Convenant voor verhalen WAO

DEN HAAG, 30 NOV. Er komt een eind aan de gerechtelijke procedures waarin verzekeraars met verstrekkers van WAO-uitkeringen zijn gewikkeld over het verhalen van de WAO-uitkeringen. De coordinator van de uitvoerders van de sociale verzekeringen, het Lisv, en het Verbond van Verzekeraars hebben hierover een convenant gesloten. Nu is er in 6.000 gevallen sprake van onenigheid over het bedrag dat een verzekeraar van de veroorzaker van arbeidsongeschiktheid dient te betalen aan een uitvoeringsinstelling die de WAO-uitkeringen verstrekt. WAO'ers merken van deze conflicten overigens niets, omdat de hoogte van hun uitkering vastligt.

Als de kosten voor de WAO-uitkering op iemand te verhalen zijn bijvoorbeeld omdat de WAO'er arbeidsongeschikt is geworden wegens een door iemand anders veroorzaakt auto-ongeluk, dan behoort een uitvoerder als het Gak die kosten overgemaakt te krijgen van, in dit voorbeeld, de autoverzekeraar. Verzekeraars vonden dat ze alleen de nettokosten voor de uitkering over moesten maken, dus zonder sociale premies en belastingen. Het Lisv, als beheerder van het fonds waaruit de WAO-uitkeringen worden betaald, eiste in deze gevallen het brutobedrag wat tot lange procedures leidde. Enkele van de 6.000 slepende `dossiers' gaan tot tien jaar terug.

In het convenant is afgesproken dat niet langer wordt gesoebat over de vraag of een bruto- of nettobedrag moet worden overgemaakt. Voortaan maakt de verzekeraar 76 procent van het geclaimde bedrag over aan het Lisv. De resterende 24 procent wordt standaard beschouwd als het verschil tussen de bruto- en netto-uitkering. Volgens beide partijen betekent dit dat, als de 6.000 gevallen op deze manier worden opgelost, een bedrag van tussen de honderd en tweehonderd miljoen naar het WAO-fonds gaat.