Doodgaan zonder dilemma's

Dokument: Westeinde (2/3), Ned.1, 22.38-23.34u.

Mevrouw Munster (82) zit rechtop in bed met een beademingsmasker voor. “Gek gezicht he?” zegt ze lachend tegen haar zoon. Het is half twaalf 's morgens en ze is net gearriveerd op de intensive care van het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. Ademhalingsproblemen als gevolg van een lekkende hartklep is de voorlopige diagnose.

De specialist komt bij haar bed. “We gaan het ademen even van u overnemen”, zegt hij. “Daar merkt u niks van.” “Mag ik nog een slokje drinken?” vraagt de vrouw. “Liever niet, zegt de dokter. “Uw maag wordt slap en dan komt alles weer naar boven.”

Het blijkt haar laatste wens te zijn. Even later gaat mevrouw Munster `een shock in' zoals de cardioloog het verwoordt. Hij belt met een chirurg van het Academisch Ziekenhuis Leiden. Die ziet gezien de 39 graden koorts en de leeftijd van de vrouw geen mogelijkheid tot opereren. Er zit waarschijnlijk ergens een infectie. Haar zoon wordt gebeld. Tegen de volgende ochtend is ze dood.

Het drieluik Westeinde, dilemma's in een ziekenhuis van Ireen van Ditshuyzen laat de onbecommentarieerde werkelijkheid zien van een gewoon ziekenhuis. Ze heeft voornamelijk gefilmd op de intensive care-afdeling en dat levert spannende, ER-achtige televisie op. Er wordt met asbakken gegooid, er wordt druk gedelibereerd in het specialistenoverleg en er is veel beheerst verdriet te zien.

De verpleegkundigen zijn geduldig. Ze lopen een stukje met een epilepticus, ze proberen de onleesbare aantekeningen van een longpatient te ontcijferen en ze brengen het leed terug tot behapbare proporties.

“U gaat lekker even bij haar zitten”, zegt een verpleegster tegen de zoon van mevrouw Munster als hij, net op de hoogte van het slechte nieuws, bij het sterfbed van zijn moeder aankomt.

De specialisten zijn modern. Ze leggen de familie - patienten zijn meestal niet aanspreekbaar bij aankomst - duidelijk uit wat er aan de hand is en hoe groot de kansen zijn. Ze maken scherpe analyses en snelle afwegingen. Zo doortastend, dat er in Westeinde nauwelijks sprake is van dilemma's.

Af en toe werpt een verpleegkundige of een jongere arts een gewetensvraag op, maar die is meestal zo beantwoord. De medisch-ethische commissie komt er niet een keer aan te pas.

Als na de autopsie blijkt dat de koorts van mevrouw Munster niets te maken had met een infectie, vraagt de verpleegster aan de specialist: “dan had ze dus gewoon geopereerd kunnen worden?” “Als ze niet in een shock was geraakt”, antwoordt de dokter. En “als het een biologisch goede mevrouw was geweest”.

Een 61-jarige man die lijdt aan ernstige epileptische aanvallen, wil nooit meer naar het ziekenhuis. Hij was de eerste keer nogal geschrokken van alle tamtam. “Je kunt moeilijk iemand thuis aan een statische epilepticus laten overlijden”, zegt de eerste specialist. “Er staat niks op schrift”, zegt een ander. “Dus is het juridisch niet mogelijk de behandeling te stoppen.” Punt uit. Ze nemen zich voor de kwestie later nog eens met de patient, zijn vrouw en de huisarts te bespreken.

De praktische instelling van het medische team werkt zelfs in het voordeel van Van Ditshuyzen. Ze hoeft zich alleen te legitimeren, niet uitgebreid te verantwoorden. Behalve de ms-patient die het in een boze bui heeft over `die bemoeizucht' maakt niemand in de documentaire bezwaar tegen de aanwezigheid van de camera. De mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd. Ze moeten zich goed zien te houden.

Als mevrouw Munster haar laatste adem heeft uitgeblazen, kijkt de arts naar de monitor. “Vraag is altijd: wanneer is iemand overleden.” Haar zoon antwoordt: “Zo ziet het gezicht er niet meer uit he, dat er nog leven is.”