Hongerstaker in Den Haag: `Ik ben overal illegaal'

DEN HAAG, 30 NOV. “Ik heb jarenlang bijgedragen aan de economie in Nederland. Ik heb hier zeventien jaar keihard gewerkt. Vroeger werden we van huis opgehaald om in de kassen te werken, nu zegt de regering `oprotten, ga maar terug naar je eigen land'. Maar ik heb geen land, ik ben overal illegaal”, zegt Abdullah Celik. Samen met ongeveer honderd lotgenoten is hij vanaf vandaag in hongerstaking gegaan tegen de `witte illegalenregeling' van de regering.

De afgelopen jaren voerden ze verschillende acties om de regering ervan te overtuigen dat ze in aanmerking moeten komen voor een verblijfsvergunning. Daarvoor moeten illegalen over een aaneengesloten periode zes jaar wit hebben gewerkt, waarvan minimaal 200 dagen per jaar. De actievoerders werken allemaal langer dan zes jaar in Nederland, maar niet aaneengesloten. Met een hongerstaking willen ze de regering nu tot clementie dwingen.

Op de houten banken van de katholieke St. Agneskerk in Den Haag zitten honderd mannen rustig naast elkaar. Ze dragen zelfgemaakte witte gewaden over hun kleding. `Witte illegalen hongerstaking', staat er in zwarte letters opgekrast. De 53-jarige Lamero Mimoun is zelfs al 31 jaar hier. In 1967 kwam hij vanuit Marokko naar Schiedam om er boten schoon te maken. “Ik heb hier altijd wit gewerkt” zegt hij. “Maar ik werk vaak als seizoenarbeider. Dan kom je nooit aan een aaneengesloten periode. Ik ben hier oud geworden en dan moet ik weer terug, dat kan toch niet?” Mimoun vroeg al tien keer een verblijfsvergunning aan, maar even zoveel keren werd die afgewezen. Vanaf half december moet hij de aanvraag in Marokko doen. Hij ziet geen uitweg meer. “Het is moeilijk, heel moeilijk”, zegt hij.

De `witte illegalen' - zoals ze zichzelf noemen - grijpen nu naar een laatste actiemiddel. Hongerstaking. “Ik kwam hier elf jaar geleden uit Egypte voor een beter leven. Ik heb hier mijn kinderen gekregen. Die spreken Nederlands, die zijn Nederlands. Die kan je toch niet naar Egypte sturen”, zegt A. Moussa. Tot er een oplossing voor de status van de `witte illagalen' komt, zullen de mannen leven op water en thee met suiker.

J. Bosco Beijk is als pastoor van de St.

Agneskerk de gastheer van de groep hongerstakers. “Dit is een actiemiddel dat heel ver gaat”, zegt hij in de keuken van de kerk. “Maar we hebben er over gepraat en ze staan er nu allemaal achter. Voorlopig blijven ze in de parochie, maar als ze zwakker worden gaan ze in de kerk liggen. Naast de kerststal”, zegt de pastoor.

Onder de actievoerders zitten vier grootvaders die hun kleinkinderen in Nederland zagen opgroeien, maar nu zelf het land dreigen te worden uitgezet. “Deze mensen worden de dupe van het Nederlandse beleid. Of eigenlijk is er helemaal geen beleid geweest”, zegt Bosco Beijk. “Wij steunen als kerk deze mensen.”

Abdullah Celik ziet de situatie van hemzelf en zijn lotgenoten somber in. “Je doet alles om je gezin te onderhouden. We betalen al sinds juni 1994 60 procent belasting op ons loon. Kinderbijslag krijgen we niet, maar ik zal toch ook schoolmelk en schoenen voor mijn kinderen moeten kopen.” De actievoerders voelen zich niet verbonden met de familie Gumus die vorig jaar Nederland moest verlaten omdat niet kon worden aangetoond dat ze zes jaar lang `wit' gewerkt hadden in Nederland. “Eigenlijk is de zaak Gumus heel slecht voor ons. Hij kreeg een zak geld en moest wegwezen”, zegt M. Magok die tien jaar geleden van Turkije naar Nederland kwam.