TUSSEN PRAVDA EN DORPSPOMP; De nieuwe mentaliteit van universiteitsbladen

Geen strijd meer of campagnes, maar samenwerking met het universiteitsbestuur. Dat is het motto van de eigentijdse universiteitskrant. 'We zijn voorzichtiger geworden.'

HET WAREN DE luizen in de pels van de universiteiten, kritische volgers van het universitaire establishment. Was er een onderwijsrel, een onverantwoorde financiele uitgave of een smeuige liefdesverhouding van de rector met zijn secretaresse, de universiteitsbladen maten het nieuws breed uit. Er steeg nu en dan wel gemor op uit de universitaire bestuurslagen als in de krant de vuile was weer eens uitgebreid werd buitengehangen, maar de door de universiteit bekostigde bladen werd weinig in de weg gelegd. Hun vrijheid behoorde tot de verworvenheden waarvoor in de jaren zestig en zeventig stevig was geknokt.

Hoewel de bestuurders nog steeds trots zijn op 'hun' onafhankelijk en kritisch blad is hun houding veranderd. Ze zijn ze zich sterker bewust van de uitstraling van de berichtgeving. Universiteiten worden steeds meer elkaars concurrenten en proberen zich in de slag om de student te profileren. Een onwelgevallig bericht is ongunstig voor het imago van de universiteit. J. Palm, krap een jaar hoofdredacteur van het Leidse universiteitsblad Mare (oplage 22.000), weet dat zijn krant wordt gezien als het visitekaartje van de universiteit. 'Leiden wil bekend komen te staan als de beste universiteit, de Yale van Europa. Dan wordt elk artikel dat niet hosanna roept al gauw opgevat als pesterij.'

Maar ook de houding van de redacteuren is veranderd. Zij zien de universiteit niet meer als regentesk bolwerk, vol vijandige bestuurders en misstanden die aan de kaak gesteld moeten worden. Het accent is verlegd naar loyaliteit met de instelling. Armand Heijnen, hoofdredacteur van het U-blad van de Universiteit Utrecht (oplage 15.500): 'Het is ook een beetje jouw clubje. Je bent er niet om ze de hemel in te prijzen, maar ook niet om ze de grond in te stampen.

Ook Palm (Mare) vindt dat het kritisch volgen van de bestuurlijke top een beetje was doorgeschoten. 'Elke scheet van het college werd breed in de krant uitgemeten. Maar niet iedere scheet is dat waard.'

Een universiteitsblad is er vooral om op een pakkende wijze te informeren over de universiteit, het onderwijs en de wetenschap, is de algemene opvatting. Palm: 'Je kunt best een kritisch stuk schrijven over bijvoorbeeld de onverantwoord grote rol die publicatielijsten spelen in de wetenschap, maar het moet boven het gekrabbel in de marge uitstijgen.'

AMICAAL

En zo vinden beide partijen elkaar aan de koffietafel, noemen de ander amicaal bij de voornaam. Misnoegen werd uitgesproken. 'De universiteit is zo'n gemeleerde gemeenschap, daar is altijd wel gekrakeel en kritiek', zegt N. de Voogd, collegevoorzitter van de TU Delft. Volgens hem wordt dat veel te prominent gebracht, terwijl goed nieuws zoetsappig wordt gevonden en nauwelijks aandacht krijgt. 'Kort geleden ben ik als enige Nederlander door Jospin benoemd tot lid van het Conseil National de la Science. Staat er een piepklein berichtje op een binnenpagina. Dat vind ik dan jammer.'

Hij spreekt wekelijks over deze zaken met hoofdredacteur Jongeneel van Delta. Voor een dergelijk gesprek staat Jongeneel open, al weerhoudt het hem er niet van controversieel nieuws te brengen als er echt iets gaande is, zegt hij. Zoals laatst, toen de decaan van de faculteit Ontwerp, Constructie en Productie opstapte uit onvrede met het beleid van het bestuur. Jongeneel zette het op de voorpagina, ondanks een tegenstribbelend bestuur dat niet bereid was een reactie te geven. Wel werd daar op de redactie eerst uitgebreid over gediscussieerd.

