De christelijke multinational; Wereldraad van Kerken halve eeuw op zoek naar zichtbare eenheid

De Wereldraad van Kerken bestaat dit jaar een halve eeuw. Deze week vergadert de raad in de Zimbabweaanse hoofdstad Harare, opnieuw in een poging een vorm van christelijke eenheid tot stand te brengen.

Met volle teugen heeft ze ervan genoten. Want wat was er mooier en inspirerender dan het idee dat Christus' kerk, na zoveel eeuwen van verdeeldheid, weer tot een eenheid zou kunnen komen. Dominee Marja van der Veen-Schenkeveld (71), destijds de eerste vrouwelijke gereformeerde predikant in Nederland, raakt weer helemaal enthousiast als ze terugdenkt aan de vele jaren dat ze nauw betrokken was bij het werk van de Wereldraad van Kerken. “Ik heb dat machtig gevonden. Overal naar toe. Al die prachtige reizen en oecumenische ontmoetingen. Zo inspirerend als dat was. Vooral ten tijde van dr. Philip Potter, een van de vijf secretarissen-generaal die de Wereldraad heeft gehad. Het was heerlijk om met die man te werken. Met hem leek het soms alsof de hemel op aarde was gekomen.”

Dit jaar is het een halve eeuw geleden dat de Wereldraad in Amsterdam werd opgericht. Formeel was er al voor de oorlog sprake van een oprichtingsbijeenkomst, maar het duurde nog enkele jaren voordat de raad in 1948 in Amsterdam voor het eerst bijeen kon komen. Mensen die het nog meegemaakt hebben, zijn inmiddels met een kaarsje te zoeken. Een van hen is de Leidse oud-hoogleraar in de theologie dr. Herman Heering. In 1948/49 was hij Remonstrants predikant in de hoofdstad. De Wereldraad, die net was opgericht, sprak tot de verbeelding van de mensen. Heering: “Iedereen sprak erover. Op huisbezoek waren de gemeenteleden op de hoogte, de gevangenen vroegen ernaar, de groentenboer had er zijn opinie over.” Men verwachtte, ja men eiste iets van dit nieuwe interkerkelijke lichaam. “De anti-militarist eiste van de Wereldkerk een duidelijke weigering om nog ooit haar sanctie aan enige oorlog te geven; de Amerikaanse negers eisten een unanieme veroordeling van alle rassendiscriminatie, de Indonesiers wilden van de kerken een veroordeling horen van alle koloniaal geweld.

De liberalen vergden een onbewimpeld afwijzen van alle totalitair streven, de socialisten hetzelfde ten opzichte van het ongebreideld, onverantwoordelijk economisch individualisme en bovenal eisten tallozen een onmiddellijke eenwording van alle kerken.''

De oprichtingsbijeenkomst moet indrukwekkend zijn geweest. “Mijn hele boekenkast liep er rond”, schreef Heering. “Alle grote theologen waren er.” En natuurlijk veel Engelsen en Amerikanen. En een paar Duitsers. “Een gehavende rij mannen, aanvoerders in de kerkstrijd, van wie wij in een mengeling van dankbaarheid en ontzag mochten constateren dat ze nog leefden. Hun bijdrage was een soort theologie der puinhopen, zonder enige culturele armslag of levensblijheid.” Van de oosters-orthodoxe christenheid verschenen er in Amsterdam slechts twee kleine brokjes en niet het grote Russische blok omdat de Russische synode vermoedde dat de Wereldraad “politiek en antidemocratisch” zou zijn.

Vijftig jaar na oprichting is er van een wereldwijde christelijke eenheid nog geen sprake. Weliswaar zijn de protestantse kerken, de Anglicaanse kerk en de rooms-katholieke kerk op de theologische hoofdpunten van doop, avondmaalsviering en ambtsuitoefening veel dichter bij elkaar gekomen. Maar als vertegenwoordiging van de wereldchristenheid stelt de Wereldraad nog weinig voor. De gereformeerde oecumenicus Leo Koffeman wijst er op dat de Wereldraad wel 330 kerken omvat die samen meer dan vierhonderd miljoen gelovigen tellen, maar dat de katholieke kerk met bijna een miljard zielen meer dan twee maal zo groot is, dat ook het overgrote deel van de zogenoemde `evangelische christenen' buiten de Wereldraad is gebleven en dat een flink deel van de oosters-orthodoxen de Wereldraad de rug zouden willen toekeren, omdat ze zich onvoldoende erkend voelen.

