Bouwen is mijn lust en mijn leven

Veehouder Albert Harkema (64) is erg opgelucht. Door zijn zelfbouwkerk om te dopen tot `een berging' kreeg hij drie maanden geleden, na een eerder opgelegde bouwstop van een jaar, een officiele bouwverguning van zijn gemeente Zuidhorn en zijn provincie Groningen.

Hij noemt zichzelf `gewoon gereformeerd en gelovig' en zijn kapelletje, zoals zijn bouwsel eerst heette, omschrijft hij als een `Gotisch katholiek kerkje'. Naar zijn gereformeerde kerk gaat hij bijna nooit meer, maar in zijn eigen kerk staat hij dagelijks vooral om te metselen en stenen te zagen, want daar zit het meeste werk in.

Harkema: “Ik ben een boerenzoon van een familie die al bijna 300 jaar in deze gemeente woont. Onze familiekwaal is dat we buiten ons beroep iets anders doen. Mijn oudste broer bouwde en restaureerde kerkorgels. Mijn tweede broer verzamelt landbouwmachines. Deze kerk heb ik zelf bedacht getekend en gebouwd, omdat ik altijd graag met iets bezig ben op mijn erf. Van mijn drie ontwerpen heb ik de grootste gekozen. In een groot gebouw past alles beter bij elkaar. Dat weet ik omdat ik veel naar architectuur kijk. Ik vind monumenten mooi, maar de kerk is voor mij altijd het mooist. Die kerk in Gouda met glas-in-lood ramen van twintig meter hoog! De glas-in-loodramen van mijn eigen kerk heb ik trouwens afgekeken van de St. Sixtus-abdij van Westvleteren, in West-Vlaanderen.”

De kerk is volgens Harkema over een half jaar klaar. De buitenkant is zeventien meter lang, zes meter breed en twaalf meter hoog. In de bakstenen spouwmuren metselde hij acht grote en vier kleine glas-in-loodramen, 21 blinde ramen, zes nissen, tien steunberen en twee deuren. De buitenmuren zijn van nieuwe stenen, die 6,2 cm dik zijn in plaats van de gebruikelijke vijf cm. De binnenmuren zijn van allerlei soorten tweedehands stenen, die nog gestuct moeten worden. De kromme bogen en spanten van de binnenmuur van het schip van de kerk komen uit een gesloopte Romney-loods en zijn aan elkaar gelast en geschroefd.

Een balkon in het schip van de kerk komt nog op een orgeltje. Er zit al een roodkoperen goot rond het dak dat een dakbedekking heeft gekregen van aluminium - dat verrassend goed op rode Hollandse dakpannen lijkt - om `op onderhoud te besparen'.

Vanuit de kerktoren zijn stoppelvelden te zien, en weilanden met melkkoeien, vleesstieren en schapen, de tuin waar zijn vrouw rozen plukt, en het dichtstbijzijnde dorp, Aduard, waar in 1192 monniken van de Cistercienzer orde een klooster stichtten. In 1580 werd dit beroemde klooster met zijn bibliotheek in brand gestoken door Staatse troepen, die zich voor de Spanjaarden terugtrokken. Op de man af gevraagd of er ook een verband is tussen die nooit herbouwde abdij en zijn bijna voltooide kerk antwoordt Harkema: “Jazeker! De huidige abdijkerk in Aduard de voormalige ziekenzaal van het klooster, een van de oudste voorbeelden van Nederlandse baksteenbouw, met zijn lage vensters, heeft niet alleen mij geinspireerd maar ook de architect Cuypers. In het Rijksmuseum bouwde hij een zaal als een zogenaamde Aduard-kapel. Ook Cuypers bewonderde de abdijkerk van Aduard.” Harkema kreeg veel commentaar. “Dit wordt mooi Appie!” zeggen ze dan. Of, achter zijn rug: “Is die boer gek geworden waarom bouwt die een kerk, en geen kroeg?” Zijn antwoord luidt dat een kerk mooier is dan een kroeg. Harkema: “Maar er komt nog een boerenkroegje bij. Dat hoort bij een katholieke kerk. Wat is een kerk zonder kroeg? Dit is mijn lust en mijn leven en niemand zal het afbreken!”

De vrije metselaar investeerde, naast zijn eigen arbeid 35.000 gulden in zijn kerk. Er hangt nu al een tekst: `Ihr glaubt der Jager sei ein Sunder weil er selten zur Kirche geht. Im grunen Wald ein Blick zum Himmel ist besser als ein falsches Gebet.'

    • Pek van Andel