'We zijn voorzichtiger geworden', beaamt Jongeneel. 'We realiseren ons dat een dergelijk verhaal niet in dank wordt afgenomen en wegen de belangen af. Maar als we belangrijk nieuws hebben, buigen we niet voor de druk uit het bestuur. Uiteindelijk wordt dat ook geaccepteerd.'

ALERT

In Utrecht krijgt de hoofdredacteur van het U-blad regelmatig een telefoontje over verschenen artikelen. Heijnen kan daar best mee leven, zolang ze maar niet vooraf met een rode pen in de kopij gaan zitten krassen. In een goed huwelijk moet je ook af en toe 'je bent een eikel' tegen elkaar kunnen zeggen, vindt hij. 'Bovendien krijg ik het ook te horen als ze iets heel goed vonden.'

Wel blijven de redacteuren alert op te veel invloed van bovenaf. Ze zijn huiverig dat met de huidige verzakelijking en professionalisering van universiteiten, zeker op managementniveau, een steviger greep op de bladen in het verschiet ligt. De verwording tot een PR-blad is het angstvisioen van menig hoofdredacteur. Maar trekt de bestuurders het idee van een bedrijfsblad a la 'Rabo Visie' of 'DSM Magazine'? 'Ik denk wel eens: wat zou dat prettig zijn', geeft bestuursvoorzitter De Voogd toe. 'Maar ik zou het niet echt willen. Op een universiteit moet een open en kritische discussie mogelijk blijven. Als je de journalistieke inhoud zou sturen, balanceer je op de rand van de afgrond. Dat riekt al snel naar censuur.'

Voorlopig lijken de krantjes op A-3 formaat met een enkele steunkleur in de verste verte niet op een bedrijfsblad. Twee of drie pagina's worden gevuld met intern en hoger onderwijsnieuws, gevolgd door een aantal achtergrondartikelen,gewijd aan onderzoek binnen de universiteit en zaken die studenten interesseren zoals scriptieleed of een krappe portemonnee.

Dan is er nog een handvol columns en rubrieken. De rest van het blad is grotendeels gevuld met faculteitsberichten en mededelingen: waar en wanneer zijn er tentamens, lezingen, sportevenementen en borrels. En niet te vergeten de wekelijkse menulijst - nasi met kip op donderdag - van de mensa.

Alleen het blad van de Erasmus Universiteit in Rotterdam (oplage 20.000) heeft iets weg van een bedrijfsorgaan, sinds het oude Quod Novum is vervangen door een tweewekelijks glossy, Erasmus Magazine. Het blad brengt niet alleen nieuwtjes over de universiteit, maar ook een 'lifestyle'-rubriek en 'human interest' die niets met de universiteit te maken hebben. Of, zoals in het laatste nummer, een fotoreportage over Rotterdam. City Life staat er in felrode letters op de full-colour-omslag.

Erasmus Magazine wordt vaak als voorbeeld genoemd voor de teloorgang van de onafhankelijke universitaire pers. Maar dat het slechts een PR-blad zou zijn, wordt fel wordt bestreden door betrokkenen. 'Het is een misvatting dat een blad dat er fatsoenlijk uitziet niet kritisch kan zijn', zegt de collegevoorzitter van de Erasmus Universiteit H. van der Molen. 'Ook in dit blad verschijnen serieuze stukken over wetenschap en onderwijs.' Hoofdredacteur A. Hofstede geeft toe dat het bestuur met het magazine het imago van een moderne en eigentijdse universiteit wil uitstralen, maar daar kan hij niet mee zitten. 'Die saaie, grijze krantjes met lappen tekst zijn niet meer van deze tijd. Daar zitten studenten van tegenwoordig niet op te wachten. Wij werken met foto's, graphics en veel kleur. De aantrekkelijkheid van de krant is ook belangrijk.'

