Concertgebouw te klein voor muziek in mysterieruimte

Concert: Het Mysterie van de Ruimte. Werken van o.a. Mozart, Skrjabin. Gehoord: 29/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4 NCRv 3/12, 20.02 uur.

Met een fontein aan klanken en kleuren in Skrjabins Acte Preable uit het onvoltooid Mysterium besloot zondag in het Concertgebouw `Het Mysterie van de Ruimte' in het Festival van Contrasten ter viering van 40 jaar Erasmusprijs. Hoe indrukwekkend ook, toch zou het logischer zijn geweest om te eindigen met Ives' prelude uit de onvoltooide Universe Symphony het meest gewaagde ruimtestuk uit de geschiedenis, te spelen vanaf diverse bergtoppen boven een vallei.

En er zijn componisten zoals Benedict Mason en Emmanuel Nunes die zo ver gaan, dat ze hun spatiele composities steeds weer aanpassen aan elke nieuw te bespelen ruimte. Al deze componisten waren niet van de partij, wel Mozart met zijn Notturno in D KV 286 (269a) voor vier ensembles van steeds strijkers en hoorns. Hier dwingt het ruimtelijk gegeven de componist tot nadenken. Echo's klinken conceptueel van opzet steeds korter, maar een geheel volgepropte Spiegelzaal deed het beoogde hoofse genoegen van Mozarts experiment tekort. Wel kregen de vier musici van de Slagwerkgroep Den Haag alle ruimte in de Grote Zaal voor hun Kagel-achtige performance in een vroeg Quartet for 12 Tom Toms uit 1935 van John Cage. Het bleek zowel aan de musici als aan het publiek uitermate besteed. De eerste delen hebben een te overziene additieve structuur van gelijkblijvende motieven, het vierde, hier niet uitgevoerde, deel is vooral radicaal in een ingewikkeld spel van tijdsduren.

Gemengde indrukken leverden vervolgens fragmenten op uit de vijfde acte van Rameau's Castor et Pollux. Ik hoor dat liever uitgevoerd op oude instrumenten in de onvervalste klankkleuren, al viel het Combattimento Consort Amsterdam een zekere grandeur niet te ontzeggen en overtuigde Cappella Amsterdam zondermeer in Que le ciel, waarin het heelal feest viert op bevel van Jupiter.

Skrjabin gedroeg zich niet minder imperatief: ``De golf van mijn Zijn zal de gehele wereld overspoelen grenzeloze gelukzaligheden en troost zullen de mensheid deelachtig worden!''. In het Mysterium mocht uiteindelijk geen angst doorklinken slechts volmaakte rust met het accent op een wit licht.

Aleksander Njemtin (1936) reconstrueerde in de stijl van Le Promethee de inleidingsacte voor groot orkest, gemengd koor, piano, orgel en lichtorgel.

Het computergestuurd lichtorgel, bespeeld door Hakon Austbo liet kleuren schijnen als lila, oranje, glanzend loodwit en doorschijnend maanblauw. Het Radio Filharmonisch Orkest onder Valery Polyansky, met het Toonkunstkoor Amsterdam en pianist Alexei Lubimov gingen geheel op in Skrjabins smachtende verlangen naar eenwording.