Een ander pijnlijk punt is volgens Koffeman dat de Wereldraad tegenwoordig geen brede bekendheid meer geniet. “Tot 1980 heeft zij zich duidelijk kunnen profileren, maar daarna niet meer. Vooral omdat ze heel veel negatieve publiciteit heeft gekregen. Speciaal in die zin dat ze ter wille van haar contacten met de Oost-Europese kerken, veel te lang en te intensief met de Oost-Europese machthebbers heeft samengewerkt. Jazeker, ze heeft vuile handen gemaakt. Maar je moet ook bedenken dat dat werk van de Wereldraad door de gereformeerde jongeren- en studentengeneratie van de jaren zeventig enthousiast werd gesteund.”

“Als de Wereldraad niet bestond, zou ze onmiddellijk moeten worden uitgevonden”, vindt de hervormde predikant A.W. Berkhof (51) uit Blaricum. “Zij is de grootste multinational op het gebied van gerechtigheid en genade. De eerste vijftien jaar van haar bestaan was ze vooral een instrument van idealisme en vredeswil.” Vervolgens kwam in het midden van de jaren zestig de `God is dood'-theologie opzetten. “Alleen met de grootste verlegenheid konden we nog over God spreken” herinnert Berkhof zich. “We hebben dat toen omzeild met een geweldig sociaal-politiek elan dat zich ook van de Wereldraad heeft meester gemaakt, vooral sinds de assemblee in 1968 in Uppsala. In plaats van over God te spreken, stortte men zich in het engagement. En daar kwam dan weer de `theologie van de revolutie' uit voort.”

Een jaar later begon de Wereldraad met het Programma ter bestrijding van racisme. Op grond daarvan konden kerkelijke giften aan bevrijdingsbewegingen, vooral in Zuidelijk Afrika, worden gegeven. Berkhof: “Vooral in Duitsland en Nederland heeft dit programma een geweldig tumult teweeggebracht.

Het programma was gebaseerd op de theologie van de revolutie en op een marxistische analyse. Voor veel kerken in het zuiden was die analyse het middel bij uitstek om te ontdekken dat bijvoorbeeld armoede niet van God gegeven is, maar dat het met structurele uitbuiting heeft te maken. De oude vroomheden werden doorgeprikt. Niet te geloven wat er gebeurde. Het was absoluut het hoogtepunt van de geschiedenis van de Wereldraad in vijftig jaar, omdat hiermee het oude model van verzoening en dialoog werd omgebogen naar een duidelijke keus voor de slachtoffers van apartheid. Er ging echt een wissel om. Door de hele kerkgeschiedenis hadden de kerken meestal met de machthebbers geheuld en nu kwam daar een einde aan. Precies op een moment dat de kerken nog recht overeind stonden. Het was prachtig wat er gebeurde en wij waren erbij en stonden Godzijdank aan de goede kant!''

Niet alleen voor Berkhof vormt het antiracismeprogramma het hoogtepunt in de geschiedenis van de Wereldraad. Tegenwoordig lijkt men zich nergens nog werkelijk druk over te maken, zegt dominee Van der Veen-Schenkeveld. “In de jaren zeventig was dat nog wel zo. Vooral door dat programma. Omdat het zo omstreden was, heb ik er in de gereformeerde kerken heel veel werk aan gehad. Maar ik heb het altijd met veel overtuiging verdedigd.” Ook de Utrechtse oud-hoogleraar in de sociale ethiek, dr. H.M. de Lange (78), spreekt van een hoogtepunt. Jarenlang was De Lange betrokken bij de eenheid `Church and Society', een afdeling van de Wereldraad die zich bezighield met sociale en economische vragen. Ook was hij bijna 25 jaar voorzitter van de sectie `sociale vragen' van de Nederlandse Raad van Kerken. Het anti-racismeprogramma noemt hij “een absoluut succes omdat daardoor het hele bewustwordingsproces ten aanzien van zuidelijk Afrika op gang is gekomen”.