Toch brainstormen niet overal bestuur en redactie gebroederlijk samen over een zo aantrekkelijk mogelijk product.

Bij het blad van de Universiteit van Amsterdam Folia ontstond onlangs grote ophef toen bekend werd dat de uitgever, stichting Folia Civitatis, op last van het universitair bestuur zou worden opgeheven. Op de redactie werd gevreesd dat Folia zou veranderen van een 'onafhankelijk blad in een universitaire dienst onder de hoede van het voorlichtingsapparaat van de universiteit.'

Het voorval viel samen met het vijftigjarig bestaan van het oudste universiteitsblad en wierp een schaduw over het feest. De woedende hoofdredacteur Priester schreef een paar weken geleden in het jubileumnummer dat een dergelijk stap het einde van een volwaardig universiteitsblad zou betekenen. 'Mij werd verweten dat ik te hard van stapel liep', zegt Priester nu. 'Maar ik moest wel. Het risico is te groot dat we anders onze onafhankelijkheid verliezen.'

'Ik vond die ophef weinig chic, reageert plaatsvervangend bestuursvoorzitter S. Noorda minzaam op de 'Don Quichotterie' van Priester. 'We willen het blad dichter bij de universiteit brengen, zonder de onafhankelijkheid aan te tasten.' Hij geeft toe dat er wordt gesproken over een verandering van de bladformule, maar dat betekent niet dat Folia een 'bedrijfscommunicatiemiddel' wordt. Wel zou het blad een breder publiek moeten aanspreken, bijvoorbeeld de alumni die worden beschouwd als de ambassadeurs van een universiteit. Om die blijvend betrokken te houden moet volgens Noorda de bladformule worden verbreed van 'intern nieuws naar een breder intellectueel aanbod'.

REDACTIESTATUUT

Ook collega's van andere universiteitsbladen vinden dat Priester overdrijft. De meeste andere bladen zijn onderdeel van de universiteit, de formule waar Priester tegen fulmineert.

Hun journalistieke onafhankelijkheid wordt gewaarborgd in een redactiestatuut. Een drietal bladen, waaronder Folia, valt onder een stichtingsbestuur. Daardoor is de afstand tot de universiteit weliswaar iets groter, maar ook dan blijft de universiteit de enige subsidieverlener en tevens de enige abonnee: een machtsfactor van betekenis.

Of het blad nu onder de universiteit of onder een stichting valt, de relatie tussen redactie en college blijft er een van gentlemen's agreement, denkt J. Palm (Mare). Dat het college in uitzonderlijke gevallen kan ingrijpen, ondervond hij zelf een paar maanden geleden. Zijn idee om de psycholoog Rene Diekstra in een brievenrubriek problemen van studenten en medewerkers te laten behandelen, werd door het bestuur getorpedeerd. Diekstra, die vanwege een plagiaataffaire zijn baan aan de Leidse universiteit verloor, werd niet als een opportune keuze beschouwd. 'Als ik had doorgezet, had ik moeten opstappen', zegt Palm. 'Dat vond ik niet verstandig.'

Palm had het college ruimdenkender geschat. 'Diekstra is als wetenschapper gediskwalificeerd, niet als psychotherapeut. Ik ben ervan overtuigd dat het de universiteit geen schade zou hebben toegebracht. Integendeel. Ze hadden juist goede sier kunnen maken met hun liberale houding.'

Dergelijke botsingen tussen redactie en bestuur zijn uitzonderingen. Het is te hopen dat dat zo blijft, zegt Jongeneel (Delta). Volgens hem is ook voor de bestuurders zelf een terughoudende opstelling op de lange termijn het gunstigst. 'Je moet de functie van de universiteitsbladen als dorpspomp, waar roddels en achterklap een uitweg vinden, niet onderschatten. Een universitaire Pravda werkt niet. Dat keert zich uiteindelijk tegen de universiteit, omdat onwelgevallig nieuws dan op een andere manier zijn weg naar buiten zal vinden.'