Zelfregulering (slot)

Zelfreinigend, zelflerend, zelfcorrigerend en zelfregulerend. Welk woord hoort in dit rijtje begrippen met een hoog Hans Wijers-gehalte (herinnert u zich de voormalige flitsminister voor D66 nog?) niet thuis? Zelfregulerend. De andere slaan allemaal op de ontwikkeling en het functioneren van natuurlijke systemen en organismen. Op het zoeken naar en handhaven van een evenwicht, zonder bijzondere ingrepen van buitenaf. Dat evenwicht heet de ene keer gezondheid, dan weer volwassenheid of de juiste koers.

Je komt ze, niet toevallig, ook alledrie tegen in de computerij. De ontwikkeling van ons bewustzijn van de natuur en van organismen als een samenstel van kringloopsystemen, met het milieubewustzijn als bekendste voorbeeld, valt in grote trekken samen met het ontstaan en de groei van de computer. Voor computeraars zijn het concepten met een machtige aantrekkingskracht. Zij streven immers altijd naar stabiele toepassingen die met een minimum aan menselijke controle werken. En met succes. Denk bijvoorbeeld aan automatische besturing van schepen, vliegtuigen en satellieten, of aan het ABS-remsysteem in de auto.

Zelfregulering speelt een heel andere rol in de computerwereld. Dit oude, beproefde mechanisme heeft niets te maken met eigenschappen van hardware of software, maar alleen met het beheer van gegevens. Het gaat over dingen als aanstoot en, sinds de explosieve groei van elektronische databanken begon, privacy. De aard en werking ervan laat zich mooi illustreren aan de hand van de kortstondige commotie rond het bloederige computerspelletje Carmageddon.

Nog voordat het verscheen, nam een aantal mensen dusdanig aanstoot aan Carmageddon, dat ze bij monde van CDA-Kamerlid Van de Camp om een verbod riepen. In onze democratische samenleving ligt er dan meteen een fors probleem. De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting maakt een verbod vóór publicatie onmogelijk, terwijl elk verbod achteraf onvermijdelijk zaagt aan de poten van diezelfde vrijheid. Van de Camp heeft daar kennelijk weinig moeite mee. In het televisieprogramma 'Middageditie' zei hij over Carmageddon, dat op een vrijdag zou uitkomen: 'Natuurlijk moet eerst de vrijheid van meningsuiting beleefd worden, maar wat mij betreft gaat het op zaterdagochtend de winkels uit.' Maar gelukkig tillen rechters in het algemeen zwaarder aan de geest van grondwettelijke rechten.

Desondanks is bij voldoende maatschappelijke druk een verbod wel degelijk mogelijk. Producenten en handelaren in riskante producten zijn zich dat terdege bewust. Een verbod betekent wég investering, wég winst, dus willen ze best een klein beetje preventief water bij de wijn doen. En iedereen is blij: de aanstootnemers hebben een beetje hun zin, de overheid hoeft zijn vingers niet aan een rechtstreeks verbod te branden, en de handel kan verdienen. Dat is zelfregulering.

De Amerikaanse film- en televisie-industrie laat bij uitstek zien wat daarvan komt: bloot slaat nog altijd dood, waardoor te Hollywood de kunst van het lakens draperen tot lachwekkende hoogten gestegen is. 'Fuck' roepen is een absoluut televisietaboe, want zowel 'verbaal geweld' als refererend aan seks, zodat soms halve conversaties worden weggepiept, en iedereen weet dat 'piep' 'fuck' betekent. Verder barst het van televisieseries vol bruut geweld, waarin toch nooit een druppel bloed vloeit en nooit een dooie valt — een trend die destijds begon met de Westernserie 'Alias Smith and Jones'. Langs precies dezelfde lijnen wendde de producent van Carmageddon in Engeland problemen af door eenvoudig het bloed dat vloeide groen te kleuren.

Dat leidt tot vreemde toestanden. De uiterst onsmakelijke Jerry Springer adverteert juist met het hoge piepgehalte van zijn programma. Onbedorven kinderzielen leren van het scherm dat het spel tussen man en vrouw vooral een schaamtevolle, problematische, letterlijk draaikonterige aangelegenheid is. En bloedloze geweldseries — een mooi voorbeeld is 'Hercules' dat nu bij Veronica draait — leren uw kroost maar één ding: trap mensen gerust keihard in het kruis, ram ze opgewekt in hun gezicht, er gebeurt toch niets. Zelfregulering schotelt de tere zielen om wie het allemaal begonnen was dus enerzijds een misleidend wereldbeeld voor, en vestigt anderzijds juist de aandacht op datgene wat men juist zo graag toegedekt wil houden.

De reden voor die bizarre effecten is dat het motief voor zelfregulering fundamenteel fout is. Al hebben ze soms nog zulke diep ingrijpende praktische gevolgen, het gaat altijd om in principe morele en ethische kwesties. Zelfregulering heeft echter niets met ethiek, moraal of fatsoen van doen. Het draait uitsluitend om het afwenden van financiële schade. Zo citeerde Van de Camp in dezelfde televisie-uitzending de importeur van Carmageddon, als zou hij het spel zo walgelijk vinden dat hij het nooit aan zijn eigen kinderen zou durven geven. Maar geen haar op het hoofd van de importeur die piekerde over het zieleheil van andermans kinderen. Elk van die haren was voltijds ingehuurd om geld te verdienen.

Zelfregulering is geïnstitutionaliseerde, gevaarlijke hypocrisie. Het is lippendienst door de industrie aan, om het even, serieuze bezwaarmakers, querulanten en kwezels. Het is voor wetgevers een manier om moeilijke verantwoordelijkheden uit de weg te gaan. Dat is al dom en gevaarlijk als het om seks en geweld gaat, maar nog veel gevaarlijker als we over privacy praten. Door de enorm groeiende hoeveelheid gegevens die elektronisch over iedereen worden opgeslagen, komt de persoonlijke vrijheid van mensen serieus in gevaar, en raakt het machtsevenwicht tussen individuen en instituties ernstig verstoord. Dat erkent iedereen. Toch wil men vooral in Amerika de gevolgen daarvan in de hand houden via zelfregulering door diezelfde instituties, en oefent men vanwege het steeds internationaler karakter van de handel in persoonlijke gegevens van daaruit ook druk uit op Europa om hetzelfde te doen. Laten we hopen dat Europa in dit geval nu eens zijn poot stijfhoudt, en de industrie aan duidelijke, hanteerbare en voor de burger veilige regels bindt.