijden. De huidige bondscoach Eric De Vlaeminck was in de jaren zeventig bijna onverslaanbaar. Roland Liboton, Danny de Bie en Paul Herijgers behoorden eveneens tot de wereldtop. Bij gebrek aan Waalse belangstelling heeft de Vlaamse pers de jonge held bij voorbaat op een voetstuk geplaatst. Nijs: “Ik vind mezelf niet plots een superman. De vergelijking met Liboton is plezant, maar om zijn palmares te evenaren moet ik nog veel boterhammen eten.”

Nijs bekend staat om zijn behendigheid. Hij hoeft niet uit het zadel wanneer de organisator een paar hindernisbalken in het parcours heeft opgenomen. Hij dankt de souplesse aan zijn ervaringen op de BMX een kleinere uitvoering van de mountainbike. In zijn geboortedorp Baal leerde hij op jonge leeftijd de fijne kneepjes van het wielervak. Buurtbewoners legden bakstenen of kinderen op de weg, waar hij vakkundig overheen sprong met zijn fiets. Volgens de oude dame Van Eijken is de jonge renner Nijs een wonder van moeder natuur. Ze probeert een verklaring te vinden voor zijn bijzondere gaven. “Sven is geboren op de zeventiende juni 1976, maar ik weet niet waar ze hem gemaakt hebben.”

Haar collega's van de Belgische fanclub gieren van de pret in de feesttent van Gieten. De vereniging telt 250 leden, van wie bijna de helft naar het hoge noorden is gereden. De supporters roemen het serieuze karakter van de sportman. “Een beste brave jongen. Hij drinkt niet en hij danst niet. Met kermis drinkt hij alleen soep en rijstepap.

Thuis stoomt zijn moeder het eten. Koken mag niet, dat kost vitamines.''

Aan de waterkant staat vader Nijs bijna anoniem met een reservefiets in zijn hand. De tegenstelling met vader Groenendaal is frappant. Reinier schreeuwt, Francois fluistert. Hij heeft zelf nooit hard gefietst en hij geeft zijn zoon om die reden geen technische aanwijzingen. Hij meldt slechts hoe groot de voorsprong is: varierend van vijf tot tien seconden. Hij is de vaste begeleider van zijn zoon, die als enige per vliegtuig reist. Met twee mecaniciens rijdt Francois het materiaal per auto achterna. “We hebben nooit problemen gekend, maar Sven is minder braaf dan jullie denken. Hij kan behoorlijk op zijn poten staan. Het materiaal moet perfect in orde zijn.”

Nijs junior rijdt in Gieten met een defect zadel, maar hij wenst zijn vaste begeleiders niet te kritiseren. Hij klaagt evenmin over het parcours, dat gespeend is van hindernisbalken en daarom in het voordeel van de Nederlandse concurrenten. Zijn trouwe supporters hebben voor de race al duidelijk taal gesproken. “Onze Sven heeft geen dikke nek. Maar hij zou best wat stouter mogen zijn.”

Nijs vertrekt vandaag voor een trainingskamp naar Benidorm, waar hij zich een week lang verlost weet van de enthousiaste achterban. Hoewel hij zichtbaar geniet van alle aanmoedigingen, heeft zijn almaar groeiende populariteit ook negatieve kanten. Na zijn overwinning in het Zwitserse Eschenbach is hij de hele week bedolven onder de felicitaties. Vijftig telefoontjes op een avond: in Belgie wordt een wielerkampioen nog op waarde geschat.