Bubis beschuldigt schrijver van latent antisemitisme

BERLIJN, 30 NOV. Het `Walser-debat', dat in Duitsland over de herdenking van de Holocaust is uitgebroken, is verder geescaleerd. Ignatz Bubis voorzitter van de Centrale Raad voor Duitse Joden, heeft de schrijver Martin Walser en oud-SPD-burgemeester Klaus von Dohnanyi van “latent antisemitisme” beschuldigd. Bubis vergelijkt Walser zelfs met extreem-rechtse politici als Gerhard Frey van de Duitse Volksunie en Franz Schonhuber van de neonazistische Nationaaldemocratische Partij Duitsland.

“Wat Walser gezegd heeft, zeggen ook Schonhuber, Frey en Deckert. Hen neemt alleen niemand serieus. Walser levert de rechts-extremisten munitie en wordt serieus genomen”, zegt Bubis in het weekblad Der Spiegel.

Bubis meent dat hij bij Walser “tussen de regels antisemitisme bespeurt”. Walser wil “met Auschwitz niets meer te maken” hebben en verwijt de joden, dat ze hem “net als alle Duitsers bewust willen kwetsen”. Bubis doelt met zijn uitspraken over Walser op de toespraak die de beroemde naoorlogse schrijver onlangs in Frankfurt hield bij de uitreiking van de vredesprijs. Daarin hekelde Walser de wijze waarop de Holocaust moet worden herdacht door middel van een monument “zo groot als een voetbalveld” in Berlijn. Walser schaarde zich achter Michael Naumann, de speciale culturele adviseur van bondskanselier Schroder, die vindt dat het Holocaustmonument niet meer moet worden gebouwd.

Bubis is echter een van de initiatiefnemers achter dit monument en hij ging frontaal in de aanval tegen Walser, die hij van “geestelijke brandstichting” betichtte. Daarop nam Dohnanyi het voor Walser op, en werd vervolgens door Bubis van “boosaardigheid” beticht. Dohnanyi heeft het volgens Bubis “nog duidelijker dan Walser” uitgesproken. Dohnanyi sprak van “pogingen van anderen ons geweten te misbruiken”. Dat betekent, aldus Bubis, dat “de joden uit alles geld weten te slaan, zelfs uit het slechte geweten van de Duitsers”.

Dohnanyi noemt de uitlatingen van Bubis vandaag “ongehoord”. “Nog is het mogelijk een simpel `het spijt me' te zeggen.” Anders moet Dohnanyi constateren dat Bubis “zijn verantwoordelijkheidsgevoel” kwijt is.