In de voorgeschiedenis van de Wereldraad duikt steeds weer de naam op van de Nederlandse theoloog dr. W.A. Visser 't Hooft. Praktisch en organisatorisch was hij de grondlegger van de raad in de jaren dertig en haar oprichter in 1948. Bovendien heeft hij als secretaris-generaal twee decennia aan het hoofd gestaan van het in Geneve gevestigde bureau van de Wereldraad. “Mijn vader was in de eerste plaats een echte idealist”, zegt zijn zoon Hans (68). “Na de Eerste Wereldoorlog waren er veel van zulke mensen. Hij was er een van. Mensen die in vrede en gerechtigheid door samenwerking geloofden. Tegenwoordig heb je dat nauwelijks meer, want iedereen is zo sceptisch en zo cynisch geworden.” Ook was Visser 't Hooft, die in 1984 overleed, volgens zijn zoon, “echt iemand die met grote vanzelfsprekendheid aan anderen leiding gaf. Of zo'n soort leiderschap tegenwoordig nog kans heeft, weet ik niet maar toen was dat heel gewoon.”

Veel oecumenisch voelende Nederlanders hebben hun beste krachten aan de Wereldraad gegeven. Mede daardoor heeft Nederland jaren lang een hoofdrol in Geneve kunnen spelen. “Naast Duitsland en de Verenigde Staten is er geen land dat zo veel aan de oecumenische beweging heeft gegeven en ervan heeft ontvangen als Nederland”, zegt A.W. Berkhof. Hoewel van alle staffuncties in Geneve ruim driekwart wordt bekleed door mensen uit Westerse of West-Europese kerken, zijn er nu nog maar twee Nederlandse staffunctionarissen. Nederlandse kerken horen nog altijd tot de beste betalers. Van alle inkomsten (167 miljoen guldens in 1995) werd 67 miljoen (40 procent) door Duitsland opgebracht, 32 miljoen (19 procent) door Zweden, 22 miljoen (13 procent) door Nederland en 16 miljoen (10 procent) door de Amerikaanse kerken.

Kon volgens de gereformeerde Koffeman een aantal jaren geleden nog gezegd worden dat de Nederlandse kerken met hun rationalistisch getinte en sociaal-geengageerde theologische opvattingen representatief waren voor het denken in de Wereldraad, nu is dat volgens hem beslist niet meer het geval. Hoe de Wereldraad er na de tien moeilijke jaren die zij achter de rug heeft, nu voorstaat, hangt voor het grootste deel af van de inspiratie van de huidige secretaris-generaal de West-Duitse theoloog dr. Konrad Raiser.

Na de Nederlander W.A. Visser 't Hooft en diens opvolgers Carson Blake (VS), Philip Potter (Jamaica) en Emilio Castro (Uruguay), heeft Raiser nu de teugels van de oecumenische beweging in handen. Mystiek-theologisch ingesteld als hij is, blijkt hij moeilijk te peilen te zijn. Over de toekomst van de Wereldraad en de visioenen die hij koestert, is hij misschien nog wel het duidelijkst in het boekje Een kerk te zijn op aarde (Baarn, 1998) waarin hij bijbelteksten aanhaalt en interpreteert.

In Raisers visie zou er bij de Wereldraad geen plaats voor discussie met “realisten” en pragmatici” moeten zijn, omdat die toch alleen maar “ongeneeslijk sceptisch staan tegenover welk visioen dan ook”.

Volgens de huidige secretaris-generaal kan het christelijk geloof niet anders dan visionair zijn en moet het blijven vasthouden aan de belofte van het `Koninkrijk van God'. Daarbij zijn volgens hem een hele serie visioenen aan de orde. Niet alleen dat van de heelheid en volheid van het leven, maar ook de vooruitzichten van vrede en rechtvaardige verhoudingen, van verzoening en van beeindiging van de eeuwenoude vervreemding tussen de kerken.

Waar het uiteindelijk om gaat is “de zichtbare eenheid van de kerk van Christus”, zegt K. Blei, oud-secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk. “Zonder dat heeft de Wereldraad geen bestaansrecht.”