Sportbonden verdeeld over aanpak doping; Verzet proforganisaties

ROTTERDAM, 28 NOV. De federaties van de olympische takken van sport vormen nog niet een front in de wereldwijde strijd tegen het gebruik van prestatiebevorderende middelen. Dat bleek gisteren op een conferentie van het Internationaal Olympisch Comite (IOC) in Lausanne, waar 35 sportfederaties waren vertegenwoordigd.

Onder de slotverklaring ontbraken de handtekeningen van de afgevaardigden van de internationale voetbal-, tennis- en wielrenbond. Die organisaties, alle met veel beroepssporters in de gelederen, konden zich nog niet vinden in de strafmaten. Die voorzien in twee jaar schorsing bij een eerste dopingovertreding en levenslange uitsluiting bij herhaling.

De wereldvoetbalbond (FIFA) verzet zich bovendien tegen het voorstel bij de Olympische Spelen alleen nog maar takken van sport toe te laten van federaties die het algemene dopingconcept hebben aanvaard. Dat voorziet behalve in de strafbepalingen ook in de oprichting van een onafhankelijk agentschap om de mondiale inspanningen betreffende de dopingproblematiek te coordineren.

IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch toonde zich na afloop van het vijf uur durende beraad tevreden ondanks de niet verkregen totale eenheid. “Ik heb begrip voor het voorbehoud van de drie bonden', zei hij. “Ik ben er zeker van dat we de komende weken volledige overeenstemming zullen bereiken.'

Van 2 tot en met 4 februari zal er in Lausanne een wereldconferentie over doping worden gehouden. Daaraan zullen behalve vertegenwoordigers van het IOC, de internationale sportfederaties en de nationale olympische comite's ook afgevaardigden van regeringen deelnemen.