Concertzaal van Los Angeles gaf jazz status; Historische live-opnamen van Jazz at The Philharmonic 1944-1949 eindelijk compleet op cd

AMSTERDAM, 30 NOV. The Complete Jazz at The Philharmonic on Verve 1944-1949. Box met 5 dubbel cd's + een tekstboek van 224 pagina's (Verve 3145238932 JK02). Distr. Polygram. Adviesprijs f 390,-

`Jazz at the Philharmonic' bracht de jazz voor het eerst naar de chique concertzaal en maakte de platenkoper vertrouwd met live-opnamen. De vroegste JATP-concerten met o.a. Charlie Parker, Billie Holiday, Lester Young, Ella Fitzgerald en Illinois Jacquet zijn nu gebundeld in een box.

“Ik was hier in '54 met Jazz at the Philharmonic”, memoreerde saxofonist Ilinois Jacquet vorige maand, terwijl hij goedkeurend de opgeknapte Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw inspecteerde. Dat hij de eerste en trouwste `crowd pleaser' van dit muzikale circus was blijkt uit de The Complete Jazz At The Philharmonic on Verve 1944-1949 een box met vijf overvolle dubbel-cd's plus een lijvig en arty tekstboek.

De basis voor het idee om jazzmuziek op een min of meer reguliere basis in de `klassieke' concertzaal te brengen werd gelegd op 2 juli 1944 toen ene Norman Granz een concert organiseerde in het Philharmonic Auditorium in Los Angeles. Granz was 26 jaar oud, werkzaam als `editor' in de filmstudio's van MGM. Hij had als jazz-organisator ervaring opgedaan in lokale clubs, op basis van destijds nogal revolutionaire condities. Zo liet hij stoelen op de dansvloer zetten, zorgde hij zelf voor promotie en financiering en eiste hij ongescheiden toegang voor blank en zwart.

Omdat Granz ook het Philharmonic concert voor eigen risico organiseerde had hij vooraf veel tamtam gemaakt en niet geschroomd musici aan te kondigen van wier komst hij niet zeker was. Dat de bluf werkte is te horen aan de publieke bijval tijdens het concert dat nu voor het eerst chronologisch en compleet is uitgebracht. Er wordt gelachen en gefloten de `screams' en `honks' van saxofonist Illinois Jacquet veroorzaken een bijna hysterisch gejuich. De sfeer doet nog het meest denken aan die bij een bokswedstrijd.

Wat was er nu zo bijzonder aan deze gebeurtenis? Allereerst natuurlijk de entourage: een keurige concertzaal, voor het eerst in gebruik voor swing en blues. Ten tweede de onbeschroomde houding van Granz.

Had Benny Goodman in 1938 met zijn optreden in de New Yorkse Carnegie Hall nog opvoedende pretenties gehad, voor Granz ging het om primaire gevoelens: spanning en sensatie. Hij zette ook geen ingespeelde band op het podium maar een haastig bij elkaar getelefoneerd stelletje dat het voor het oog van het publiek samen mocht uitvechten. Omdat er voor deze jam session niet was gerepeteerd, bestond het repertoire uit simpele blues en bekende ballads. Tea for Two en Rosetta, wie kende die liedjes niet? Het succes van het concert was dermate dat Granz kon doorgaan. En toen de Philharmonic in Los Angeles er genoeg van kreeg begon hij met organiseren van tournees, eerst in Amerika, later ook in de rest van de wereld.

Dat een concert vervliegt maar een plaat beklijft, merkte Granz in 1946 toen hij na vruchteloos leuren bij grote maatschappijen een kleine independent bereid vond de in '44 gemaakte opnamen uit te brengen. De stukken moesten daartoe worden verknipt omdat de 78 toerenplaten van toen per kant slechts enkele minuten muziek konden bergen, soms net genoeg voor een of twee solo's uit een serie van misschien wel zes.

Na deze eerste lease-uitgaven op het label Disc verschenen deze en latere live-opnamen op zoveel labels en in zoveel formaten dat het bij de box behorende boek twintig pagina's nodig heeft om het enigszins in kaart te brengen.

Het woord `complete' in de titel slaat overigens alleen op het materiaal waarover Verve momenteel beschikt. Er zijn vrijwel zeker opnamen verloren gegaan daarbij is het niet ondenkbaar dat toen Granz zijn imperium in '61 verkocht er het een en ander in de kast is blijven liggen. In het afgedrukte interview dat van vier jaar geleden dateert wordt dit onderwerp echter niet aangeroerd.

Het gaat vooral over de manier waarop Granz destijds de wit-zwart grens te lijf ging.

Kenmerkend voor Granz was dat hij hield van groot en veel, het was nooit `of' maar altijd `en', ook op de gigantische stapel studio-lp's die hij in de jaren '50 liet maken. Ook was hij gek op confrontaties tussen musici op hetzelfde instrument: concurrerende trompettisten of saxofonisten. Hij geloofde sterk in de magie van het moment en was wars van stilistische scheidslijnen. Dat een bebopsaxofonist als Charlie Parker minder gedijde bij een drummer in swingstijl hoorde hij niet. En dat sommige solo's bestonden uit veel geschreeuw en weinig wol bedeerde hem niet, zolang het publiek zich maar hoorbaar vermaakte.

Dat dat laatste meestal het geval was is op deze opnamen goed te horen, in enkele gevallen zelfs zo sterk dat de musici op het podium bijzaak lijken. Ook verder zijn deze opnamen rijk aan `ruis', letterlijk, maar ook in de vorm van zwevende piano's, onvolmaakte lassen en bruuske einden.

Wie uitsluitend voor artistiek verheven en gaaf geregistreerde muziek gaat kan deze box dan ook beter mijden. Er zijn van deze JATP-artiesten, van Billie Holiday en Lester Young van Charlie Parker en Ella Fitzgerald, onnoemlijk veel cd's te koop. Maar dan mist men behalve een opvallende surprise-verpakking wel twee uur recentelijk opgedolven schatten, bijvoorbeeld een versie van Oh, Lady be Good van Illinois Jacquet met Nat King Cole als pianist. Dat deze box nog vier andere versies van dit stuk bevat en van Body and Soul in totaal ook vijf, past in de JATP-filosofie, zoals Jacquet die later verwoordde: `Because once you hit 'em, and you got 'em, you gotta know how to hold 'em. So I started playing like that then, to please the audience.'