Het wonder van een verguisde volleybalnatie

TOKIO, 30 NOV. Pagina 20: GERBRANDS

Voor de derde keer op rij won Italie de wereldtitel volleybal. Joegoslavie moest genoegen nemen met zilver. Maar goud blijft het doel. “Ook de politiek kan ons niet verslaan.”

Hij had na elke gewonnen wedstrijd bij het wereldkampioenschap de nationale vlag om zijn schouders geslagen. Topscorer Vladimir Grbic, een Servische Joegoslaaf, doet dat na het verlies in de finale tegen Italie ook weer. Schreeuwend van emotie en met betraande ogen wandelt hij langs de volle tribunes in Tokio. “Natuurlijk zijn we ook trots op het zilver”, vertelt de 27-jarige Grbic later. “We hebben voor ons volk gespeeld. Iedereen heeft op televisie naar ons gekeken, de scholen begonnen zelfs later. Daarom heb ik elke keer even met onze vlag rondgelopen. Het was een boodschap voor thuis.”

De Joegoslavische volleyballers hadden van het goud gedroomd. Voor de finale versloegen ze alle concurrenten dik, inclusief Nederland. Maar Italie liet zich niet voor de tweede keer wegspelen. De wereldkampioen prolongeerde zijn titel in drie sets: 15-12, 15-5 en 15-10. De verliezers huilden na de nederlaag en spraken elkaar moed in. Toen de Italianen tijdens de prijsuitreiking op het erepodium verschenen, fluisterde Vladimir Grbic zijn twee jaar jongere broer Nikola, de fantastische spelverdeler van de ploeg, iets in het oor. De volgende keer wij! “Wij blijven strijden, zonder respect en angst voor de tegenstanders”, klonk het dreigend.

“Ik wilde stoppen met volleybal”, zegt Grbic. “Door alle veranderingen van de spelregels is het niet meer de sport waar ik twintig jaar geleden mee begon. Maar ik heb net de beslissing genomen om door te gaan. Ik wil het goud winnen. Het maakt me niet uit wat het kost. Ik haat verliezen, zelfs met kaarten. En dan kan iedereen begrijpen hoeveel pijn het doet om de WK-finale te verliezen.”

De bevlogen volleyballers uit Joegoslavie putten kracht uit de positie van hun land dat door de kwalijke rol in de oorlog door de rest van de wereld wordt beschimpt.

“We zijn het slachtoffer van een politieke strijd”, stelt de volleyballer. “Ik word in Italie, waar ik speel, regelmatig uitgemaakt voor moordenaar. Ze roepen dat er bloed aan mijn handen kleeft. Maar ik heb nog nooit iemand kwaad gedaan.” Of Grbic nou aan het volleyballen is, of hij praat over zijn land, zijn ogen staan vol vuur. “We hebben allemaal last van die oorlog. Onze mensen zijn bang voor alles, ook voor zichzelf. Het enige dat ze nog hebben, is hun waardigheid.”

Hij zat wel in het leger maar dat was voor de oorlog. “Het was de opleiding van mijn leven. Een keihard bestaan. Maar het doet je het leven begrijpen. Alles wat je doet moet je met emotie doen en geloof in jezelf. Zonder dat heeft het leven geen waarde.” De volleyballer blijkt soms ook een filosoof te zijn. “Waarom is deze wereld zo slecht? De mensen nemen de moeite niet om elkaar van binnen te leren kennen. De buitenkant is niet belangrijk. Daar is iedereen hetzelfde, het verschil zit van binnen. Daar ben je rijk of arm. Wat je van binnen hebt, kan niemand van je stelen.”

Naast het Servisch spreekt Grbic nog vier talen vloeiend. “Zo kan ik proberen de mentaliteit en de cultuur van de mensen te begrijpen. Als ik in Engeland ben drink ik thee met melk. Dat heeft met respect te maken.” Met politiek houdt hij zich niet bezig. “Niemand van onze ploeg. Het is voor ons geen onderwerp. Politiek zorgt altijd voor grote problemen. Ik durf te zeggen dat alle politici hoeren zijn. Slechtere mensen bestaan niet.”

Hij steekt een waarschuwende vinger op. “Luister, als onze volleybalfederatie zich met politiek gaat bezighouden, bedanken wij met z'n allen voor de nationale ploeg. We laten ons niet gebruiken.

No thank you! Als je mijn vriend wilt zijn, moet je me helpen als ik je nodig heb. En niet als het jou uitkomt. Dat zie je als we winnen. Dan wil iedereen er bij zijn. Verliezen we, dan zie je niemand.''

Verliezen doen de Joegoslaven nauwelijks meer. De hechte ploeg is ijzersterk en lijkt alleen nog maar beter te worden. Vladimir Grbic en zijn broer Nikola vormen het hart van het team. Ze stammen uit een sportief gezin. Hun vader was een vermaarde volleybalinternational. “Maar we hebben aan allerlei sporten gedaan. Basketbal, voetbal, handbal, tennis, maar niets is zo enerverend als volleybal.”

Grbic volgde zijn vader in de laatste fase van diens carriere. “Je kan hem gerust de beste Joegoslavische volleyballer aller tijden noemen. Ik weet dat hij trots op ons is. Mijn vader komt zelden kijken, want hij reist liever niet meer. Maar dat is ook niet nodig. Eigenlijk speelt hij altijd met ons mee.”

Het grootste succes van vader Grbic was de bronzen EK-medaille van '75, thuis in Belgrado behaald. De huidige ploeg won na het olympische brons van '96 en het EK-zilver van vorig jaar in Japan alweer zijn derde grote prijs. “En we gaan nog veel meer winnen”, voorspelt Vladimir Grbic, die voor het Italiaanse Volley Roma speelt. “We hebben met onze ploeg een grote toekomst en dat is een wonder na alle problemen die we hebben gehad.”